Bij het werkwoord rennen kunnen in de voltooide tijd zowel "hebben" als "zijn" worden gebruikt, afhankelijk van de nadruk in de zin:
Wat is juist: schrijf je Ik heb mijn telefoon vergeten of Ik ben mijn telefoon vergeten? Beide zinnen zijn mogelijk, maar de zin met het werkwoord hebben heeft hier de voorkeur. Er is een subtiel betekenisverschil tussen 'iets vergeten hebben' en 'iets vergeten zijn'.
Bewegingswerkwoorden, zoals rijden, fietsen en lopen, kunnen de handeling aangeven, maar ook de richting van de beweging. Als het om de handeling gaat, het resultaat of de ontstane situatie, gebruiken we hebben. Als het om de richting gaat, gebruiken we zijn: Wij hebben drie uur gereden.
#2066 Gratis nieuwsbrief voor taalliefhebbers. 'Diverse onderwerpen zijn de revue gepasseerd' en 'Diverse onderwerpen hebben de revue gepasseerd' zijn allebei juist. Wel is de revue gepasseerd zijn iets gebruikelijker dan de revue gepasseerd hebben.
ik ben op mijn fiets gesprongen. Ik heb de hele dag in die auto gereden. Ik ben met die auto naar Antwerpen gereden. Voor werkwoorden zoals vallen en zinken kunnen we alleen zijn gebruiken.
Zowel zijn nagegaan als hebben nagegaan is juist. Het werkwoord nagaan kon lange tijd alleen vervoegd worden met zijn.
Beide zinnen zijn juist, maar er is een betekenisverschil. 'Ze is door de duinen gefietst' betekent dat ze, op weg ergens naartoe, een route heeft gevolgd die door de duinen ging. 'Ze heeft door de duinen gefietst' betekent dat ze een tijdje is gaan fietsen, door de duinen ā al dan niet met een doel voor ogen.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').Ā
Wat is juist: 'Ik heb zijn naam vergeten' of 'Ik ben zijn naam vergeten'? 'Ik ben zijn naam vergeten' heeft de voorkeur. Als vergeten de betekenis 'niet meer weten' heeft, zijn 'ik ben het vergeten', 'wij zijn het vergeten', enz. het best.
Er is geen verschil in betekenis . Het zijn gewoon verschillende niet-finitieve vormen van het werkwoord 'zijn'. 'Niet-finitief' betekent dat deze vormen geen tijdsaanduiding hebben ā ze zijn tijdloos. 'Zijn' is de infinitiefvorm, net als de infinitieven 'hebben', 'doen', 'maken', enzovoort.
Standaardtaal is "Ik heb gewonnen", omdat 'winnen' een overgankelijk werkwoord is en dus met 'hebben' wordt vervoegd, net zoals bij 'Ik heb de wedstrijd gewonnen'. In BelgiĆ« wordt 'Ik ben gewonnen' soms gebruikt in een informele context of om het gevoel van de overwinning te benadrukken (bv. 'Ik ben helemaal gewonnen voor die aanpak'), maar in Nederland is 'hebben' altijd correct.Ā
Het woord gerend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Het correcte woord is gebeld, de 't' in "gebelt" is fout; het voltooid deelwoord van het werkwoord 'bellen' wordt gevormd met een 'd', net zoals in "belde" (onvoltooid verleden tijd) of "heeft gebeld", omdat 'bellen' een zwak werkwoord is.
Ā
en lange adem hebben ((iets) lang volhouden) buiten adem zijn (lucht te kort komen) `Ik heb zo hard gerend, ik ben buiten adem.
Wat is goed: 'Wij zijn de werkzaamheden aangevangen' of 'Wij hebben de werkzaamheden aangevangen'? 'Wij hebben de werkzaamheden aangevangen' is juist. Het werkwoord aanvangen kan 'ergens mee beginnen, iets beginnen te doen' betekenen.
Toelichting. Uitpluizen is een sterk werkwoord. Bij de vervoeging van sterke werkwoorden verandert de stamklinker: ik pluis uit wordt in de verleden tijd ik ploos uit en in de voltooide tijd ik heb uitgeplozen. Bij sommige werkwoorden is zowel een sterke als een zwakke vervoeging mogelijk.
Wat is de verleden tijd van stelen? De verleden tijd van āstelenā is āstalā in het enkelvoud en āstalenā in het meervoud. Stelen is een sterk (onregelmatig) werkwoord, want de klank van stelen verandert in de verleden tijd (de e wordt a). Het voltooid deelwoord van stelen is āgestolenā.
Bij het vervoegen van een werkwoord neem je altijd de stam: onthouden - onthoud.