De onvoltooid verleden tijd (Imperfekt of Präteritum) wordt in het algemeen gebruikt om gebeurtenissen, gewoonten en feiten uit het verleden weer te geven.
Het imperfectum is een ander woord voor een tempus in het Latijn dat het meest overeenkomt met de onvoltooid verleden tijd (OVT) in het Nederlands.
De imparfait is de werkwoordstijd (tempus) die in het Frans wordt gebruikt voor de onvoltooid verleden tijd. Hij wordt dus gebruikt om te zeggen hoe iets vroeger was of dat men iets vaak deed.
Gebruik in zinnen met een gebiedende of aansporende functie waarin het onderwerp jij of u is uitgedrukt, de vorm van de tegenwoordige tijd die bij het onderwerp hoort. - Begeeft u zich naar de balie. - Duidt u maar aan of uw kind meekomt. - Ga jij maar naar huis.
Om de impératif présent of de bevelende wijze te vormen, heb je de indicatif présent nodig. Er bestaan 3 vormen: een bevel gericht aan 1 persoon, gericht aan meerdere personen en de 'laten we' - vorm. Voor de eerste gebruik je de je-vorm, voor de tweede de vous-vorm en voor de laatste de nous-vorm.
We richten ons op de meest voorkomende Franse werkwoorden en hun vervoegingen in vier tijden: présent (tegenwoordige tijd), passé composé (voltooid tegenwoordige tijd), imparfait (onvoltooid verleden tijd) en futur simple (toekomende tijd).
De passé simple is het tegenovergestelde van de imparfait waarmee het vaak gebruikt wordt. Het drukt een plotselinge gebeurtenis uit, die plaatsvindt tijdens het verhaal dat in de imparfait staat. Voorbeeld: La fête battait son plein lorsqu'un orage éclata. (Het feest was in volle gang toen er een onweer losbarstte.)
De imparfait gebruik je als je een beschrijving in het verleden geeft of als je een gebeurtenis of een gewoonte noemt. Bijvoorbeeld: 'De zon scheen'. In het frans is dit: 'Le soleil brillait'. De passé composé gebruik je meer als je het hebt over een actie in het verleden.
De imperfectum wordt vaak gebruikt in verhalende teksten om acties of gebeurtenissen in het verleden te beschrijven. Het kan ook worden gebruikt om een regelmatige actie in het verleden te beschrijven, zoals in de zin "Vroeger bezocht ik elke zomer mijn grootouders".
Beide zinnen zijn juist, maar er is een betekenisverschil. 'Ze is door de duinen gefietst' betekent dat ze, op weg ergens naartoe, een route heeft gevolgd die door de duinen ging. 'Ze heeft door de duinen gefietst' betekent dat ze een tijdje is gaan fietsen, door de duinen – al dan niet met een doel voor ogen.
De onvoltooid verleden tijd is een onvoltooid verleden tijd. "Imperfect" komt van het Latijnse woord imperfectus, wat "onvoltooid" betekent, omdat het een voortdurende actie uitdrukt die nog niet is voltooid .
Bij het imperfectum kijk je naar een bepaalde periode (namelijk de periode onder de brede haak in het schema) of een bepaald moment. Bij het perfectum gaat het om de verhouding tussen het moment van de handeling en nu ; het is nu zo dat ik gisteren hoofdstuk 26 heb geleerd en dat het heeft geregend.
Wanneer gebruik je de imperfecto? Het grootste verschil tussen de indefinido en de imperfecto is dat de indefinido op 1 specifiek moment in het verleden plaatsvond, terwijl de imperfecto gedurende een langere tijd heeft plaatsgevonden.
Ten slotte wordt de imparfait gebruikt om een achtergrond te schetsen of een context uit het verleden te beschrijven, terwijl de passé simple duidelijk wordt gebruikt om te vertellen over handelingen die zich in die achtergrond hebben voorgedaan .
In de passé simple worden werkwoorden eindigend op –ER (chanter zingen, terminer afmaken, aller gaan) als volgt vervoegd: -ai, -as, -a, -âmes, -âtes, -èrent. Ce jour-là, Victor se leva tôt Op die dag stond Victor vroeg op. Opmerking: Bij werkwoorden eindigend op –GER moet een e voor de uitgang worden geplaatst.
Hoeveel Franse werkwoordstijden zijn er? Er zijn 21 werkwoordsvormen in het Frans, maar sommige zijn veel nuttiger dan andere. Om dit makkelijker te maken, hebben we deze handige Franse werkwoordstijdentabel gemaakt met alle tijden, hun modi, wat ze betekenen en hoe nuttig ze zijn, met het werkwoord laver (wassen) als voorbeeld.
b. Werkwoorden met een sterke vervoeging die archaïsch, verouderd of zeer formeel overkomt: lachen, dunken.
De infinitief (of: onbepaalde wijs) is een vormcategorie van het werkwoord. De infinitief wordt ook wel 'het hele werkwoord' genoemd en het is in deze 'standaardvorm' dat werkwoorden in woordenboeken zijn opgenomen. De vorm van de infinitief is onbepaald wat persoon, getal, tijd en wijs betreft.