Ja, volgens Marcus 7:19 (NBV) verklaarde Jezus alle voedsel rein, waarmee Hij de focus verlegde van uiterlijke spijswetten naar innerlijke reinheid. Hij leerde dat voedsel niet onrein maakt, omdat het niet in het hart komt, maar in de maag. Dit betekende een fundamentele verschuiving in de joodse wetten.
Romeinen 14 - Herziene Statenvertaling - DagelijkseBroodkruimels. Aanvaard dan wie zwak is in het geloof, maar niet om over meningsverschillen te strijden. De een gelooft wel dat hij alles eten mag, maar wie zwak is, eet plantaardig voedsel. Wie wel alles eet, moet hem niet minachten die niet alles eet.
Laten we nog eens kijken naar onze tekst, Marcus 7:18-19: "Niets dat van buitenaf een mens binnenkomt, kan hem onrein maken, want het komt niet in zijn hart, maar in zijn maag en verlaat dan zijn lichaam. En Jezus heeft gezegd dat alle voedsel rein is ." Paulus zei hetzelfde over voedsel.
het varken, want het heeft wel gespleten hoeven, maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein' (Lev. 11:7-8; vgl. Deut.
Lucas 22:14 beschrijft het begin van het Laatste Avondmaal, waarbij Jezus met zijn apostelen aan tafel gaat voor het Paasmaal, en Hij aangeeft vurig verlangd te hebben dit te vieren voordat Hij gaat lijden, wat de setting creëert voor de instelling van het Avondmaal en de gebeurtenissen die volgen.
'Beseft u wel wat u zegt, als u Mij goed noemt? ' vroeg Jezus. 'Er is toch niemand goed behalve God?
27 Jezus zei: "Luister naar wat Ik zeg: houd van je vijanden en wees goed voor de mensen die je haten. Dit zei Jezus in een tijd dat Israël overheerst werd door de Romeinen! 28 Zegen de mensen die je vervloeken, en bid voor de mensen die je slecht behandelen.
Jezus verklaart dus alle voedingsmiddelen rein, ongeacht de traditionele wassing. Wanneer de NLT zegt dat elk voedsel aanvaardbaar is in Gods ogen, is dat volkomen correct. Varkensvlees werd in deze context nooit als voedsel beschouwd, noch door Jezus, noch door de Farizeeën.
Onrein voedsel is bijvoorbeeld vlees waar nog bloed inzit, vlees dat afkomstig is van niet-herkauwende dieren met gespleten hoeven of dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven. Varkens, hazen en konijnen zijn dus uitgesloten.
Ook zei God: 'Hierbij geef Ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. ' Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef Ik je, zoals Ik je ook de planten heb gegeven. Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten.
Volgens de Joodse wet is alle vis met vinnen en schubben koosjer . De vis die commercieel als tonijn wordt verkocht, valt in deze categorie en mag daarom in een Joods huishouden worden gegeten. In tegenstelling tot vlees of gevogelte hoeft vis niet geslacht of gezouten te worden.
Al eerder heeft Jezus een menigte mensen te eten gegeven (Marcus 6,35-45). Toen waren het vijf broden en twee vissen, waarmee Hij vijfduizend mensen voedde. Twaalf korven bleven er over. Deze getallen staan symbool voor Israël: vijf boeken van de Tora en twaalf stammen.
Lucas beschrijft hier dat Petrus een visioen ontving waarin hem werd opgedragen onreine dieren te doden en op te eten. Petrus was geschokt door deze instructie en weigerde de spijswetten van de Torah te overtreden: " Geenszins, Heer, want ik heb nog nooit iets gegeten dat onrein of onheilig is" (Handelingen 10:14).
Ze zijn onrein. Want ze hebben wel gespleten hoeven, maar ze herkauwen niet. Al die dieren mag je niet eten. En je mag ze ook niet aanraken als ze dood zijn.
Dit is wat Jezus zei: "Begrijpt u dan niet dat alles wat een mens van buitenaf binnenkrijgt, hem niet kan verontreinigen, omdat het niet in zijn hart maar in zijn maag komt en weer wordt uitgescheiden, waardoor alle voedselsoorten gereinigd worden?" (verzen 18-19). Daar heb je het, zeggen sommigen. Jezus heeft alle voedselsoorten gereinigd – dus alle vleessoorten zijn nu geoorloofd om te eten.
Hij antwoordde: 'Begrijpen jullie dan nog steeds niet waar ik het over heb? Jullie weten toch zeker dat het voedsel dat je in je mond stopt je niet onrein kan maken. Het komt niet in je hart terecht, maar in je maag en verlaat zo je lichaam.' Hiermee bedoelde Jezus dat alle voedsel geschikt is om te eten.
De kwade geesten zeiden tegen Jezus: 'Als je ons wegjaagt, mogen we dan alsjeblieft in die varkens gaan? ' Jezus zei tegen hen: 'Ga weg! ' De kwade geesten gingen weg uit de twee mannen en gingen in de varkens. Toen renden de varkens van de steile berg af, en vielen in het meer.
"Als je zelf geen gewetensbezwaren tegen het eten van halalvlees hebt, kun je halalvlees gewoon eten. Maar als je dat in een kring van medechristenen doet en sommige mensen hebben daar wél moeite mee, of het zou een groot probleem voor hen kunnen worden, dan ga je naar een andere slager."
Eet alleen zoveel als je nodig hebt, anders raak je verzadigd en moet je overgeven (Spreuken 25:16). Verschillende Bijbelpassages zeggen ons dat we in alles gematigd moeten zijn (Spreuken 23:19-21; 1 Korintiërs 9:25). Christenen zouden gulzig eten moeten vermijden.
Honden waren onrein en daarom werden ze in Israël een synoniem voor heidenen. Jezus gebruikt de naam 'hond' op die manier (Matteüs 15:26). Op een ander moment zegt Jezus dat je het heilige niet aan de honden moet geven (Matteüs 7:6). Het 'heilige' doelt daar op offervlees of ander aan God gewijd voedsel.
Zijn er voedingsmiddelen die een christen niet mag eten? Ja, de Bijbel leert dat er vleessoorten zijn die als 'onrein' (of ongeschikt) voor menselijke consumptie worden beschouwd. Dit zijn onder andere varkensvlees, schaaldieren en het vlees van bepaalde dieren, zeedieren en vogels.
Christenen mogen varkensvlees eten omdat de wetten die in het Oude Testament (Leviticus staat in het OT) speciaal aan het vlok Israël zijn gegeven, niet meer gelden. In het Nieuwe Testament staat er dat we niet meer de wetten hoeven te houden. Dus daarom eten christenen wel varkensvlees.
Markus 14:25: Jezus zegt: "Voorwaar, Ik zeg u, Ik zal nooit meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot die dag." Onbewerkt druivensap wordt altijd wijn, en pasteurisatie werd pas in de 19e eeuw geïntroduceerd. Jezus dronk wijn.
32 Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. 33 En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.
26 Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.