Voer een visuele inspectie uit bij elke handeling aan de neusmaagsonde (bijv. aanhangen nieuwe voeding, medicatietoediening etc.). Voer een visuele inspectie uit van het markeringspunt, de fixatie en als het mogelijk de mond-/keelholte.
Als uw kind tijdens of na het inbrengen van de sonde kortademig wordt of grauw gaat zien, ligt de sonde waarschijnlijk in de luchtpijp. Soms is dan de ademhaling via de geopende sonde te horen. Het kan ook zijn dat uw kind een hoestprikkel krijgt bij het inspuiten van de lucht als u de ligging van de sonde controleert.
Een maagsonde is een slangetje dat via de neus of de mond door de slokdarm in de maag wordt ingebracht en dient meestal om sondevoeding te kunnen toedienen. Dit geldt vooral voor patiënten aan de beademing die vanwege het beademingsbuisje (tube) niet normaal kunnen eten en drinken.
Contra-indicaties
Obstructie in het traject van de neus-maagsonde; • Anatomische afwijkingen, een trauma, (verdenking op) schedelbasisfractuur of een recente chirurgische ingreep in het neus-keel-slokdarm gebied.
Wanneer de sonde goed ligt kunt u toediening van de voeding starten. De dagelijkse controle of de sonde goed ligt kunt u als volgt doen: De verpleegkundige heeft bij het plaatsen van de sonde een streepje op de sonde gezet. Controleer of dit streepje nog bij uw neusingang zit.
Nasogastrische (NG) sondes worden gebruikt om baby's en kinderen te voeden die niet genoeg calorieën via de mond binnenkrijgen . De NG sonde wordt in de neus of mond geplaatst en in de maag geschoven. De formule wordt in de sonde gedaan en stroomt naar de maag. Sommige NG sondes hebben een geleidedraad voor gemakkelijker inbrengen.
Als er moeilijk aspiraat kan worden verkregen, biedt de “limonadetest” uitkomst bij personen met een goede slikfunctie die mogen drinken. De persoon drinkt enkele slokken drank met een lage pH (pH ≤ 4) bijvoorbeeld limonade of aangelengde limonadesiroop. Dit vergemakkelijkt vaak het verkrijgen van aspiraat.
Een maagsonde maakt een kunstmatige verbinding met de maag mogelijk, bijvoorbeeld om iemand vocht of voeding toe te dienen. Het inbrengen van een maagsonde mag uitsluitend door een bevoegd persoon worden verricht en in opdracht van een arts.
Mogelijke complicaties
met bloeding) • Perforatie van slokdarm (oesophagus) • Stomatitis • Decubitus van de neusvleugels • Stress of angst( zie problemen voorkomen) • Indien sonde te lang in situ blijft zie achtergrondinformatie.
Maagzuur is een spijsverteringssap dat in de maag gevormd wordt. Het bevat onder andere zoutzuur. De maag in rust, zonder invloed van voedsel heeft een pH van rond de 1. De pH van de maag kan tijdens het eten van een maaltijd oplopen tot 4,5.
wanneer de pleister los zit en/of de sonde is verschoven; na braken, hoesten, benauwdheid of onrust.
De juiste volgorde van de stappen voor het inbrengen van een neusmaagsonde voor maagdecompressie na de eerste procedure is: de sonde opmeten, markeren en smeren, de cliënt vragen om zijn nek iets naar achteren te strekken, de sonde net voorbij de neuskeelholte inbrengen, de cliënt vragen om zijn hoofd naar voren te buigen en te slikken, ...
We adviseren u om de sonde altijd op 2 plekken vast te zetten. Ten eerste op uw neus, ten tweede op de wang of met een veiligheidsspeld aan uw kleding. Het is belangrijk om de neus-/wangpleister elke 2 tot 3 dagen te vervangen. Dit om te voorkomen dat de pleister loslaat en de sonde eruit valt.
Contra-indicaties
Obstructie in het traject van de neus-maagsonde van welke aard dan ook • Ernstig gestoorde stolling (definitie volgens lokaal geldend protocol); als toch een sonde gegeven moet worden, alleen na expliciet overleg met de opdrachtgever en met grote voorzichtigheid, door een ervaren verpleegkundige.
Het gebruik van sondevoeding kan complicaties met zich meebrengen. Misselijkheid en diarree zijn de meest voorkomende complicaties. Daarna volgen ongemakken veroorzaakt door een verstopte sonde.
Doorspoelen van de neus-maagsonde is belangrijk om verstoppingen te voorkomen. U moet de sonde daarom minimaal 4 tot 6x per dag doorspoelen met 20-30 ml lauwwarm water. Gebruik hiervoor een 20 ml spuit of een 60 ml spuit. Spoel in ieder geval door voor en na het geven van sondevoeding en medicijnen.
U kunt dit doen door 5-10 ml lucht in een spuit te zuigen. Plaats een stethoscoop op de linkerzijde van de buik net boven de taille.Spuit de lucht in de voedingspoort van de verlengset en luister of de maag "gromt". Probeer het opnieuw als u het geluid niet hoort.
Voor de controle zijn betrouwbaardere methoden beschikbaar, waarbij de voorkeur uitgaat naar de pH-meting en beoordeling van het aspiraat: is de pH-waarde van het maagsap hoger dan 5,5, dan is de neusmaagsonde mogelijk in de darmen of longen terechtgekomen.
Het ENFit™ connectiesysteem
Dit nieuwe toedieningssysteem voor sondevoeding verzekert dat enterale voeding uitsluitend kan worden toegediend door enterale toedieningssystemen. Het voorkomt misconnecties omdat het zo ontwikkeld is dat connectie met niet-enterale systemen, zoals intraveneuze leidingen, onmogelijk is.
Controleer de ligging in de maag door middel van een pH stip en het optrekken van aspiraat (vocht) uit de sonde. Let op: de test is niet betrouwbaar als er korter dan 15 minuten geleden water door de sonde is gespoeld. Wanneer de pH 5,5 of lager is, ligt de tip van de sonde in de maag.
Als uw kind tijdens of na het inbrengen van de sonde kortademig wordt of grauw gaat zien, ligt de sonde waarschijnlijk in de luchtpijp. Soms is dan de ademhaling via de geopende sonde te horen. Het kan ook zijn dat uw kind een hoestprikkel krijgt bij het inspuiten van de lucht als u de ligging van de sonde controleert.
Onder het niveau van de carina mag de buis niet de loop van een van de hoofdbronchiën volgen, maar moet in de middenlijn blijven tot het niveau van het diafragma waar het door de gastro-oesofageale verbinding gaat . De punt van de NG-buis moet ten minste 10 cm voorbij de gastro-oesofageale verbinding zichtbaar zijn.