U moet uw voertuig ten minste vijf meter van de kruising parkeren. Parkeer voor zover mogelijk aan de zijkant van de weg. Parkeer niet (half) op de stoep.
De wet verbiedt bestuurders om binnen 20 voet van een zebrapad of kruispunt te parkeren om de veiligheid van voetgangers te bevorderen. Wanneer een auto te dicht bij de hoek van een kruispunt geparkeerd staat, wordt het voor een bestuurder moeilijker om iemand te zien die wacht om over te steken.
Wettelijk is het verboden om binnen 5 meter van een kruispunt langs de rijbaan te parkeren.
Kruispunten. U mag niet parkeren binnen 20 m van een kruispunt met verkeerslichten, tenzij een bord aangeeft dat dit mag . U mag niet parkeren binnen 10 m van een kruispunt zonder verkeerslichten, tenzij: een bord aangeeft dat dit mag.
Originele wettekst
Als bestuurder mag je je voertuig niet stil laten staan op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan.
U moet uw voertuig ten minste vijf meter van de kruising parkeren. Parkeer voor zover mogelijk aan de zijkant van de weg. Parkeer niet (half) op de stoep.
Maar als vuistregel kan een maximale snelheid van 15 km per uur worden aangehouden als maximale snelheid om over een verkeersdrempel te rijden. Over steilere verkeersdrempels zoals die van Roege Drempelhulpen gaat u met maximaal 10 km heen.
het verboden is te parkeren op minder dan 1meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen.
"De Wegenverkeerswet zegt dat je niet mag parkeren ' tegenover of binnen 10 meter (32 voet) van een kruispunt , behalve op een geautoriseerde parkeerplaats'. "De Wegenverkeerswet specificeert ook dat je niet mag parkeren in een bocht van de weg."
Kruispunten zonder verkeerslichten
Je mag niet stilstaan en niet parkeren op de rijbaan en op de berm: op kruispunten op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan.
Er wordt bijvoorbeeld vaak op de stoep geparkeerd. Dit soort parkeergedrag valt onder 'hinderlijk parkeren'. Weggebruikers horen te weten dat je niet op een stoep of voor een uitrit mag parkeren. Hiervoor zijn dus geen extra maatregelen, zoals gele strepen, extra borden, paaltjes of witte kruizen nodig.
Als je tussen twee auto's wil parkeren die voor en achter je staan, moet je zien dat je daarvoor voldoende plaats hebt. De wet zegt namelijk dat je minstens één meter afstand moet laten tussen jouw auto en de auto's die voor en achter je geparkeerd staan. Parkeren in een kleinere plaats is dus niet toegelaten.
Kruispunt of splitsing van wegen. Op grond van art 24 lid 1 sub a RVV is het verboden een voertuig te parkeren bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan. Denkbeeldig zou u de afslaande weg (inclusief eventuele stoep) op de doorgaande weg kunnen doortrekken.
Voorrangsregels op een kruising
De basisvoorrangsregel voor alle kruispunten is: verkeer van rechts heeft voorrang. Op een T-splitsing, viertakskruising, verkeersplein, rotonde: overal. Ténzij voorrangsborden en -tekens een andere situatie schetsen.
De berm is ook onderdeel van de weg en daar mag je dan ook niet stilstaan. Op een kruispunt of een overweg. Op een fietsstrook en op de rijbaan langs een fietsstrook. Op of binnen 5 meter van een oversteekplaats.
Terwijl u binnen 18 inches van de stoeprand wilt parkeren, moet u niet te dicht bij de stoeprand komen . Het raken van de stoeprand wordt beschouwd als een kritieke rijfout (automatische afkeuring). Wanneer u binnen 18 inches van de stoeprand bent en uw wielen recht staan, zet u uw auto in de parkeerstand en trekt u de handrem aan.
Binnen 5 meter van een bocht of kruising mag de auto niet staan. Brandputten en -kranen moeten vrij zijn.
Uitleg: Parkeer niet binnen 10 meter (32 voet) van een kruising (tenzij op een geautoriseerde parkeerplaats) . Dit is om bestuurders die uit de kruising komen of deze oprijden een duidelijk zicht te geven op de weg die ze opgaan. Het stelt hen ook in staat om gevaren te zien, zoals voetgangers of fietsers op de kruising.
Een goede vuistregel is om aan beide kanten van de oprit minstens één meter ruimte te laten. Deze ruimte zorgt voor een veilige in- en uitgang, vooral voor grotere voertuigen. Het gaat niet alleen om het volgen van de regels, maar ook om een goede buur te zijn en ervoor te zorgen dat iedereen veilig toegang heeft tot zijn eigendom.
Het gaat om een overtreding van de eerste graad. Het is hierbij irrelevant of de eigenaar al dan niet de politie heeft gecontacteerd. Van zodra de politie de overtreding vaststelt, riskeer je een boete, zelfs al heb je toestemming gekregen van de persoon voor wiens eigendom je geparkeerd staat!
De bekeuring voor verkeerd parkeren van een voertuig kost € 100. Voor het onterecht parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats is de hoogte van de boete € 400. Officieel heet een bekeuring een aankondiging of kennisgeving van beschikking en wordt ook wel proces verbaal genoemd.
Geteld vanaf de neus van de auto moet je minstens 5 meter afstand houden 'voor' het zebrapad. Opvallend is dat de wegcode niets vertelt over de afstand bij het parkeren 'achter' het zebrapad. Je krijgt met andere woorden geen boete als je minder dan 5 meter overhoudt als je parkeert 'achter' de oversteekplaats.
Kunstmatig verhoogd kruispuntsvlak, bedoeld om het gemotoriseerde verkeer met een lage snelheid te laten rijden. De toepassing van plateaus is veelal op erftoegangswegen (30 km/uur of 60 km/uur).
Transformationele veranderingen vinden vaak plaats in tijden waarin je 'ertussenin' zit. Tussen banen of tussen relaties bijvoorbeeld. Archetypisch gezien draait het bij het overschrijden van de drempel om het loslaten van iets of iemand om ruimte te creëren voor iets of iemand nieuws dat kan komen .
Een algemene richtlijn is om met een snelheid van ongeveer 10-15 km/u over een verkeersdrempel te rijden, zodat de auto langzaam over de drempel gaat en de schokken geleidelijk worden geabsorbeerd. Als de drempel hoger is, moet je nog langzamer rijden.