Een Wmo-indicatie is vaak beperkt geldig, bijvoorbeeld voor een half jaar of een jaar, en de exacte duur staat in de beschikking van uw gemeente. Bij langdurige beperkingen zijn indicaties voor onbepaalde tijd ook mogelijk. Het is uw eigen verantwoordelijkheid om op tijd een herindicatie aan te vragen voordat de termijn verloopt. Regelhulp - Ministerie van VWS +2
Wmo-indicatie verlengen
Een indicatie is een besluit over de zorg die u nodig heeft. De indicatie krijgt u voor een bepaalde of onbepaalde periode. Heeft u na afloop van de indicatie langer zorg of ondersteuning nodig? Vul uiterlijk 8 weken voor uw indicatie afloopt het formulier opnieuw in.
In de Wmo staat: uiterlijk binnen 6 weken na de melding. Door drukte lukt dat niet altijd. De gemeente zal u dan laten weten hoe lang het duurt.
Bij toenemende zorgbehoefte kan het nodig zijn om te kijken naar zorgaanbod vanuit de Wet langdurende zorg (Wlz), in plaats van de Wmo.
De organisatie Ieder(in) pleit ervoor om in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te regelen dat mensen met een 'levenslange, levensbrede beperking' een langdurige, als het even kan levenslange indicatie krijgen voor Wmo-voorzieningen.
Iedereen betaalt nu een vast bedrag per maand voor de Wmo. In 2025 is de eigen bijdrage € 21 per maand. Ook in 2026 is dit een vast bedrag. In 2027 wordt de eigen bijdrage die u betaalt afhankelijk van uw inkomen en vermogen.
Het Early Warnings for All (EW4All)-initiatief heeft als doel om tegen eind 2027 universele bescherming te garanderen tegen gevaarlijke hydrometeorologische, klimatologische en aanverwante milieugebeurtenissen door middel van levensreddende waarschuwingssystemen voor meerdere gevaren, preventieve maatregelen en inspanningen om de weerbaarheid te vergroten.
Wmo helpt mensen thuis met dingen die ze niet alleen kunnen, zoals huishouden en vervoer. Wlz is voor mensen die altijd zorg nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. De gemeente kijkt bij Wmo naar wat je zelf kan, terwijl Wlz zorgt voor mensen die 24 uur per dag hulp nodig hebben.
Nee, er is geen strikte inkomensgrens die toegang tot de Wmo blokkeert, maar vanaf 2027 wordt de eigen bijdrage inkomensafhankelijk, waardoor mensen met hogere inkomens meer gaan betalen. Wie een inkomen heeft tot ongeveer 135% van het sociaal minimum (circa € 24.500 voor alleenstaanden, € 34.000 voor meerpersoonshuishoudens), betaalt de minimale bijdrage van € 23,60 per maand; daarboven stijgt de bijdrage met elke € 100 inkomen (tot een maximum van € 328 per maand),. Gemeenten mogen zelf beslissen over een minimabeleid, waardoor sommige mensen met een laag inkomen soms geen bijdrage hoeven te betalen.
Een Wmo huishoudelijke hulp mag geen tuinieren, buiten ramen lappen, huisdieren verzorgen, boodschappen doen (tenzij geïndiceerd), klusjes doen (zoals een lamp vervangen), zware meubels verplaatsen, kinderen ophalen, of medische handelingen verrichten; de focus ligt op een schoon en leefbaar binnenhuis, niet een complete hotel- of klussenservice. De hulp richt zich op basis schoonmaakwerk (stofzuigen, dweilen, sanitair) om het huis op een acceptabel niveau te houden, binnen de afgesproken indicatie.
Voor de meeste Wmo-hulp en -ondersteuning betaal je in 2026 een vast bedrag, het zogenaamde abonnementstarief, van maximaal € 21,80 per maand per huishouden, ongeacht inkomen of vermogen, via het CAK. Gemeenten mogen een lager bedrag vragen en voor sommige specifieke ondersteuning, zoals beschermd wonen, gelden andere (inkomensafhankelijke) bijdragen.
