Verschillende grote Nederlandse pensioenfondsen hebben hun pensioenen in 2024 verhoogd (geïndexeerd) vanwege een verbeterde financiële positie. Belangrijke fondsen die in 2024 verhoogden, zijn PGB (+5,2%), PFZW (+4,8%), ABP (+3%), PMT (+3,2% in juni) en SPW. Pensioenfonds PGB +4
ABP, BpfBouw, PFZW, PME en PMT verhogen de pensioenen per 1 januari 2026. Bij de fondsen die nog niet zijn overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel is de verhoging definitief bekend. Fondsen die wél zijn overgestapt, werken nog aan de definitieve berekeningen, maar daar worden forse stijgingen verwacht.
Mensen die in 2026 hun vroegst mogelijke leeftijd bereiken, behouden dat recht op vervroegd pensioen ook in 2027 en later. Opgelet: uw pensioenbedrag kan wel wijzigen door andere, nieuwe pensioenregels vanaf 2027.
Uw pensioen wordt per 1 januari 2026 met 2,84% verhoogd. Door deze verhoging groeit het pensioen volledig mee met de prijsstijging in de periode tussen 1 september 2024 en 1 september 2025.
De pensioenverhogingen in 2026 verschillen sterk per fonds, met bijvoorbeeld ABP dat met 2,84% verhoogt, SPW met 14,75% en bpfBOUW zelfs met 20,8%, dankzij de nieuwe pensioenwet die flexibiliteit biedt, terwijl Pensioenfonds PGB een kleinere verhoging van 1,7% doorvoert; dit is afhankelijk van de dekkingsgraad en loonontwikkeling van elk individueel fonds.
Premie voor 2026
De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen is 27,1% in 2026. Hiervan betaalt uw werkgever 18,97%. Het percentage dat u betaalt is 8,13%.
Ja, veel bpf pensioenen gaan omhoog in 2026, vooral door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2026, wat bij fondsen zoals bpfBOUW resulteert in een aanzienlijke verhoging, terwijl andere fondsen zoals PGB en HiBiN ook verhogingen hebben doorgevoerd (respectievelijk 1,7% en 1,21%). De hoogte van de verhoging verschilt per fonds en hangt af van de financiële positie en de indexatie.
Een pensioen van €100.000 euro kan zowel een opbouw-doel (kapitaal) zijn, waarvoor het 'depositogarantiestelsel' tot €100.000 bescherming biedt bij bankfaillissement, als een fiscale grens (€100.000 in 2015) waarboven de reguliere pensioenopbouw is afgetopt. Voor de meeste mensen is €100.000 kapitaal alleen niet genoeg voor een volledig pensioen, maar het levert wel een bescheiden aanvulling op AOW en werkgeverspensioen op, en kan via 'netto pensioen' (voorheen excedentregelingen, nu gesloten voor nieuwkomers) worden aangevuld voor hogere inkomens.
Mensen die in 2026 hun vroegst mogelijke leeftijd bereiken, behouden dat recht op vervroegd pensioen ook in 2027 en later. Opgelet: uw pensioenbedrag kan wel wijzigen door andere, nieuwe pensioenregels vanaf 2027.
Na 40 dienstjaren kun je vaak met (vroeg)pensioen met een volledige uitkering van ongeveer 70% van je laatstverdiende loon, inclusief de AOW. Vaak is dit gekoppeld aan een jubileumuitkering, bijvoorbeeld één maandsalaris onbelast bij het 40-jarig dienstverband, en is het ook mogelijk om gebruik te maken van een RVU-regeling (Regeling Vervroegde Uittreding) voor zware beroepen, waarbij je eerder kunt stoppen (soms 3 jaar voor AOW-leeftijd). Het precieze pensioenbedrag hangt af van je opbouw en of je doorwerkt, en je kunt je situatie altijd checken op mijnpensioenoverzicht.nl.
In 2026 gaan mensen met geboortejaar 1959 met pensioen (AOW-gerechtigde leeftijd 67 jaar), specifiek degenen die geboren zijn na 31 december 1958 en voor 1 januari 1960. De AOW-leeftijd blijft in 2026 op 67 jaar, en verandert pas in 2028 naar 67 jaar en 3 maanden.
Ja, na 42 jaar werken kunt u in Nederland en België vaak vervroegd met pensioen, maar dit hangt af van uw specifieke situatie, pensioenregeling en of u zwaar werk heeft; mogelijkheden zijn het vervroegd laten ingaan van uw pensioen (wat leidt tot een lager bedrag), gebruikmaken van de tijdelijke RVU-regeling (Regeling Vervroegde Uittreding) voor zwaar werk, of verlof sparen, met als belangrijkste aandachtspunten de AOW-leeftijd en het opbouwen van een lager pensioen door minder jaren op te bouwen.
