Ja, Phaedrus van Myrrhinous (ca. 5e eeuw v.Chr.) was een echt, historisch persoon in het oude Athene. Wikipedia
CriticaLink | Plato: Phaedrus | Overzicht
Hoewel hij een daadwerkelijk historisch figuur en Plato's leraar was , is de Socrates die in de Phaedrus voorkomt tot op zekere hoogte een door Plato bedacht personage.
Phaedrus (eerste helft van de 1e eeuw n. Chr.), was een vermaard Latijns fabeldichter en waarschijnlijk een (vrijgelaten) Thracische of Macedonische slaaf.
Phaedrus is een Atheense retoricastudent van in de twintig, die een grote passie heeft voor het beluisteren van toespraken . Aan het begin van de dialoog is hij vooral bezig met de oppervlakkige kenmerken van toespraken, met name Lysias' toespraak over de liefde, die hij probeert uit zijn hoofd te leren.
Phaedo beschouwt de dood en de onsterfelijkheid van de ziel. Phaedrus onderzoekt de psychologie van de liefde . Symposium reflecteert op de ultieme manifestatie van de liefde die de wereld beheerst, en De Republiek overdenkt de maatschappij en de rol van de filosoof daarin.
Tijdens zijn verblijf in Chicago krijgt Phaedrus een zenuwinstorting en wordt hij opgenomen in het ziekenhuis en onderworpen aan elektroshocktherapie . Na deze therapie verandert het bewustzijn van Phaedrus in dat van de verteller.
Er is geen bewijs dat het symposium daadwerkelijk heeft plaatsgevonden , en er wordt gespeculeerd dat in ieder geval de details van de gelegenheid, zo niet de gelegenheid zelf, door Plato zijn verzonnen. Met dit in gedachten kunnen we de artistieke structuur van Plato's verhandeling over de liefde wellicht beter doorzien.
'En wat is goed, Phaedrus, en wat is niet goed ? Moeten we iemand vragen om ons dat te vertellen? ' Een uitstekende vraag, afkomstig uit een dialoog van Plato – of bijna, dat wil zeggen, bijna gesteld onder een plataan, door onze oude vriend Socrates in gesprek met zijn incidentele gesprekspartner Phaedrus.
De Phaedrus (/ˈfiːdrəs/; Oudgrieks: Φαῖδρος, geromaniseerd: Phaidros), geschreven door Plato, is een dialoog tussen Socrates en Phaedrus, een gesprekspartner in verschillende dialogen. De Phaedrus werd vermoedelijk rond 370 v.Chr. geschreven, ongeveer in dezelfde tijd als Plato's Republiek en Symposium.
Plato (Platoon in het Grieks) werd omstreeks 427 vóór Christus in Athene geboren uit een aristocratisch geslacht. Het was zijn aanvankelijke ambitie zich toe te leggen op het stadsbestuur. Daar zag hij vanaf omdat hij zich niet kon verenigen met de toen heersende democratie van Athene.
Gaius Julius Phaedrus (/ˈfiːdrəs/; Oudgrieks: Φαῖδρος; Phaîdros) of Phaeder (ca. 15 v.Chr. – ca. 50 n.Chr. ) was een Romeinse fabeldichter uit de 1e eeuw n.Chr. en de eerste die een verzameling fabels van Aesopus in het Latijn op rijm zette.
Over de historiciteit van Petrus is geen twijfel. Biografische gegevens over Petrus worden hoofdzakelijk gevonden in het Nieuwe Testament, vooral in de evangeliën en Handelingen. De evangeliën zijn echter (vrijwel zeker) geschreven na Petrus' dood en vormen een mengsel van historische herinnering en latere verdichting.
Ook hier heet hij in eerste instantie Simon, maar Jezus geeft hem vrijwel direct een nieuwe naam: Cefas. Die naam is afgeleid van het Aramese woord voor rots (kepa). Aangezien het Nieuwe Testament geschreven is in het Grieks, is deze naam 'vergriekst' tot Petrus (petra betekent rots).
De Griekse filosoof Socrates (469-399 v. Chr.) wordt beschouwd als de vader van de filosofie. Hij is vooral bekend via de dialogen van Plato en Xenophon, waarin hij gesprekken voert over filosofische onderwerpen.
Phaedrus, wiens naam zich laat vertalen als "helder" of "stralend", met name in de zin van het licht op iets laten schijnen, "onthullen" in de vroegste etymologie, werd ergens halverwege de 5e eeuw v.Chr. geboren in een welgestelde familie en was de neef van Plato's stiefbroer Demos.
Phaedrus, romeinse fabeldichter uit de eerste helft van de 1e eeuw nC. Van origine een macedonische slaaf, ontving hij te Rome een goede opvoeding en werd keizerlijk vrijgelatene; omtrent zijn leven is alleen bekend wat hij er zelf in zijn werk over zegt.
"Phaedra" is een klassieke tragedie van de Franse toneelschrijver Jean Racine, die voor het eerst werd opgevoerd in 1677. Het stuk is gebaseerd op de Griekse mythologie en vertelt het verhaal van Phaedra, de vrouw van Thésée, die een verboden en overweldigende passie ontwikkelt voor haar stiefzoon Hippolyte.
Plato, afkomstig uit een vooraanstaande Atheense familie, leek voorbestemd voor een loopbaan in de politiek, maar toen hij op twintigjarige leeftijd kennismaakte met Socrates, zijn latere leermeester, gaf hij de voorkeur aan de filosofie.
Deze goddelijke gave van waanzin is inspiratie, waarvan Socrates vier verschillende soorten onderscheidt: profetie, telestische waanzin, poëtische waanzin en liefdeswaanzin .
Beroemde uitspraken van Plato:
Kleine mensen praten over anderen. Zonde is ziekte, lelijkheid en zwakte tegelijk. Een goed advies dat door iedereen in een staat aanvaard wordt heet een wet. Het einde van de oorlog kunnen alleen doden zien.
Plato was een leerling van Socrates en leraar van Aristoteles.
Plato staat bekend als de filosoof van de rede. Toch wemelt zijn werk van de mythische, bijna sprookjesachtige verhalen. Denk aan de beroemde allegorie van de grot, het beeld van de ziel als een tweespan, of de bolletjesmensen uit het Symposium.
Plato had koorts en beklaagde zich over een Thracische slavin toen zij onritmisch op haar fluit speelde; kort daarna zou hij zijn overleden. Hij zou begraven zijn in de tuin van de Academie, vlakbij het mouseion.
Volgens Plato lag Atlantis midden in de Atlantische Oceaan, ongeveer op de plek waar nu de Azoren liggen, tussen Europa en Amerika. Daarom heeft de zee de naam 'Atlantische Oceaan' gekregen.
Volgens Plato was echte liefde alleen mogelijk tussen 'gelijken'. Gelijken waren diegenen die over gelijke rechten en status beschikten, of konden beschikken. Vrouwen hoorden hier in het oude Athene niet bij, en daarom was volgens Plato echte liefde tussen man en vrouw niet mogelijk.