De conditionnel passé is de voltooid verleden toekomende tijd in het Frans. Deze tijd wordt gebruikt om hypothetische situaties, spijtbetuigingen of verwijten uit het verleden uit te drukken (bijv. "ik zou zijn gegaan" of "hij had kunnen komen"). Het wordt gevormd met de hulpwerkwoorden avoir of être in de conditionnel présent + voltooid deelwoord. Gymglish +2
De conditionnel passé is de verleden tijd van de Franse voorwaardelijke wijs (conditionnel) die twee vormen kent. De betekenis komt in grote lijnen overeen met die van de voltooid toekomende tijd.
De conditionnel passé, ofwel de verleden tijd, is een werkwoordstijd die gebruikt wordt om een hypothetische of gewenste handeling uit te drukken die in het verleden zou hebben plaatsgevonden, maar die niet is gebeurd . Het wordt ook gebruikt om spijt of verwijt uit te drukken met betrekking tot een handeling uit het verleden.
Le conditionnel is de Franse 'zou'-vorm. Le conditionnel is dus de onvoltooid verleden toekomende tijd. Vaak praat je in de conditionnel over iets wat je zou doen of zou willen doen in de toekomst. “Ik zou zo graag op vakantie willen!”
Het imparfait is de werkwoordsvorm die in het Frans wordt gebruikt voor de onvoltooid verleden tijd. Hij wordt dus gebruikt om te zeggen hoe iets vroeger was of dat men iets vaak deed. De conditionnel geeft aan dat je iets zou willen doen maar er is een voorwaarde of een omstandigheid waardoor je het niet doet.
De imparfait wordt gebruikt om herinneringen en gevoelens te beschrijven . Quand j'étais enfant, je rêvais de devenir chanteur = Toen ik kind was, droomde ik ervan zanger te worden. De conditional is een tijdsvorm die een actie beschrijft die kan plaatsvinden als een andere actie plaatsvindt.
Hoe kan je deze werkwoordstijd in het Frans het best vertalen? De voorwaardelijke wijs, zo kan je deze tijd noemen. Vertalen doen we met het woordje 'zou'. Je kan deze wijs gebruiken bij een voorwaarde, hypothese of beleefdheid.
Om de conditionele tijd te vormen, moeten we de imperfectum-uitgangen aan de toekomstige stam toevoegen (dat wil zeggen, bij regelmatige werkwoorden op -er en -ir worden de uitgangen direct aan de infinitief van het werkwoord toegevoegd, en bij regelmatige werkwoorden op -re wordt de laatste -e van de infinitief verwijderd en worden de uitgangen toegevoegd).
Hoe vorm je de conditionnel présent? Om de conditionnel présent te vormen, neem je de stam van de futur simple en je voegt er de uitgangen van de imparfait (-ais, -ait, -ions, -iez of -aient) aan toe!
Het vormen van de conditionele vorm is eenvoudig: neem de toekomstige tijdstam van een werkwoord en voeg de imperfectum-uitgangen toe (-ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient). Bij regelmatige werkwoorden dient de infinitief vaak als stam, waardoor de vorm gemakkelijk te maken is.
Veelgemaakte fouten bij de Franse conditionele tijd
Het gebruik van de voorwaardelijke wijs in beide zinsdelen: Zeg nooit "Si je serais riche" (Als ik rijk zou zijn) . Gebruik in plaats daarvan "Si j'étais riche" (Als ik rijk was). De voorwaardelijke wijs komt alleen voor in de hoofdzin, niet in de "si"-zin zelf.
De plus que parfait beschrijft iets dat nog eerder gebeurde. Het is het verleden van het verleden. "Ik had de dag ervoor een boek gekocht, dus ik was het aan het lezen toen..." of "Mijn vriend had het uitgemaakt, dus ik was verdrietig." De conditionnel passé beschrijft wat er in het verleden zou zijn gebeurd.
De Engelse voltooid voorwaardelijke wijs wordt gevormd met het werkwoord 'would have' + het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord , terwijl deze in het Frans wordt gevormd met 'avoir' of 'être' in de voltooid voorwaardelijke wijs + het voltooid deelwoord van het werkwoord. Nous aurions vraiment aimé vous voir ! We hadden u heel graag willen zien!
De futur du passé is een toekomende tijd. Een andere naam voor de futur du passé is de conditionnel.
De voltooid voorwaardelijke wijs in het Frans bestaat uit het hulpwerkwoord "avoir" of "être" in de onvoltooid tegenwoordige tijd + het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord : Si ça avait été possible, j'aurais déménagé à Paris. Als het mogelijk was geweest, zou ik naar Parijs zijn verhuisd.
Om de conditionnel passé te vormen, neem je de conditionnel présent van de hulpwerkwoorden avoir of être en je voegt er de participe passé aan toe. Pas op, bij être moet je wel een accord maken met je onderwerp of le sujet. Voor de vertaling stel je je best altijd eerst de vraag: 'Wat als?' .
Voorwaardelijke werkwoorden worden gebruikt om te speculeren over wat er zou kunnen gebeuren, wat er mogelijk is gebeurd en wat we zouden willen dat er gebeurt . In het Engels bevatten de meeste zinnen met een voorwaardelijke wijs het woord 'if'. Veel voorwaardelijke wijsvormen in het Engels worden gebruikt in zinnen met werkwoorden in een van de verleden tijden.
Het vervoegen van de conditionnel présent is eenvoudig . De conditionele vervoeging bouwt voort op de vervoeging van andere tijden die je al hebt geleerd, zoals de imparfait.
We richten ons op de meest voorkomende Franse werkwoorden en hun vervoegingen in vier tijden: présent (tegenwoordige tijd), passé composé (voltooid tegenwoordige tijd), imparfait (onvoltooid verleden tijd) en futur simple (toekomende tijd).
Er zijn vier basistypen voorwaardelijke zinnen: nulde, eerste, tweede en derde . Het is ook mogelijk om ze te combineren en het eerste deel van een zin als een bepaald type voorwaardelijke zin te gebruiken en het tweede deel als een ander type. Zulke zinnen worden "gemengde voorwaardelijke zinnen" genoemd.
Le conditionnel is een werkwoordtijd van het Frans die ook in het Nederlands bestaat, maar er alleen heel anders uitziet. Het is de VERLEDEN TIJD VAN DE TOEKOMENDE TIJD. De Toekomende tijd in het Nederlands duiden we aan met 'zullen + hele werkwoord'. (Hij zal het werk dan beter doen.)
Het vervoegen van een werkwoord in de Franse conditionele tijd.
Neem het werkwoord in de infinitief: aimer . Voeg de juiste uitgang toe, afhankelijk van het onderwerp van het werkwoord: -ais; -ais; -ait; -ions; -iez; -aient .
De conditionnel passé (voltooid verleden toekomende tijd) wordt normaal gesproken op dezelfde manier gebruikt als de Nederlandse constructie 'zouden zijn/hebben + voltooid deelwoord'.