De Romeinen kookten voornamelijk op open vuur, fornuizen (kachels) en in ovens, vaak bediend door slaven. De bereidingswijzen waren eenvoudig en seizoensgebonden, waarbij voedsel werd gekookt, gebakken, gebraden of gerookt boven gloeiende kolen. Veel Romeinen (vooral in steden) hadden geen eigen keuken en kookten binnenshuis niet vanwege brandgevaar, waardoor ze vaak warm eten op straat kochten. Wikiwijs +4
Het Romeins toilet is het toilet dat de Romeinen gebruikten. Het kan worden gezien als een voorloper van de hedendaagse toiletten, in de zin van dat er gebruik gemaakt werd van stromend water om ontlasting mee af te voeren. De meeste stedelingen beschikten thuis over een eigen toilet.
Voedselbereiding. Bij alle vormen van koken werd in de middeleeuwen gebruikgemaakt van open vuur, kookplaten verschenen pas in de 18e eeuw. Ovens werden wel gebruikt, maar ze waren duur om te maken en werden alleen maar gebruikt in grote huishoudens of bakkerijen.
De Romeinen stonden vroeg op om optimaal gebruik te maken van het daglicht en genoten van een stevig ontbijt dat ze staand met hun handen aten (zoals ze dat met al hun maaltijden deden). De volwassenen aten over het algemeen de restjes van de vorige maaltijd (olijven, kappertjes, kaas en wat honing), en de kinderen kregen focaccia en melk.
Behalve graan aten de soldaten varkensvlees, rundvlees, vis (o.a. snoek en mosselen) en kaas. De dieren graasden bij de kampementen. De vis werd uit de rivier gevangen met fuiken. De informatie die wij hebben over de voeding van de Romeinen komt onder andere uit schriftelijke bronnen.
Thuis vormden pap en brood het basisvoedsel van de meeste Romeinen, van wie velen in de stad afhankelijk waren van de graanuitkering om in hun levensonderhoud te voorzien. Sommige voedingsmiddelen die we tegenwoordig kennen en waarderen, waren onbekend bij de Romeinen, waaronder bananen, chilipeper, maïs, suiker, pinda's, thee, rijst, chocolade, tomaten, aardappelen en koffie.
Ontbijt, lunch en diner
Romeinen die het zich konden veroorloven, aten drie keer per dag. Het ontbijt was licht en bestond uit honing en brood – grof voor de armen, wit voor de rijken – soms aangevuld met dadels en olijven.
Normaal gesproken bestond de Romeinse lunch uit brood, met groenten en koud vlees, vis of eieren . Na een ochtend werken of naar school gaan Romeinen meestal naar huis om hun prandium te eten. Arbeiders die de hele dag hard hadden gewerkt en de lunch hadden gemist, aten merenda, in feite een later prandium.
In de winter was het moeilijk om verse groenten en vers fruit te eten, want het was er niet. Je kon daar het voedsel niet lang bewaren. Er waren daar natuurlijk nog geen koelkasten en diepvriezen! Er waren wel manier om het voedsel wat langer te kunnen bewaren zoals; drogen, roken, inzouten of inmaken.
Omdat bij de Romeinen homoseksualiteit niet tussen vrijgeboren mannen of gelijken plaatsvond, zoals bij de Grieken, maar tussen meester en slaaf, klant en prostituee of, in ieder geval, tussen een sociaal meerdere en een sociaal mindere, voelden Romeinse kunstenaars zich paradoxaal genoeg wellicht meer op hun gemak dan hun Griekse collega's...
Ideale seks was seks waarbij de mannen zo snel mogelijk hun punt wisten te maken en liefst zo vaak mogelijk. Dat zouden vrouwen stiekem ook als prettigst ervaren. Gelijke mogelijkheden waren er niet, vrouwen moesten kuis blijven, alleen mannen mochten ervaring hebben.
