Ja, trypofobie (vaak 'trypo' genoemd) bestaat echt, al wordt het niet officieel erkend als een fobie in de DSM-5 (het handboek voor psychiatrische diagnoses). Het is een reële, wetenschappelijk onderzochte aandoening waarbij mensen een intense afkeer, walging of angst ervaren bij het zien van patronen van kleine gaatjes of bultjes die dicht op elkaar zitten. PubMed Central (PMC) (.gov) +2
1 op de 10 heeft last van trypofobie of 'angst voor gaatjes' (en dat is niet enkel de schuld van sociale media) 10 procent van de mensen lijdt aan een vorm van trypofobie, een angst voor gaatjes. Dat blijkt uit een studie van de Universiteit van Essex.
De top 5 grootste angsten varieert, maar vaak genoemde angsten zijn spinnen (arachnofobie), hoogtevrees, sociale angst (sociale fobie), dieren (slangen, honden) en specifieke situaties zoals kleine ruimtes (claustrofobie), vliegen, de tandarts en alleen thuis zijn (donker). Algemeen psychologisch gezien zijn er ook diepere angsten zoals verlies van identiteit, betekenis, autonomie, en angst voor de dood.
Dit wordt ook wel een fobie voor gaatjes, oftewel trypofobie, genoemd. Volgens onderzoek leidt 10% van de mensen wereldwijd aan trypofobie.
Trypofobie houdt in dat je een afkeer hebt van het kijken naar een verzameling van kleine en ronde vormen. Het wordt ook wel gaatjesfobie genoemd. Mensen met trypofobie ervaren visueel ongemak wanneer ze kijken naar objecten die kleine ronde vormen hebben.
Net als de meeste andere fobieën wordt trypofobie niet genoemd of 'opgesomd' in de DSM-5 . Trypofobie voldoet echter wel aan de definitie van een specifieke fobie; een fobie die bovendien niet ongewoon is.
Psychosomatische klachten bestaan dus uit een combinatie van geestelijke en lichamelijke klachten. Een klacht wordt psychosomatisch genoemd als je geest je lichaam ziek maakt. Je lichamelijke klachten worden getriggerd door psychische factoren.
Deze vijf fobieën zijn minder bekend, maar bezorgen toch een hoop mensen bibberende knieën.
Bij die ziektes ontstaan kleine gaatjes in de huid. De sterke afkeer zou dus een natuurlijke reactie kunnen zijn om ziekte te vermijden. Ook kan het idee dat er iets uit de gaatjes kruipt een naar gevoel oproepen. Mensen met deze angst zijn onbewust bang voor parasieten of besmettelijke ziektes.
Gyn(aec)ofobie, ook wel horror feminae is een specifieke fobie voor vrouwen. De naam is afkomstig van het Griekse γυνή guné, vrouw en φόβος phóbos, angst.
Bij angst zijn er vaak verstoringen in de balans van neurotransmitters zoals een tekort aan de kalmerende stof GABA en het stemmingregulerende serotonine, terwijl stresshormonen als adrenaline en cortisol juist teveel aanwezig kunnen zijn, waardoor je lichaam in een vecht-of-vlucht-modus schiet. Ook een disbalans in dopamine speelt een rol, waarbij het beloningssysteem minder goed werkt.
Tien ongebruikelijke fobieën
Arachnofobie – Angst voor spinnen
Ongeveer 5-10% van de wereldbevolking heeft last van arachnofobie, de angst voor spinnen. Deze fobie staat bovenaan de lijst van meest voorkomende fobieën. Mensen met deze aandoening ervaren vaak paniek, zweten of zelfs verlamming bij het zien van spinnen, ongeacht hun grootte of ongevaarlijkheid.
Trypofobische reacties kunnen worden verklaard als onbewuste reflexreacties die zich in de loop der tijd hebben ontwikkeld als overlevingsmechanismen om gevaar of ziekte te vermijden . Beelden van giftige dieren, zoals slangen of insecten met een opvallende huid of geclusterde lichaamsdelen, kunnen bijvoorbeeld trypofobische reacties oproepen.
In Nederland wordt 16-27% van de kinderen gepest. Op de leeftijd van 8-11 jaar komt pesten het meest voor. Meer jongens dan meisjes pesten of worden gepest, vooral op jonge leeftijd.
Angsten kunnen kortdurend zijn, maar ook langdurend, soms zelfs levenslang. Als een angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis. Sommige van deze aandoeningen worden fobie genoemd.
De aandoening staat bekend als trypofobie; iemand die bang is voor onregelmatige patronen of clusters van kleine gaatjes. Hoewel de fobie (nog) niet in de wetenschappelijke literatuur is opgenomen, is de angst voor kleine gaatjes wel degelijk een diepgewortelde angst waar Kendall Jenners aan lijdt.
Voor de meeste kinderen is pesten vooral een manier om meer (sociale) status en aanzien in een groep te verkrijgen. Ook kan pesten kan een manier zijn voor kinderen om te experimenteren met sociale vaardigheden en te testen welke gedrag wel en niet acceptabel is.
Hoewel er geen genezing bestaat voor welke fobie dan ook , zijn er wel stappen die je kunt ondernemen om controle te krijgen over datgene wat je stress en angst veroorzaakt. Enkele van de beste behandelingen voor trypofobie zijn: blootstellingstherapie (desensibilisatie). Niet iedereen kan blootstellingstherapie verdragen, omdat het betekent dat je iets moet doen wat je van streek maakt.
Hexakosioihexekontahexaphobia is de angst voor het getal 666. Deze fobie is verwant aan triskaidekaphobia, oftewel de angst voor het getal 13, en vindt zijn oorsprong in zowel religieuze overtuigingen als bijgeloof.
Thanatofobie is een specifieke fobie die wordt gekenmerkt door een intense angst voor de dood en alles wat ermee geassocieerd wordt.
Hoewel het niet vaak voorkomt, kan bananenfobie worden veroorzaakt door het zien of ruiken van de vrucht en kan leiden tot ernstige symptomen zoals angst en misselijkheid.
Syndroom van Münchhausen: symptomen
De patiënt kan fysieke klachten faken en overdrijven (zoals hoofdpijn, buikpijn, toevallen, enz.). De patiënt kan zichzelf vergiftigen of verwonden om ziek te lijken (bijvoorbeeld een wond toebrengen en opzettelijk infecteren).
Verdriet voel je vaak in de borst, keel, schouders en buik, met een zwaar, beklemd gevoel, een brok in de keel, of maagklachten. Het kan zich ook uiten als vermoeidheid, hoofdpijn, of een algemene zwaarte in het lichaam, omdat het lichaam emotionele stress opslaat als fysieke spanning.
Wat zijn enkele tekenen dat ik mogelijk een hersenaandoening heb? "Enkele symptomen die patiënten vertonen zijn geheugenproblemen, concentratieproblemen, piekeren, slapeloosheid, hoofdpijn en somberheid ", aldus dr. Karla Maltez.