Om een kolom toe te voegen aan een draaitabel in Excel, sleept u in het deelvenster 'Draaitabelvelden' het gewenste veld naar het gebied Kolommen. Als de kolom uit nieuwe brongegevens komt, wijzigt u eerst de databron via Draaitabel analyseren > Gegevensbron wijzigen en vernieuwt u de tabel.
Draaitabellen toevoegen of bewerken
Klik ergens in de draaitabel. Activeer het tabblad 'Draaitabel analyseren' in het lint. Wijzig de tabel/het bereik om de nieuwe kolom toe te voegen. Klik op OK .
Een kolom toevoegen
Een formuleveld toevoegen
U kunt de veldenlijst weergeven door naar Draaitabel analyseren > Veldenlijst te gaan. Sleep velditems naar het gedeelte Kolommen in de veldenlijst om nieuwe kolommen te maken .
Dubbelklik op het item dat u wilt uitvouwen of inklappen. Klik met de rechtermuisknop op het item, klik op Uitvouwen/Inklappen en doe vervolgens een van de volgende dingen: Om de details van het huidige item te bekijken, klikt u op Uitvouwen. Om de details van het huidige item te verbergen, klikt u op Inklappen.
Basissyntaxis voor het toevoegen van een kolom
ALTER TABLE table_name ADD column_name column_type [constraint]; table_name: De naam van de tabel waaraan u een kolom toevoegt. column_name: De naam van de nieuwe kolom. column_type: Het gegevenstype van de nieuwe kolom (bijv. VARCHAR, INT, DATE, enz.).
Een draaitabel invoegen
Selecteer een tabel of gegevensbereik in uw blad en selecteer > draaitabel invoegen om het deelvenster Draaitabel invoegen te openen. U kunt handmatig uw eigen draaitabel maken of een aanbevolen draaitabel kiezen die voor u moet worden gemaakt.
Selecteer een willekeurige cel in de kolom en ga dan naar Start > Invoegen > Bladkolommen invoegenof Bladkolommen verwijderen. Of klik met de rechtermuisknop op de bovenkant van de kolom en selecteer Invoegen of Verwijderen.
De brongegevens wijzigen
Selecteer de draaitabelrapport. Selecteer op het tabblad Analyseren in de groep Gegevens de optie Gegevensbron wijzigen en selecteer vervolgens Gegevensbron wijzigen. Het dialoogvenster Gegevensbron van draaitabel wijzigen wordt weergegeven.
Selecteer het rapport Draaitabel. Selecteer op het tabblad Analyseren, in de groep Gegevens, de optie Gegevensbron wijzigen en vervolgens Gegevensbron wijzigen.
Om dit te doen, gaat u naar het tabblad 'Draaitabelhulpmiddelen | Analyseren' en klikt u in de groep 'Weergeven' op de knop 'Veldenlijst'. In het deelvenster 'Veldenlijst' kunt u de velden in het rapport herschikken door ze tussen de vakken onderaan het deelvenster te slepen. Om een veld uit het rapport te verwijderen, sleept u het buiten het deelvenster.
Kolom- en rijveldkoppen in- of uitschakelen
Klik op de draaitabel. Hiermee worden de tabbladen Draaitabel analyseren en ontwerpen op het lint weergegeven. Als u wilt schakelen tussen het weergeven en verbergen van veldkoppen, selecteert u veldkoppen op het tabblad Draaitabel analyseren.
Wanneer u een nieuwe kolom toevoegt: stel de naam opnieuw in : selecteer de brongegevens opnieuw en definieer de naam opnieuw. Vernieuw de draaitabel (Vernieuwen in het rechtermuisklikmenu boven de draaitabel) om de nieuwe velden weer te geven.
In de Nederlandstalige versie van Excel doet Ctrl+T twee dingen: het maakt een officiële Excel-tabel van je gegevens (inclusief opmaak, filters, etc.) als je data geselecteerd is, en het toont of verbergt alle formules in het werkblad, waarbij het wisselt tussen de resultaten en de formules zelf. De 'T' staat hier voor 'Toggle', ofwel schakelen tussen weergaven.
Plaats de cursor op de plaats in de tabel waar u een kolom of rij wilt toevoegen.
Vernieuwen in de groep Gegevens of druk op Alt+F5. Tip: U kunt met de rechtermuisknop op de draaitabel klikken en Vernieuwen selecteren.
Klik op het tabblad 'Draaitabelhulpmiddelen | Analyseren' in de groep 'Berekeningen' op het item 'Velden, items en sets' en selecteer 'Berekend item...' in het vervolgkeuzemenu . Geef in het dialoogvenster 'Berekend item invoegen' de naam en de formule voor het berekende item op.
In MS Excel kunt u met de sneltoets CTRL + SHIFT + Plus (+) een nieuwe kolom invoegen vóór de geselecteerde kolom. De bestaande kolommen worden naar rechts verschoven, waardoor er ruimte ontstaat voor de nieuwe kolom. De ingevoegde kolom krijgt dezelfde opmaak als de kolom direct links ervan.
Druk op Alt+Enter om het regeleinde in te voegen.
Om het schema van een tabel te wijzigen met SQL Server Management Studio, klikt u in Object Explorer met de rechtermuisknop op de tabel en selecteert u Ontwerp. Druk op F4 om het venster Eigenschappen te openen. Selecteer in het vak Schema een nieuw schema . ALTER SCHEMA gebruikt een vergrendeling op schemaniveau.
Open op je computer een spreadsheet met een draaitabel. Klik op de pop-upknop Bewerken onder de draaitabel. Klik aan de rechterkant op Toevoegen (naast Filters). Kies vervolgens de gewenste optie.
Selecteer in de draaitabel het gewenste item. De tabbladen 'Draaitabel analyseren' en 'Ontwerp' worden nu in het lint weergegeven. Selecteer in het tabblad 'Ontwerp', in de groep 'Indeling', 'Lege rijen' en schakel vervolgens het selectievakje 'Lege regel invoegen na elk itemlabel' of 'Lege regel verwijderen na elk itemlabel' in .
Om meer gegevens aan de draaitabel toe te voegen, selecteert u een andere kolom, klikt u op het pijltje naast de kolomnaam en selecteert u vervolgens 'Gegevens toevoegen aan draaitabel' .