De andere kant van je elleboog (de binnenkant/buigzijde) heet de elleboogholte of elleboogplooi. Medisch gezien wordt dit gebied de cubitale fossa of antecubitale fossa genoemd. Reddit +2
Aan de binnenzijde van de arm bevindt zich in de humerus een groeve waardoor de N. ulnaris loopt, die bij een elleboogstoot een tinteling veroorzaakt in de ringvinger en de pink.
Het bestaat uit de bovenarm en de onderarm. Vrijwel alle gewervelde dieren hebben twee voorste (of bovenste) ledematen en twee achterste (of onderste) ledematen.
De elleboog of het ellebooggewricht (Latijn: articulatio cubiti) is het gewricht dat de verbinding vormt tussen de bovenarm en de onderarm. Het is een bijzonder gewricht omdat het één bot in de bovenarm met twee botten in de onderarm verbindt.
Het ellebooggewricht vormt de verbinding tussen de bovenarm en de onderarmsbotten, de ellepijp en het spaakbeen. De elleboog bestaat uit drie botten. De ellepijp (ulna), het spaakbeen (radius) en de bovenarm (humerus). Het ellebooggewricht is een scharniergewricht welke een buig- en strekbeweging kan maken.
Ellepijp. De ellepijp of ulna is in het menselijk lichaam het bot dat zich in de onderarm aan de zijde van de pink en de buitenkant van de elleboog bevindt. Het andere bot in de onderarm is het spaakbeen.
Pijn aan de elleboog is meestal te wijten aan overbelasting. Door overmatig gebruik of druk op het ellebooggewricht kunnen klachten ontstaan. Veel sporters en mensen met banen waarbij herhaalde bewegingen met de hand, pols en armen uitgevoerd worden kampen dan ook vaak met elleboog klachten.
Je ellebogen
Het prominente deel van de ellepijp, aan de punt van de elleboog, wordt het olecranon genoemd. De elleboog kan buigen (flexeren) en strekken (strekken), maar het gewricht tussen de bovenkant van het spaakbeen en de ellepijp, het proximale radio-ulnaire gewricht, is ook betrokken bij de rotatie van de onderarm.
De elleboog is het gewricht tussen de bovenarm en onderarm. In tegenstelling tot de bovenarm (humerus) bestaat de onderarm uit twee botten: het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna).
Technisch gezien kun je het gebied de elleboogplooi noemen. Elleboogplooi is een bijvoeglijk naamwoord dat "van of met betrekking tot het binnen- of vooroppervlak van de onderarm" betekent (in het Latijn betekent ante "voor" en cubitum "elleboog").
Het lichaam kan worden onderverdeeld in de bovenarm, elleboog, onderarm en pols . De menselijke bovenarm heeft vier belangrijke spieren, terwijl de onderarm er in totaal ongeveer acht heeft. Deze spieren vervullen vier hoofdfuncties voor het lichaam, waaronder: Flexie: het bewegen van de onderarm dichter naar de bovenarm in het ellebooggewricht.
De termen lateraal en mediaal worden gebruikt om een plaats of richting aan te geven. Lateraal verwijst naar de zij- of buitenkant en mediaal naar de binnenkant van het lichaam of een lichaamsdeel. Bijvoorbeeld de buitenzijde van de knie of het naar buiten bewegen van de arm.
Deze botten vormen drie gewrichten, het glenohumerale gewricht, Acromioclaviculaire gewricht (AC-gewricht) en het scapulothoracaal glijvlak. Het glenohumerale schoudergewricht is het gewricht tussen de ronde kop van de bovenarm en de kom (glenoïd) van het schouderblad.
Het olecranon
Het zorgt voor het scharnierende gedeelte van je elleboog, zodat deze kan buigen. Aan het olecranon zitten de pezen van de strekspier (de triceps). Wanneer de triceps aanspant, zal je onderarm strekken. Het olecranon is dus een belangrijk onderdeel van het strekapparaat van je elleboog.
Aan de binnenkant van de elleboog, is net als aan de buitenkant, een peesontsteking verreweg de meest voorkomende oorzaak voor de klacht. Deze klacht noemen wij epicondylitis medialis, maar heet ook wel een golferselleboog. Er zijn ook andere klachten die pijn geven aan de binnenkant de elleboog.
Bij pronatie draait de onderarm naar binnen (proost) en bij supinatie draait onderarm naar buiten (soep eten).
Epicondylus medialis is eigenlijk de anatomische benaming van de zijkant (binnenzijde) van de elleboog. De buitenzijde is weer de epicondylus lateralis.
Het distale radio-ulnaire gewricht (DRU) is het gewricht ter hoogte van de pols tussen het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Het spaakbeen draait om de ellepijp heen en deze worden bij elkaar gehouden door banden (ligamenten).
In je arm zitten drie smalle botten: het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen.
Het ellebooggewricht is de plek waar je opperarmbeen (humerus) en spaakbeen (radius) en ellepijp (ulna) samenkomen. Het verbindt je bovenarm met je onderarm. Je elleboog bevat ook kraakbeen, ligamenten, spieren, zenuwen en bloedvaten. Je elleboog kan in twee hoofdrichtingen bewegen.
De elleboog is een scharniergewricht dat bestaat uit drie botten: het opperarmbeen (humerus), de ellepijp (ulna) en het spaakbeen (radius) . De uiteinden van de botten zijn bedekt met kraakbeen. Kraakbeen heeft een rubberachtige consistentie waardoor de gewrichten gemakkelijk langs elkaar kunnen glijden en schokken kunnen absorberen.
Het ellebooggewricht wordt gevormd door 3 botten: de bovenarm (humerus), de ellepijp (ulna) & het spaakbeen (radius). Deze vormen elk met elkaar een gewricht. Het gewricht tussen radius en humerus noemt men het radiohumerale gewricht, gevormd door de radiuskop & het capitellum.
Symptomen. Pijnscheuten aan binnenzijde (golfelleboog) of aan de buitenzijde (tenniselleboog) van de elleboog, soms uitstralend naar onderarm, tijdens het uitvoeren van een bepaalde taak (bijv. gebruik van schroevendraaier, vaatdoek uitwringen...).
Welke aandoeningen van de elleboog zijn er?
De symptomen en kenmerken van een tennisarm zijn als volgt: