Gebruik welk bij een het-woord in het enkelvoud (bijv. het huis -> welk huis) Vlaanderen.be. Gebruik welke bij de-woorden (de auto -> welke auto) en in het meervoud (welke boeken). Welk(e) wordt meestal gevolgd door een zelfstandig naamwoord, terwijl 'wat' vaak zelfstandig wordt gebruikt Taaladvies.net. Taaladvies.net +1
Je gebruikt welk bij enkelvoudige het-woorden (bijv. welk boek?) en welke bij de-woorden in het enkelvoud en alle meervouden (bijv. welke jas? en welke boeken?). De keuze hangt af van het grammaticale geslacht (het of de) en het getal (enkelvoud of meervoud) van het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.
Het ezelsbruggetje voor 'dat' en 'wat' is: gebruik 'dat' bij een verwijzing naar een bepaald ('het-') woord (bv. *het huis dat...) en 'wat' bij verwijzing naar een hele zin of onbepaalde woorden (bv. iets wat, alles wat, dat vind ik leuk, wat...).
Je plaatst een 'n' achter woorden als alle(n), beide(n), enige(n), sommige(n), andere(n) en dezen als ze zelfstandig gebruikt worden (dus zonder zelfstandig naamwoord erachter) en verwijzen naar personen; in alle andere gevallen, bijvoorbeeld bij verwijzing naar zaken, blijft de 'n' weg.
Algemene regel. De algemene regel voor het vragend voornaamwoord welk(e) is dat het geen buigings-e krijgt als het betrekking heeft op een het-woord in het enkelvoud (welk autootje, welk boek), en dat in andere gevallen alleen welke juist is: welke auto (de-woord), welke boeken (meervoud).
Zowel welk soort als welke soort is correct. Bij een enkelvoudig het-woord is welk de correcte vorm; bij een de-woord is welke de correcte vorm.
De bestuurderskant, de kant die zich het dichtst bij het midden van de weg bevindt, wordt soms de 'offside' genoemd, terwijl de passagierskant, de kant die zich het dichtst bij de zijkant van de weg bevindt, soms de 'nearside' wordt genoemd .
Het is vind jij in een vraagzin omdat het onderwerp ('jij') achter de persoonsvorm ('vind') staat; 'vindt jij' is fout, net zoals 'vind je' correct is en 'vindt je' niet. Het ezelsbruggetje is: staat 'jij' (of 'je') achter het werkwoord, dan vervalt de 't' (stam + geen t), staat het ervoor (bv. 'jij vindt'), dan blijft de 't' staan (stam + t).
De officiële hoofdregel voor het wel of niet schrijven van deze tussen-n is: als het eerste deel van een samenstelling alleen een meervoud heeft op -en en niet (ook) een meervoud op -es, schrijf je een tussen-n in de samenstellingen met dat eerste deel.
Ezelsbruggetjes voor gesprekstechnieken helpen je beter te communiceren, met bekende acroniemen zoals LSD (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen), ANNA (Altijd Navragen, Nooit Aannemen), OMA (Oordelen, Meningen, Adviezen thuislaten), NIVEA (Niet Invullen Voor Een Ander), OEN (Open, Eerlijk, Nieuwsgierig), en DIK (Denk In Kwaliteiten). Deze helpen je om actief te luisteren, aannames te vermijden en een open, nieuwsgierige houding aan te nemen, wat leidt tot effectievere gesprekken.
Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.
Voor het ezelsbruggetje van AM/PM onthoud je dat A (AM) eerder in het alfabet komt dan P (PM), dus AM is voor de middag (00:00-12:00) en PM is na de middag (12:00-24:00). Een ander ezelsbruggetje is "Akelige Morgen" (AM) en "Prettige Middag" (PM), of kijk naar de letters: A komt vóór P, dus AM is ochtend, PM is middag/avond.
Gebruik 'that' bij beperkende bijzinnen, die niet weggelaten kunnen worden zonder de betekenis van de zin te veranderen (bijvoorbeeld: "Het gedicht dat ik schreef won de eerste prijs"). Gebruik 'which' bij niet-beperkende bijzinnen, die informatie over een zelfstandig naamwoord toevoegen maar niet noodzakelijk zijn voor de zin (bijvoorbeeld: "Mijn hond, die een poedel is, speelt graag apporteren.").
Welk en welke worden gewoonlijk met een zelfstandig naamwoord gecombineerd: na welk volgt een het-woord; na welke een de-woord of een meervoudig woord. Op wat volgt geen zelfstandig naamwoord.
De regel is vrij eenvoudig: een apostrof wordt gebruikt in het meervoud als het woord eindigt op een klinker (a, e, i, o, u) en het toevoegen van alleen een 's' zou de uitspraak veranderen. Dit gebeurt meestal om een zogenaamde 'klinkerbotsing' te voorkomen. De auto wordt auto's.
Het werkwoord verhuizen wordt als volgt vervoegd: ik verhuis, jij verhuist, wij verhuizen, jij verhuisde, wij verhuisden, wij zijn verhuisd. De stam (het hele werkwoord min -en) van verhuizen is verhuiz. Bij werkwoorden waarvan de stam op een z eindigt, verschijnt in de verleden tijd een d: verhuisde.
Zoals anderen al hebben gezegd, zijn beide correcte tegenwoordige tijden voor het werkwoord 'denken'. 'Ik denk' is de tegenwoordige tijd in de progressieve vorm en 'Ik denk' is de onvoltooid tegenwoordige tijd.
Bijvoorbeeld Piet's bloemenhoekje of Ome Wim's Oppasservice. Ook in de gedrukte krant zie ik bijvoorbeeld Rutte's kabinet voorbijkomen. Die apostrof is hier niet nodig, want er is geen verwarring over de uitspraak. Piets bloemenhoekje, Ome Wims Oppasservice en Ruttes kabinet zijn prima zonder apostrof.
De aanbevelingen van de NHTSA zijn de afgelopen jaren echter veranderd. De organisatie adviseert bestuurders nu om hun handen iets lager te plaatsen, in de "9 en 3"-positie . Deze verandering is deels ingegeven door het feit dat de "10 en 2"-handpositie gevaarlijk kan zijn in auto's met kleinere stuurwielen en airbags.
Als twee voertuigen tegelijk aankomen, gaat het voertuig rechts eerst . Bij een gelijkspel en als jullie allebei afslaan, gaat degene die als eerste rechtdoor gaat, dan de persoon die van de andere kant rechtdoor komt, en dan de auto die linksaf slaat.
Leren autorijden – links en rechts
Als je rijinstructeur je vraagt om in je linker buitenspiegel te kijken, bedoelt hij of zij de linker buitenspiegel. De rechter buitenspiegel (offside) is daarentegen de rechterkant van de auto, gezien vanuit de bestuurdersstoel .