Hier is het vervoegingsrijtje van het onregelmatige hulpwerkwoord zullen in de onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) en onvoltooid verleden tijd (OVT).
Ook in Nederland wordt gaan weleens gebruikt in combinatie met die werkwoorden, maar voor veel taalgebruikers is dat niet acceptabel. Standaardtaal in het hele taalgebied is zullen of de tegenwoordige tijd.
Het is altijd gewild (met een 'd'), omdat het voltooid deelwoord van het werkwoord 'willen' onregelmatig is en niet de 't' krijgt volgens de 't kofschip'-regel; de stam van 'willen' is 'wil', maar het voltooid deelwoord is 'gewild', niet 'gewilt'. Je schrijft het dus als 'ik heb gewild', 'jij hebt gewild', 'hij heeft gewild', enzovoort.
Werkwoorden "zullen"
Zullen en zouden gebruiken we op verschillende manieren.
"Vult" is de correcte vorm in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het vult, jij vult), terwijl "vuld" een verouderde vorm is, en "gevuld" het voltooid deelwoord is (bv. "heeft gevuld"). Je gebruikt "vult" voor het actieve werkwoord in het nu, en "gevuld" om een toestand aan te geven die voltooid is (bv. "de emmer is gevuld").
Het werkwoord zullen is een bijzonder werkwoord. Het is een zogenoemd 'modaal werkwoord', wat inhoudt dat het vooral iets zegt over de intentie van de zin. Andere modale werkwoorden zijn hoeven, kunnen, moeten, mogen en willen.
ik suis, jij suist, hij suist, wij suizen. ik suisde, wij suisden. ik heb gesuisd.
Het woord zullen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Zullen wordt gebruikt als hulpwerkwoord voor de toekomstige tijd . Dit betekent dat het altijd voorafgaat aan (en een ander werkwoord ondersteunt).
Uitdrukkingen. Go Dutch, waarbij iedereen zijn eigen rekening betaalt : ook wel go dutch. Een diner waarbij iedereen zijn eigen rekening betaalt. In het Nederlands: in de problemen zitten of in ongenade vallen (bij iemand).
Het correcte is verhoogd (met een d), omdat de stam van het werkwoord 'verhogen' eindigt op een 'g', wat geen letter uit het 'kofschip' (k, f, sch, p) is, en het voltooid deelwoord altijd een 'd' krijgt als de stam niet op een letter uit het 'kofschip' eindigt. Je gebruikt 'verhoogd' als voltooid deelwoord in combinatie met 'hebben' of 'zijn', zoals in 'het is verhoogd' of 'ik heb het verhoogd'.
Het is konden (meervoud) en kon (enkelvoud) in de verleden tijd; 'konnen' is een foutieve spelling, maar de verwarring is logisch omdat 'kunnen' in de tegenwoordige tijd ook 'kunnen' (meervoud) en 'kan' (enkelvoud) heeft. 'Konden' gebruik je voor 'wij', 'jullie' en 'zij', terwijl 'kon' voor 'ik', 'jij' en 'hij/zij/het' is.
Nou… 'Wouden' is niet helemaal fout. Het Witte Boekje keurt het goed en Het Groene Boekje noemt het spreektaal, maar keurt het niet af.
Mensen zeggen 'hij wilt' omdat het onlogisch voelt dat 'willen' een uitzondering is op de regel 'stam + t' bij de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het). Hoewel 'hij wil' grammaticaal correct is, is 'hij wilt' in de spreektaal populair, omdat het past bij de regel van andere werkwoorden (zoals 'hij loopt', 'hij werkt'). Het is een onregelmatig werkwoord waarbij de vorm 'wil' historisch gezien uit de aanvoegende wijs (subjunctief) komt, waar geen '-t' aan toegevoegd werd, maar taalgebruikers neigen naar regelmatige vormen.
Zullen gebruik je wel als je een voorstel doet (Zullen we vanmiddag even overleggen?) of als je een waarschijnlijkheid uitdrukt – je combineert het dan vaak met wel (De getallen zullen wel kloppen).
De 12 woordsoorten in het Nederlands zijn: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, bijwoord, lidwoord, voorzetsel, voegwoord, telwoord, tussenwerpsel, en vaak worden ook de hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden apart genoemd, of worden de voornaamwoorden (persoonlijk, bezittelijk, vragend, etc.) en werkwoorden (zelfstandig, hulp-, koppel-) verder uitgesplitst, wat tot ongeveer 12 of meer categorieën kan leiden.
Wat maakt een goede zin?