Tijdens een colonoscopie (darmonderzoek) worden vooral poliepen aangetroffen die kunnen uitgroeien tot darmkanker (voorstadia). De belangrijkste voorstadia die worden verwijderd om kanker te voorkomen zijn: Harvard Health +1
Het voorstadium van darmkanker wordt meestal gevormd door poliepen (woekeringen van slijmvliescellen), waarvan de meeste goedaardig zijn, maar sommige zich kunnen ontwikkelen tot kanker (stadium 0). Deze poliepen groeien langzaam, waardoor ze vaak jarenlang onopgemerkt blijven en door het bevolkingsonderzoek (stadium 0) kunnen worden opgespoord, waarbij ze vaak nog verwijderd kunnen worden voordat ze kwaadaardig worden. Symptomen die kunnen wijzen op een voorstadium zijn veranderingen in het ontlastingspatroon, bloed of slijm bij de ontlasting, buikklachten en vermoeidheid.
Mensen kunnen ook meerdere poliepen in hun darm hebben. Veel mensen hebben deze zonder het te weten; poliepen geven vaak geen klachten. Sommige poliepen kunnen uitgroeien tot darmkanker. Dit duurt ongeveer 15 jaar.
Een kijkonderzoek van de dikke darm wordt ook wel 'coloscopie' genoemd. De arts gaat met een flexibele dunne slang (endoscoop) via je anus de dikke darm nakijken. Met de endoscoop kan de arts de binnenkant van je darm goed bekijken. Poliepen en tumoren kunnen op die manier goed opgespoord worden.
Bij een voorstadium van kanker ontstaan er onrustige cellen die anders groeien dan normaal. Deze onrustige cellen kunnen vanzelf weer verdwijnen, ze worden dan door het afweersysteem van het lichaam opgeruimd. De cellen kunnen ook (na jaren) in kankercellen veranderen.
Een voorstadium van kanker is in principe een verzameling cellen afkomstig van organen in het lichaam die er hetzelfde uit kunnen zien als kankercellen, maar die niet de eigenschappen van kankercellen bezitten waardoor ze door de membranen van het orgaan waar ze vandaan komen heen kunnen breken en zich naar andere organen kunnen verspreiden (of "uitzaaien").
Stadium 0: plaatselijke kanker. In dit stadium is het kankergezwel klein en beperkt tot zijn vertrekpunt, dus zonder invasie van kankercellen in nabijgelegen weefsel. Kanker die in dit vroege stadium wordt ontdekt, is bijna altijd te genezen.
Vroege waarschuwingssignalen van darmkanker zijn onder andere bloed of slijm bij de ontlasting, een verandering in het stoelgangpatroon (diarree/verstopping), loze aandrang, onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid door bloedarmoede, en buikpijn of -kramp, meldt KWF Kankerbestrijding. Ook een verminderde eetlust en een opgeblazen gevoel kunnen wijzen op de aandoening, die vaak begint met vage klachten. Raadpleeg de huisarts bij aanhoudende symptomen, vooral als deze langer dan twee weken duren.
Bij slijmvliesafwijkingen kan de arts kleine hapjes (biopten) uit het slijmvlies wegnemen. Eventuele poliepen kunnen direct verwijderd worden.
Als darmkanker zich uitzaait, is dat meestal naar de lever, de longen, de botten of in het buikvlies.
Pijn bij darmkanker zit meestal in de buik, variërend van kramp en een opgeblazen gevoel (dikke darm) tot zeurende pijn rond de navel (dunne darm), of lage pijn met aandrang (endeldarm), en kan ook uitstralen naar de onderrug. De pijn ontstaat vaak door de tumor die tegen weefsel drukt, verstopping veroorzaakt, of door uitzaaiingen. Niet iedereen heeft pijn, maar het is een belangrijk alarmsignaal.
Een darmtumor groeit meestal langzaam. In het eerste stadium beperkt de tumor zich slechts tot het slijmvlies. Wanneer de tumor doorgroeit, kan deze door de verschillende lagen van de darmwand heen groeien. Hoe groter de tumor wordt, hoe groter de kans is dat kankercellen loslaten van de tumor.
