Als leerkracht ben je verantwoordelijk voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in jouw eigen groep en in de school. Je bereidt zelfstandig lessen voor en voert deze uit.
Een leraar mag niet schreeuwen tegen een kind, en ook mag een leraar een kind niet slaan of uitschelden. Landen moeten elkaar helpen om te zorgen dat ieder kind naar school kan.
De leraar heeft de regie, regisseert en registreert het leerproces. Hij of zij moet de aandacht van de leerlingen weten te vangen en vast te houden. Aan het begin van de les is de leraar presentator.
In grote lijnen is de functie van leraren om studenten te helpen leren door hen kennis bij te brengen en door een situatie te creëren waarin studenten effectief kunnen en zullen leren . Maar leraren vervullen een complexe set van rollen, die variëren van de ene maatschappij tot de andere en van het ene onderwijsniveau tot het andere.
Effectieve leraren vervullen in hun lessen vijf verschillende rollen. De leraar is: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog en afsluiter. Het boek De vijf rollen van de leraar beschrijft voor elke rol op concrete, praktische wijze welk gedrag een effectieve leraar wel én niet vertoont.
Als leerkracht ben je verantwoordelijk voor het onderwijzen en begeleiden van leerlingen of studenten in een specifieke leeftijdsgroep of onderwijsniveau. Je ontwerpt lesplannen, presenteert lesmateriaal, organiseert klasactiviteiten en evalueert de voortgang van de leerlingen.
Een verantwoordelijkheid is wat iemand moet.Diegene is daarop aanspreekbaar en legt daarvoor verantwoording of rekenschap af aan een ander. Verantwoordelijkheid moet niet verward worden met verantwoording of verantwoordelijkheidsgevoel.
De afwezigheid van wangedrag. Dat wil zeggen wat niet mag: niet met spullen gooien, niet met je ogen rollen naar de leraar, niet vloeken, niet schelden, niet duwen, pesten of vechten. Positief gedrag. Dit zijn alle gewoontes die ervoor zorgen dat leerlingen kunnen floreren als leerling en als mens.
Een leerling moet altijd de mogelijkheid hebben om naar het toilet te gaan, ook tijdens de lesuren wanneer uw toiletbezoek niet kan wachten tot de pauze. Een leerkracht mag een toiletbezoek dus niet weigeren, tenzij daar een goede reden voor is.
Ook werkdruk, stress en een laag salaris worden veel genoemd. Andere redenen zijn onduidelijke verwachtingen, ontbreken van steun en feedback, geringe doorgroeimogelijkheden, gebrekkige communicatie en slechte relaties binnen de school. De verschillende uitvalredenen lijken met elkaar samen te hangen.
Hij moet plezier hebben in zijn vak, betrouwbaar zijn en zich aan afspraken houden. Daarnaast koppelt een goede docent de lesstof aan de actualiteiten, maakt hij leerlingen duidelijk waarom je iets moet leren en zorgt hij voor variatie in leervormen.
Een leraar is enthousiast, geduldig en benaderbaar, maar moet er wel voor zorgen dat de rust in de klas bewaard blijft. In Nederland zijn de klassen over het algemeen groot en sommige kinderen kunnen erg druk zijn. Een goede planning maken is dan ook belangrijk voor een leraar.
Er zijn vijf loopbaancompetenties (kwaliteitenreflectie, motieven reflectie, werkexploratie, loopbaanzelfsturing en netwerken) welke jongeren in kunnen zetten bij het vormgeven van hun loopbaan.
De 3 kerncompetenties ( creativiteit, samenwerking, communicatie )
De leraar moet zichzelf zien als een facilitator, gids en mede-leerling in het onderwijsproces . Het is de verantwoordelijkheid van de leraar om studenten aan te moedigen de leiding te nemen over hun leertraject. Dit gebeurt wanneer ze de natuurlijke nieuwsgierigheid van studenten aanspreken in plaats van onderdrukken.
De leraar is een professional die samen met collega's, in teamverband, het onderwijs verzorgt, verantwoordelijk is voor de pedagogisch/didactische aanpak, zorgverlening, on- derwijsontwikkeling en –verbetering en de professionalisering van het team.
Elke dag aanwezig zijn om les te geven en te investeren in je studenten is wat ECHT belangrijk is. Wees een positief LICHT op je school en zorg goed voor jezelf, zelfs in tijden van duisternis. Je studenten hebben je nodig. Je collega's hebben je nodig.
De primaire rol van een docent omvat doorgaans het delen van kennis, het bieden van educatieve begeleiding en het ervoor zorgen dat studenten de onderwerpen die ze onderwijzen begrijpen . Een docent kan met één leerling werken en lessen ontwerpen die specifiek zijn voor de leerstijl en voorkeuren van die leerling.
We definiëren een goede leraar als een leraar die een aanwijsbare bijdrage levert aan het leren en de ontwikkeling van leerlingen. Dat betekent dat kenmerken van een goede leraar op de een of andere manier invloed moeten hebben op de kennis, vaar- digheden en / of houding en motivatie van leerlingen.
Geef in elke les een positieve boodschap en oefen met het positief belonen van leerlingen. Oefen met de drieslagregel: je zegt wat je hoort of ziet, daarna wat de regel is en tot slot wat je verwacht van de leerling. Bijvoorbeeld: 'Ik hoor je praten. De regel is dat je stil bent.