In een vraaggesprek zijn er verschillende 'soorten vragen' te stellen: Open vragen. Gesloten vragen. Suggestieve vragen.
Er zijn open, gesloten en suggestieve vragen, controlevragen en tegenvragen. Iedere soort vraag heeft zijn eigen voordelen en nadelen. Op deze pagina geven we een uitleg van iedere soort vraag.
Open, Gesloten, Onderzoekend
Open vragen leiden echter tot complexere en uitgebreidere antwoorden. Onderzoekende vragen lijken veel op open vragen, behalve dat ze proberen voort te bouwen op wat eerder is besproken. We gebruiken deze drie typen vragen elke dag in gesprekken.
Er zijn vijf basistypen vragen : feitelijk, convergent, divergent, evaluerend en combinatie. Feitelijke vragen vragen om redelijk simpele, rechttoe rechtaan antwoorden op basis van voor de hand liggende feiten of bewustzijn.
De meeste scholen kiezen bekende taal- en rekenmethodes, zoals 'Veilig Leren Lezen' of 'Wereld in Getallen'. Sommige scholen hebben naast een taal- en rekenmethode ook een methode voor 'oriëntatie op jezelf en de wereld' (aardrijkskunde, biologie en geschiedenis) en 'kunstzinnige oriëntatie'.
De bekendste zijn vragen die beginnen met Wat, Wie, Waar, Wanneer, Waarom en Hoe. Hiermee is er ruimte voor de ander om (veel) informatie, kennis, inzichten en uitleg te delen. Een goede of sterke open vraag is zo kort mogelijk en neutraal. Zoals: 'Wat vindt u van..?
Open vragen kunnen een gesprek ontwikkelen en u in staat stellen meer details te extraheren, terwijl gesloten vragen u kunnen helpen uw begrip te testen of beslissingen te nemen. Andere technieken zijn onder andere funnelvragen, onderzoeksvragen, sturende vragen en retorische vragen .
W-vragen zijn vragen die beginnen met "wie", "wat", "waar", "wanneer", "waarom" of "hoe". Ze worden gebruikt om informatie te vragen en worden in verschillende contexten gebruikt, zoals journalistiek, marktonderzoek of zoekmachineoptimalisatie(SEO).
Voorbeelden van Socratische vragen die worden gebruikt voor leerlingen in het onderwijs: Leerlingen laten nadenken over hun denkwijze en de oorsprong van hun denkwijze onderzoeken. Bijvoorbeeld: 'Waarom zeg je dat?', 'Kun je dat verder uitleggen?' Leerlingen uitdagen over aannames.
De effectieve vraag (EV) is de totale vraag naar alle goederen en diensten in een bepaald land, gemeten over een bepaalde periode.
Zo kun je kiezen voor de Gevoelsvraag, de Open Vraag, de Meerkeuzevraag (met 1 of meerdere antwoorden) en de Stemmingsvraag. In deze blog bekijken we hoe en wanneer je deze verschillende vraagvormen kunt toepassen. Open vragen zijn vragen die niet met een simpel ja of nee te beantwoorden zijn.
Een juiste vraag is een vraag die je inspireert , voortkomt uit oprechte nieuwsgierigheid en, zoals Berger opmerkt, je helpt je gedachten te ordenen rondom wat je niet weet.
De gerichte vraag of ook wel lineaire vraag kan zowel open als gesloten gesteld worden en vraagt naar concrete gegevens en feiten. Het antwoord is vaak kort en de vraag alleen leidt daardoor weinig tot uitdieping van het onderwerp. Voorbeelden: Wat is er gebeurd? / Heeft u verwondingen?
Wat zijn effectieve vragen? Effectieve vragen zijn zinvol en begrijpelijk voor studenten . Effectieve vragen dagen studenten uit, maar zijn niet te moeilijk. Gesloten vragen, zoals vragen die een ja/nee-antwoord vereisen, of meerkeuzevragen kunnen snel het begrip testen.
Bij wijze van groet is een simpel 'hallo' ook voldoende.'Leuk om je te zien', of 'hoe was je dag?', is ook beter dan de – vaak holle – beleefdheidsvraag hoe het met iemand gaat. 'Het loont de moeite eens wat anders te proberen als je iemand treft in het wild', schrijft Sahadat.
Waar bij de Begroting de 3 W-vragen centraal staan (wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten?) draait de jaarrekening meer om de 3 H's. Heeft de gemeente bereikt wat zij wilde bereiken?
Deze drie dingen waren: Wat is het juiste moment om iets te beginnen? Naar welke mensen moet hij luisteren?Wat is het belangrijkste dat hij moet doen? De koning stuurde daarom boodschappers door zijn koninkrijk en beloofde een groot geldbedrag aan iedereen die deze drie vragen zou beantwoorden.
5 W (Wat;Waarom;Wie;Waar;Wanneer) -vragen: Stel uzelf de 5 W-vragen bij uw dagelijkse activiteiten. De antwoorden helpen u op een andere manier naar uw bezigheden te kijken.
Er zijn verschillende soorten onderwijsmethoden, zoals gedifferentieerd onderwijs, onderwijs via lezingen, leren op basis van technologie, leren in groepsverband, individueel leren, onderzoekend leren, kinesthetisch leren, leren op basis van games en expeditionair leren.