Ontlasting bij darmkanker kan veranderen in patroon (diarree/verstopping), uiterlijk (bloed, slijm, heel dun, of zwart/stopverfkleurig), en zorgen voor "loze aandrang", waarbij je moet poepen maar er weinig komt, vaak door bloedverlies (wat ook tot vermoeidheid kan leiden). Deze veranderingen zijn vaak niet overgaand en kunnen wijzen op darmkanker, dus een bezoek aan de huisarts is belangrijk.
Darmkanker kent vier verschillende stadia. In welke stadium de kanker zich bevindt is afhankelijk van de omvang van de tumor en de mate waarin er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren of elders in het lichaam.
Artsen adviseren doorgaans licht verteerbare voeding na een colonoscopie. Een andere veelvoorkomende aanbeveling na de procedure is een vezelarm dieet . Dit houdt in dat je voedingsmiddelen eet die weinig vezels bevatten en dat je overmatige hoeveelheden zuivelproducten vermijdt.
Een jaar na de ontdekking van de uitzaaiingen is 58% van de patiënten nog in leven. Bij endeldarmkanker lagen de kansen op uitzaaiingen binnen drie jaar na diagnose iets hoger: één op de zeven patiënten kreeg alsnog uitzaaiingen binnen drie jaar.
De grootste risicofactoren voor darmkanker die u kunt beïnvloeden zijn overgewicht, te weinig bewegen, roken en alcohol drinken. U kunt uw risico op darmkanker dus verkleinen met een gezonde leefstijl.
Wanneer krijg ik de uitslag van de coloscopie? U krijgt direct na de coloscopie de voorlopige uitslag van het onderzoek. De specialist vertelt u dan of er poliepen zijn gevonden en geeft een eerste inschatting van de kans op darmkanker. Na ongeveer een week krijgt u telefonisch de definitieve uitslag.
Tijdens een colonoscopie neemt uw arts mogelijk een klein stukje weefsel – een biopsie – van uw dikke darm. Dit gebeurt meestal als er iets afwijkends wordt gezien, zoals een poliep, ontsteking of een ongebruikelijke plek die nader onderzoek vereist . Een colonoscopie met biopsie betekent niet per se dat u kanker heeft.
Meestal ontstaat darmkanker uit een poliep in de darmwand. Een poliep is een verdikking of uitgroeisel in de darm. Dat is eerst goedaardig, maar het kan later kwaadaardig worden. Darmkanker zit vaak in de dikke darm.
Stadium I: tumor zit alleen in de darmwand. Stadium II: tumor is door de spierlaag van de darmwand gegroeid, maar niet uitgezaaid. Stadium III: Tumor is uitgezaaid naar de lymfeklieren. Stadium IV: Tumor is uitgezaaid naar delen verder in het lichaam.
Dikke darmpoliepen en dikke darmkanker
Meestal ontstaan ze tussen 10- en 30-jarige leeftijd. Poliepen geven meestal geen klachten. Sommige mensen hebben wel klachten, zoals buikpijn, diarree of bloed en slijm bij de ontlasting.
T1b: de tumor is tussen de 5 millimeter en 1 centimeter groot. T1c: de tumor is tussen de 1 en 2 centimeter groot. T2: de tumor is tussen de 2 en 5 centimeter groot. T3: de tumor is groter dan 5 cm.
Maar de overlevingskansen verschillen sterk per soort kanker. Zo hebben patiënten met borst-, prostaat- of huidkanker goede overlevingskansen (rond de 90%). Maar voor bijvoorbeeld patiënten met long- of alvleesklierkanker is de 5-jaarsoverleving veel slechter: voor longkanker 28% en bij alvleesklierkanker maar 6%.
T2: De moedertumor is door het kapsel van het aangedane orgaan gegroeid. T3: De moedertumor is buiten het orgaan doorgegroeid in omliggende weefsels. T4: De moedertumor is buiten het orgaan doorgegroeid en heeft zich sterk uitgebreid in de omgeving.