Afhankelijk van de zwaarte van het strafbare feit wordt een zaak voorgelegd aan één of drie rechters. Tijdens de strafzitting vertelt de officier van justitie waarvoor de verdachte terechtstaat. Vervolgens ondervraagt de rechter de verdachte over de zaak. Ook de officier krijgt de gelegenheid vragen te stellen.
De officier van justitie beoordeelt of alle feiten duidelijk zijn. Ook beoordeelt hij hoe sterk het bewijs is. Hij neemt uiteindelijk de beslissing of de verdachte voor de rechter komt.
De politie mag een persoon op verdenking van het plegen van een strafbaar feit aanhouden en verhoren op het politiebureau.
Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. 2. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.
Als de politie u aanhoudt wegens een strafbaar feit, mag de politie u verhoren op het politiebureau. Jongeren onder de 18 jaar mogen ook verhoord worden door de politie. De ouders hoeven daar niet bij aanwezig te zijn. De politie brengt hen wel zo snel mogelijk op de hoogte.
De Marechaussee heeft ten aanzien van opsporingsbevoegdheden vergelijkbare bevoegdheden als de politie. Zij kunnen dus verdachten aanhouden en verhoren. Ook burgers.
Denken de politie en de officier van justitie (Openbaar Ministerie) dat u een strafbaar feit heeft gepleegd?Dan bent u een verdachte. De officier van justitie kan het strafbare feit zelf behandelen of de strafrechter vragen om een oordeel.
Hierin vertelt de officier aan de rechter wat hij van de zaak vindt en wat voor straf hij eist. Dan is de advocaat aan de beurt voor zijn pleidooi. Hierin verdedigt hij de verdachte. De verdachte krijgt het laatste woord.
Wil je stukken inzien uit het dossier van de strafzaak? Stuur een aanvraag aan de officier van justitie. Het adres vind je op brieven die je van het Openbaar Ministerie hebt ontvangen. Je kunt hiervoor onze voorbeeldbrief gebruiken.
Het voorarrest kan dus in totaal uiterlijk 110 dagen duren: maximaal 2 keer 3 dagen inverzekeringstelling; maximaal 14 dagen bewaring; maximaal 90 dagen gevangenhouding.
Als de officier van justitie van het Openbaar Ministerie u als verdachte van een strafbaar feit vervolgt, oordeelt de rechter of u iets heeft gedaan wat volgens de wet strafbaar is. Zo ja, dan kan de rechter u een straf of maatregel opleggen.
Als je als burger ontdekt dat een ander een strafbaar feit pleegt, dan mag je die verdachte aanhouden. Dit op grond van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering.
Voorbeelden van uitspraken zijn een vonnis, beschikking en arrest.
Het zwijgrecht vloeit voort uit het strafrechtelijk beginsel dat een verdachte niet hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat uitgangspunt geldt van de politie tot en met de rechter. Dat betekent dat te allen tijde gebruik kan worden gemaakt van het zwijgrecht dat iedere verdachte heeft.
Procedurefouten kunnen gemaakt worden als bepaalde vormvoorschriften in de gerechtelijke procedure niet worden nageleefd. Een burgerlijk proces heeft als doel een uitspraak te doen over rechten van partijen, maar wordt tevens zelf beheerst door allerlei regels.
Dit zijn verdachten met beperkte of onvolkomen capaciteiten, welke kenmerken hen kwetsbaar maken in het strafproces.
Wordt u verdacht van een misdrijf? Dan krijgt u een strafblad vanaf het moment dat het Openbaar Ministerie (OM) uw zaak gaat behandelen. Het misdrijf blijft op uw strafblad staan, ook als het OM besluit om uw zaak niet meer te behandelen (sepot) of als de rechter u vrijspreekt.
Op rechtspraak.nl staat alle zittingsroosters, waarin staat welke rechtszaken er zijn. Op www.rechtspraak.nl vind je meer informatie over huisregels, zittingsroosters en ook alle adressen en telefoonnummers. Ook staat daar informatie de leeftijdsgrens die kan gelden.
De Koninklijke Marechaussee controleert het grensverkeer van personen. Op de luchthavens, in zeehavens, bij de grenzen van Nederland en van Europa. We controleren, checken mensen in de opsporingssystemen, en als het nodig is houden we ze tegen.
U heeft het recht om te weten van welk strafbaar feit u wordt verdacht. U hoeft de vragen niet te beantwoorden (zwijgrecht). U heeft het recht om vóór het (eerste) verhoor vertrouwelijk met een advocaat te praten. U heeft recht op de aanwezigheid van een advocaat tijdens het verhoor om u bij te staan.