In de middeleeuwen betekende lichaamsgrootte veel meer dan alleen uiterlijk. Overgewicht kon duiden op rijkdom, macht en toegang tot voedsel, maar het kon ook leiden tot spot, stigma of zelfs gevaar, afhankelijk van iemands klasse en status.
Groenten en vlees konden boven de kolen van de haard worden gekookt, gebakken, geroosterd, gedroogd of zelfs gerookt . Vooral keramische kookpotten en koekenpannen werden op de kolen geplaatst. De belangrijkste kookgerei bestond uit keramische potten en pannen.
Je wordt lichter na poepen omdat je uitwerpselen en vocht kwijtraakt, wat kan variëren van ongeveer 100 gram tot wel 1,5 kilo per bezoek afhankelijk van je dieet (vooral vezels) en hoe lang je al niet bent geweest. Het gewichtsverlies komt vooral door ontlasting, maar ook door vochtverlies via de darmen, en kan in sommige gevallen oplopen, vooral bij veel vezelinname.
In het oude Rome had urine verschillende praktische toepassingen in het dagelijks leven. Sommige huishoudens verzamelden urine om als schoonmaakmiddel te gebruiken, voornamelijk vanwege het ammoniakgehalte . Het verwijderde effectief vlekken en vuil van kleding en huishoudelijke oppervlakken. Romeinen gebruikten urine ook om hun tanden te poetsen.
Het was heel normaal dat mannen en vrouwen gezamenlijk naar hetzelfde toilet gingen. In die gemeenschappelijke toiletten had je ook geen wc-papier, want dat bestond nog niet. Wel lag er een spons waarmee je je vieze lichaamsdelen kon afvegen als je klaar was. Helaas was er waarschijnlijk maar één spons per toilet.
Romeinen waren helemaal niet zo schoon
De Romeinen worden vaak beschouwd als de eersten die echt nadachten over hygiëne. Nu blijkt echter uit een onvangrijke analyse van archeologische gegevens dat de Romeinen op grote schaal last hadden van ongenode gasten op en in hun lichaam.
Waarom moet je een spons in de koelkast leggen? Een spons kan helpen bij het absorberen van vocht en het verminderen van nare geurtjes in de koelkast.
Aardappelen inkuilen, al dan niet gestoomd, was een manier van bewaren die tot in de jaren vijftig veel werd toegepast. De bewaarverliezen waren groot, er verrotte en verschimmelde veel. Ook waren er nog geen anti-kiemmiddelen beschikbaar.
Kaas werd gegeten en de productie ervan was al goed ingeburgerd in de tijd van het Romeinse Rijk. Het maakte deel uit van het standaardrantsoen voor Romeinse soldaten en was ook populair onder de burgerbevolking. Keizer Diocletianus (284-305 n.Chr.) stelde maximumprijzen vast voor kaas.
Thermopolium was in het oude Romeinse Rijk de benaming voor een commercieel etablissement waar men kant-en-klare maaltijden kon bestellen. Het kan vergeleken worden met hedendaagse restaurants. Vooral de armere bevolking maakte gebruik van deze zaakjes, omdat zij meestal geen eigen keuken hadden.
Over het algemeen zijn restaurants pas vanaf 19:30 open voor avondeten. Italianen schuiven meestal vanaf 20:00 pas aan.
Het bekendste brood uit de Romeinse tijd is Panis Quadratus. Zijn naam kennen we van Athenaeus van Naucratis (2e eeuw na Chr.). Zijn uiterlijk werd veelvuldig afgebeeld op fresco en is bekend van archeologische vondsten: in Pompeii (Italië) zijn tientallen verkoolde broden gevonden in de vorm van een soort wiel.
De oude Romeinen begonnen de dag rond 6 uur 's ochtends met het ontbijt - ientaculum. Voor de meesten was dat een slok water, maar voor degenen met meer tijd en geld kon het brood of een tarwepannenkoek zijn, gegeten met dadels en honing.
Amatriciana, Carbonara en Cacio e Pepe: de Romeinse heilige drie-eenheid van Pasta – De Tafel van Marten.