Ja, autistische mensen kunnen zeker afwezig zijn, dromerig overkomen of "zoning out" ervaren. Dit staat bekend als een bekend verschijnsel binnen het autistisch spectrum en heeft vaak te maken met hoe hun hersenen informatie verwerken. Autism Parenting Magazine
Iederéén is een beetje autistisch
Een beetje autistisch bestaat niet. Of je hebt autisme, of je hebt het niet. Desondanks komt het regelmatig voor dat mensen aangeven kenmerken die bij autisme passen, bij anderen of zichzelf te herkennen.
Andere persoonlijke factoren, zoals sensorische vermijding en een hoge mate van camouflage, worden ook in verband gebracht met eenzaamheid. Omgevingsfactoren spelen eveneens een rol. Met name het gebrek aan begrip en acceptatie van autisme in de samenleving kan leiden tot gevoelens van sociaal isolement en uitsluiting.
Als ze boos zijn, dan zijn ze boos. Ze worden helemaal in beslag genomen door dat absolute gevoel. Daardoor zijn ze blind voor andere elementen in hun omgeving, die dat wat ze voelen in een ruimer kader situeren en dus zouden kunnen relativeren. Daardoor hebben ze veel minder controle over hun gevoelens.
Mensen met autisme en PDA hebben heel veel moeite met allerlei verwachtingen die op hen gelegd worden. Veel verwachtingen veroorzaken spanning, ongemak, afweer en angst. Het kan als zo bedreigend overkomen, dat iemand verwachtingen tracht te vermijden.
Mensen met autisme uiten namelijk meer negatieve gevoelens omdat ze meer negatieve ervaringen hebben. Door hun anders denken, hun anders begrijpen van de wereld, ervaren ze heel wat meer frustraties dan mensen zonder autisme.
De zessecondenregel voor autisme is een communicatiestrategie waarbij een verbale aanwijzing of instructie één keer wordt gegeven, waarna ongeveer zes seconden wordt gewacht voordat er opnieuw een aanwijzing wordt gegeven of een reactie wordt verwacht . Deze pauze geeft mensen met autisme extra tijd om de informatie te verwerken, waardoor de druk afneemt en het begrip verbetert.
Naast de uitdagingen zien we ook de kracht van autisme binnen relaties. Juist door de behoefte aan eerlijkheid, trouw aan principes en oog voor detail, ontstaan er vaak diepe verbindingen. De wens om elkaar echt te begrijpen is sterk en dat maakt de liefde krachtig, ook als het ingewikkeld is.
De meest voorkomende redenen die neurotypische waarnemers noemden toen ze oordeelden dat ze autistische personen niet aardig vonden, waren (1) de waargenomen onhandigheid van de persoon , (2) de wens om niet met de persoon te praten, (3) het feit dat de persoon onaangenaam overkwam, en (4) het waargenomen vermogen (of gebrek daaraan) van de persoon om empathie te tonen.
Tijd doorbrengen met anderen is iets wat veel mensen als waardevol en positief ervaren. Het is een mythe dat autistische mensen geen vrienden willen en 'eenlingen' zijn. Dit is simpelweg niet het geval voor de meesten, maar sommige mensen raken om uiteenlopende redenen wel sociaal geïsoleerd.
Een van de theorieën, de amygdala-theorie genoemd, stelt dat verminderd oogcontact wordt veroorzaakt doordat de amygdala, een deel van de hersenen, niet goed werkt. Volgens deze theorie herkent de amygdala de ogen van andere mensen niet als iets belangrijks en daarom maken mensen met autisme minder oogcontact.
Autistische mensen uiten hun emoties vaak op een andere manier dan neurotypische mensen. Dat is met een rouwproces niet anders. Sommige autistische mensen internaliseren rouw heel erg, trekken zich terug of storten zich obsessief op een speciale interesse.
Maar oud worden is bij uitstek een onvoorspelbaar proces en daardoor lopen senioren met autisme vaak vast. Zij merken het bijvoorbeeld sneller op wanneer hun hoofd of lijf achteruitgaan. En maken zich vervolgens drukker dan mensen met een niet-autistisch brein over het onvoorspelbare verloop van die aftakeling.
Anders ervaren en uiten
Dit sociaal complexe spel is zeker ingewikkeld voor mensen met autisme en wordt door hen vaak als 'toneel' omschreven. Kortom, mensen met autisme laten wel degelijk bepaalde vormen van empathie zien, maar er lijkt vooral sprake van anders ervaren (van teveel tot te weinig) en anders uiten.
Positiviteit en voordelen van autisme!
Ja, je kan zeker een goede vriend(in) zijn als je autisme hebt . Net als mensen zonder autisme heb je sterke punten die je een waardevolle vriend(in) maken. Veel mensen met autisme vinden vriendschap belangrijk.
Mensen met autisme kunnen vastlopen in hun hoofd door hun andere manier van waarnemen en denken, en doordat ze zich proberen te conformeren aan de manier waarop neurotypische mensen zich gedragen. Als het te veel wordt, kunnen ze uiteindelijk exploderen of juist in zichzelf keren.
Autisme wordt vooral geassocieerd met beperkingen, terwijl er ook regelmatig sprake is van talenten. Deze komen voor bij 28,5% tot 62,5% van de mensen met autisme. Hierbij lijkt het vooral te gaan om een zeer goed ontwikkeld geheugen, of om excellente rekenkundige, creatieve, auditieve of verbale vaardigheden.
Volwassenen met autisme hebben regelmatig last van woedeaanvallen. Hun woedeaanvallen worden opgewekt door algemene situaties, zoals irritatie in het verkeer, maar ook door specifiek aan autisme gerelateerde situaties, zoals overprikkeling en communicatieproblemen.
Autisme is in hoge mate erfelijk, zo blijkt uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken. Een recent, grootschalig onderzoek in vijf verschillende landen laat zien dat autisme voor naar schatting 80% erfelijk is bepaald. Eerdere onderzoeken, onder meer onder tweelingen, lieten vergelijkbare percentages zien.
11 januari 2019 – Een nieuw onderzoek van psychologen aan de universiteit van Kent toont voor het eerst aan dat volwassenen met autisme complexe emoties zoals spijt en opluchting bij anderen net zo makkelijk kunnen herkennen als mensen zonder de aandoening.
Met autisme moet je aan dezelfde eisen voldoen voor het behalen van je rijbewijs als ieder ander. Alleen de weg ernaar toe en de begeleiding is nét wat anders. De uitdagingen voor autisme en autorijden liggen in het snel verwerken van informatie, vooruit plannen in het verkeer en het herkennen van samenhang.
Studies laten zien dat leerlingen met autisme doorgaans beter presteren op feitelijke rekenvaardigheden, zoals het snel kunnen beantwoorden van simpele rekensommen, maar moeite hebben met taken die meer cognitieve flexibiliteit en redeneren vereisen, zoals wiskundige inferenties en probleemoplossing.
Hoewel volwassenen met autisme zonder specifieke slaapstoornissen gemiddeld even lang en even goed slapen als neurotypische volwassenen, hebben ze wel meer moeite om in slaap te komen, worden ze 's nachts vaker wakker, liggen ze een langere tijd wakker in bed en is hun slaap-waakritme minder stabiel.