Er is niet één "beste" pensioenfonds, omdat dit afhangt van je sector en criteria (rendement, kosten, duurzaamheid), maar ABP is het grootste en PFZW wordt vaak geprezen voor goede resultaten, terwijl fondsen als SPMS en BPL Pensioen ook positief scoren en BrightPensioen een hoge beoordeling kreeg voor lijfrentebeleggen. Het Nederlandse pensioenstelsel als geheel wordt wereldwijd als het beste beoordeeld, met nadruk op een combinatie van publieke en private regelingen.
Een "goed" netto pensioen is persoonlijk, maar een veelgebruikte vuistregel is 70% van je laatste netto salaris, wat neerkomt op gemiddeld zo'n €2.000 - €3.700 per maand voor een echtpaar en €1.500 - €2.200 per maand voor alleenstaanden, inclusief AOW, afhankelijk van je levensstijl en opbouw. Dit bedrag dekt basisbehoeften, maar voor extra's (reizen, hobby's) heb je meer nodig, wat je kunt controleren op mijnpensioenoverzicht.nl.
Hierdoor stijgen: de sociale uitkeringen (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, …) met 2% vanaf maart 2026. de lonen met 2% vanaf maart 2026.
Het AOW-vakantiegeld in 2026 wordt in mei uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB), en bedraagt € 106,55 bruto per maand voor alleenstaanden en € 76,10 bruto per maand voor partners, wat resulteert in een totaalbedrag rond de € 750 voor alleenstaanden en € 540 voor partners, afhankelijk van de AOW-situatie. Dit wordt naast de reguliere AOW-uitkering betaald en is gekoppeld aan het minimumloon, niet een percentage van je AOW-bedrag.
Op 1 januari 2026 zijn 24 pensioenfondsen overgestapt, waaronder een aantal grote partijen als Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW), Pensioenfonds Metaal & Techniek (PMT), bpfBouw en Pensioenfonds Horeca & Catering.
De pensioenverhogingen in 2026 verschillen sterk per fonds, met bijvoorbeeld ABP dat met 2,84% verhoogt, SPW met 14,75% en bpfBOUW zelfs met 20,8%, dankzij de nieuwe pensioenwet die flexibiliteit biedt, terwijl Pensioenfonds PGB een kleinere verhoging van 1,7% doorvoert; dit is afhankelijk van de dekkingsgraad en loonontwikkeling van elk individueel fonds.
Wie pensioencompensatie krijgt, hangt af van het pensioenfonds, maar over het algemeen zijn het deelnemers die met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een financieel nadeel zouden ondervinden, meestal tussen de 40 en 68 jaar oud, die nog pensioen opbouwen en/of een uitkering hebben, en waarvoor de compensatie nodig is om een zorgvuldige transitie te waarborgen. De precieze leeftijd en voorwaarden verschillen per fonds, maar vaak zijn het werknemers in bepaalde sectoren (zoals metaal, zorg en welzijn) en mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die compensatie ontvangen.
Zo bedraagt het brutopensioen van een ambtenaar gemiddeld 3.377 euro, dat van een werknemer 1.643 euro en dat van een zelfstandige 1.188 euro. Netto zijn de verschillen wat kleiner: een ambtenaar ontvangt dan gemiddeld 2.358 euro, een werknemer 1.467 euro en een zelfstandige 1.143 euro.
AOW-bedragen 2026
Het vakantiegeld bedraagt € 76,10. De netto AOW-uitkering voor mensen met een partner bedraagt per maand € 1.067,70. Zonder heffingskorting is dat € 867,70 netto per maand. De bruto AOW-uitkering voor een alleenstaande bedraagt € 1.637,57 per maand.
Per 1 januari gaat de AOW omhoog, veel mensen krijgen er netto 20 tot 40 euro per maand bij. De hoogte van de AOW per 1 januari 2026 hangt af van verschillende factoren. Zo wordt er gekeken of uw alleenstaand bent of samenwonend. Vervolgens gaat het er onder meer om of uw partner ook AOW krijgt.
Per 1 januari 2026 gaan uitkeringen zoals de WW, WIA, WAO, ZW, bijstand en AOW omhoog omdat ze gekoppeld zijn aan het minimumloon, dat stijgt naar € 14,71 bruto per uur (een stijging van ongeveer 2,16%). Dit resulteert in hogere bedragen voor alleenstaanden en samenwonenden, bijvoorbeeld de alleenstaande AOW stijgt naar € 1637,57 bruto per maand. Het maximumdagloon wordt € 304,25.