Er zijn geen strikte "Wmo-indicaties" met codes, maar wel verschillende soorten ondersteuning die een gemeente kan bieden bij een hulpvraag, zoals woonvoorzieningen (aanpassingen in huis), vervoersvoorzieningen (regiotaxi, rolstoel), huishoudelijke hulp, dagbesteding, begeleiding, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en ondersteuning voor mantelzorgers. De gemeente bepaalt via een keukentafelgesprek welke specifieke hulp nodig is, gebaseerd op uw persoonlijke situatie en zelfredzaamheid.
Wmo staat voor: Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Deze landelijke wet zorgt ervoor dat wanneer inwoners het zelf niet redden, er hulp is vanuit de gemeente. Iedereen moet zo lang en zo goed mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving. Hulp vanuit de Wmo is tijdelijk.
Geen belemmeringen in de wet
In de Wmo 2015 zijn er geen regels voor de duur van een beschikking. Gemeenten moeten wel periodiek een herbeoordeling doen om te zien of er aanleiding is een lopende beschikking voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget (pgb) te heroverwegen.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) financiert hulp om langer thuis te wonen en mee te doen in de samenleving, zoals huishoudelijke hulp, woningaanpassingen (bv. traplift), hulpmiddelen (bv. rolstoel, scootmobiel), begeleiding, dagbesteding, en vervoersvoorzieningen (bv. regiotaxi) voor mensen met een beperking, chronische ziekte of psychische problemen. De gemeente regelt dit en vraagt soms een eigen bijdrage, meldt Rijksoverheid.nl en Zorgverzekering.org.
U betaalt een eigen bijdrage vanaf het moment dat de hulp bij u is gestart of u ondersteuning ontvangt. U betaalt elke maand een vast bedrag van € 21 per maand zolang u recht hebt ondersteuning of hulp vanuit de Wmo. Het maakt niet uit hoeveel hulp of ondersteuning u in een maand gebruikt.
Wat is het toetsbedrag voor vermogen? Bij de berekening van de eigen bijdrage kijken we ook naar vermogen zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. In 2026 werken we met een toetsbedrag van € 36.952 (alleenstaand) of € 73.904 (met partner).
Mensen die nu al zorgtoeslag ontvangen, krijgen volgend jaar een hoger bedrag op hun rekening gestort. Alleenstaanden met een minimuminkomen of bijstandsuitkering krijgen er maar liefst 43 euro per maand bij. Je ontvangt dan tot 154 euro maandelijks van de Belastingdienst.
Hogere eigen bijdrage Wmo
Wie Wmo-hulp van de gemeente krijgt, moet een eigen bijdrage per maand betalen: het abonnementstarief. Dat bedrag gaat per 1 januari 2026 omhoog van € 21,00 naar € 21,80 per maand.
Mensen met een indicatie voor Wlz-zorg, zowel thuiswonend maar ook als ze bijvoorbeeld in een verpleeghuis wonen, kunnen ook in aanmerking komen voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo (rolstoel, regiotaxi e.d.).
Vanaf 1 januari 2027: De eigen bijdrage wordt afhankelijk van inkomen en vermogen. Alleenstaanden met een jaarinkomen tot circa € 24.500 en meerpersoonshuishoudens met een jaarinkomen tot circa € 34.000 betalen de minimale bijdrage van € 23,60 per maand.
Wij leggen in 3 stappen uit wat u van ons kunt verwachten als u door het zorgkantoor bij ons bent aangemeld.
Voor de Wmo geldt dat de gemeente sinds 1 januari 2015 volledig verantwoordelijk is voor de kwaliteit, het toezicht en handhaving.
Pijler 1: Kennis van rampenrisico's. Pijler 2: Detectie, observatie, monitoring, analyse en voorspelling. Pijler 3: Verspreiding en communicatie van waarschuwingen. Pijler 4: Paraatheid en reactievermogen.
Via het VN Multi-Partner Trust Fund Office neemt de WMO (Wereld Meteorologische Organisatie) deel aan gezamenlijke fondsen die VN-organisaties en partners uit de publieke en private sector samenbrengen . Sinds 2016 is er US$ 25.445.503 toegewezen aan de WMO in 1 gezamenlijk fonds dat bijdraagt aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's).