vlijt-versus-minderwaardigheid =
periode waarin het kind probeert competenties te ontwikkelen om problemen met ouders, leeftijdgenoten, school en de wereld om zich heen het hoofd te kunnen bieden.
Het wordt door Erikson gedefinieerd als het conflict tussen generativiteit en stagnatie. Stagnatie wil zeggen dat er nergens op de wereld een product is van je identiteit, bijvoorbeeld nageslacht, werk of liefde.
Generativiteit verwijst naar het maken van een positieve impact en het bijdragen aan de wereld, zoals door kinderen op te voeden, anderen te begeleiden of zinvol werk te doen. Stagnatie daarentegen staat voor het gevoel vast te zitten en onproductief te zijn, en een gevoel van doel te missen.
Ego- integriteit: Met een goed en voldaan gevoel kunnen terugkijken op je levensloop en het accepteren van tegenslagen.
Fysieke ontwikkeling: ontwikkeling die het menselijk lichaam doormaakt. Cognitieve ontwikkeling: ontwikkeling van het denken. Socio-emotionele ontwikkeling: ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid. De 3 ontwikkelingsdomeinen hebben nog een onderverdeling in specifieke .
Volgens Vygotsky nemen kinderen naarmate zij ouder worden het gedrag van volwassenen steeds meer over. Dit doen zij door dingen meerdere malen zelf te doen. Daardoor zijn volwassenen steeds minder nodig, maar niet als het om nieuwe ervaringen gaat (zie hieronder).
In het alledaagse spraakgebruik spreekt men tot een leeftijd van 12 à 14 jaar van kinderen, wat min of meer overeenkomt met 'Een kind is een mens van geboorte tot de puberteit. ' Daarna spreekt men van 'jongere', 'tiener' of 'puber'.
Levensfasen zijn perioden in een mensenleven waarin je lichaam en je verstand veranderen. De levensfasen zijn: baby, peuter, kleuter, kind, puber, adolescent (jong volwassene), volwassene en oudere. Hormonen zijn regelstoffen in je lichaam; ze worden gemaakt door hormoonklieren, zoals de hypofyse.
Erik Erikson was een Duits-Amerikaanse psycholoog die een van de meest populaire en invloedrijke ontwikkelingstheorieën heeft ontwikkeld. Zijn theorie bestrijkt de hele levensloop.Het is een psychosociale theorie omdat hij zich richt op hoe sociale interacties en relaties de vorming van je persoonlijkheid beïnvloeden.
De belangrijkste onderdelen van Eriksons model voor menselijke ontwikkeling zijn: fase één, zuigelingentijd, vertrouwen versus wantrouwen; fase twee, peutertijd, autonomie versus schaamte en twijfel; fase drie, kleuterjaren, initiatief versus schuldgevoel; fase vier, vroege schooljaren, vlijt versus minderwaardigheid; fase vijf, adolescentie, identiteit ...
In het schema ontwikkelingsaspecten en om- gevingsinteractie worden de volgende ontwik- kelingsgebieden onderscheiden: lichamelijke ontwikkeling, motorische ontwikkeling, cogni- tieve ontwikkeling, seksuele ontwikkeling, per- soonlijke ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Fijne motoriek gaat over de kleine bewegingen, bijvoorbeeld van de handen en vingers. Je kind oefent dat op allerlei manieren: door knutselen, met bestek eten, veters strikken, een instrument leren bespelen, tekenen en schrijven.
Een belangrijke valkuil bij de competentie integer is dat je te principieel bent. Sommige situaties vragen dat je flexibel bent en dan kan het volharden in je normen en waarden tegen je werken.
De id is het primitieve en instinctieve deel van de geest dat seksuele en agressieve drijfveren en verborgen herinneringen bevat. Het superego opereert als een moreel geweten en het ego is het realistische deel dat bemiddeld tussen de verlangens van de id en het superego.
Wanhoop is doorgaans de vrucht van voortdurende, onopgeloste droefheid, pijn, ellende en angst . Deze emoties komen voort uit lijden, een gevoel van pijn en ellende veroorzaakt door negatieve en traumatische gebeurtenissen.
Het 8-fasenmodel is een krachtgericht begeleidingstraject waarin de leefgebieden die voor iedereen van belang zijn centraal staan: zingeving, wonen, financiën, relaties, lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid, werk en activiteiten.
Postformeel denken is denken dat verder gaat dan Piagets formele operaties. Denken dat rekening houdt met het feit dat de hachelijke situaties waarin volwassenen kunnen terechtkomen soms op relativerende wijze moeten worden opgelost.