De vier fundamentele medisch-ethische principes, ontwikkeld door Beauchamp en Childress, zijn: 1) Respect voor autonomie (zelfbeschikking), 2) Weldoen (het belang van de patiënt dienen), 3) Niet schaden (geen kwaad doen of schade toebrengen), en 4) Rechtvaardigheid (eerlijke verdeling van zorg). Deze principes worden gebruikt om ethische dilemma's in de zorg te analyseren. NTVG +3
De regel- of principe-ethiek legt het accent op volgen van regels en principes: de Tien Geboden, bijvoorbeeld, of de Rechten van de mens of de vier ethische principes: weldoen, niet-schaden, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid. De deugdethiek stelt het karakter van degene die handelt centraal.
Weldoen, niet schaden, autonomie en rechtvaardigheid vormen de vier principes van de ethiek. De eerste twee gaan terug tot de tijd van Hippocrates: "helpen en geen kwaad doen", terwijl de laatste twee zich later hebben ontwikkeld.
Vier belangrijke stromingen binnen de ethiek zijn de gevolgenethiek van de utilisten, de plichtethiek van Kant, de perspectivistische ethiek van Nietzsche en de deugdethiek van Aristoteles.
Deze principes zijn: (a) respect voor autonomie; (b) weldoen; (c) niet schaden; en (d) rechtvaardigheid.
De 4 principes van passende zorg zijn: 1. Zorg die werkt tegen een redelijke prijs (waardegedreven), 2. Samen beslissen met de patiënt, 3. De juiste zorg op de juiste plek (dichtbij als kan, verder weg als nodig), en 4. Focussen op gezondheid (positieve gezondheid) in plaats van alleen op ziekte. Deze principes, afkomstig uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), sturen de beweging om zorg effectiever, patiëntgerichter en duurzamer te organiseren.
Het vierogenprincipe betekent dat een kritisch proces altijd door minimaal twee personen gecontroleerd moet worden om fouten, fraude of misstanden te voorkomen, waarbij één persoon meekijkt of meeluistert terwijl de ander een taak uitvoert, met name in de kinderopvang (toezicht op personeel) en financiën (bestuurslagen). Het gaat niet altijd om constante aanwezigheid, maar om de mogelijkheid tot controle, bijvoorbeeld door glazen wanden, camera's, of het samenvoegen van groepen.
Anders gezegd is ethiek 'kritisch nadenken over wat (moreel) goed is om te doen'. Van oudsher wordt de ethiek gezien als een onderdeel van de filosofie. Ethiek en moraal worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn twee verschillende zaken: ethiek bestudeert de moraal.
Deontologie is standaardtaal in België in de betekenis 'leer van de plichten en de ethiek voor een bepaald beroep'. Standaardtaal in het hele taalgebied is beroepsethiek.
Er zijn verschillende ethische theorieën, maar de drie belangrijkste zijn de deontologische ethiek, de consequentialistische ethiek en de deugdethiek.
Wat is Ethisch Gedrag? Ethisch gedrag verwijst naar handelen in overeenstemming met de normen van goed en fout die in een bepaalde samenleving gelden. Het gaat om het tonen van respect voor anderen, eerlijkheid, integriteit en verantwoordelijkheid.
Een moreel of ethisch dilemma ontstaat als er een botsing is tussen verschillende morele waarden. Het kiezen voor de ene waarde gaat dan ten koste van de andere waarde. In de medische wetenschap komen vaak ethische dilemma's voor en staan artsen soms voor moeilijke morele keuzes.
Ethisch heeft te maken met wat als juist, goed en moreel aanvaardbaar wordt beschouwd in termen van gedrag, handelingen en beslissingen. Iets is ethisch als het in overeenstemming is met principes, normen en waarden die bepalen wat als rechtvaardig, eerlijk en respectvol wordt beschouwd.
Beginselethiek. Bij beginselethiek wordt steeds een beginsel als uitgangspunt genomen. Denk bijvoorbeeld aan eerbied voor het leven en menselijke waardigheid. Bij de oplossing van een ethisch probleem moet recht gedaan worden aan een of meer van deze beginselen of principes.
Het ecologisch principe vertaalt zich ook naar de volgende schakels in de voedingsketen: de verwerking, groothandel, handel, consumptie en afvalverwerking (recycling). De voedselketen is pas duurzaam, volgens ecologisch model, als alle schakels dat zijn, in onderling verband.
Het principe van niet-schaden vraagt van artsen om geen handelingen te verrichten die schadelijk zijn. In de geneeskunde gaat de uitdrukking 'baat het niet, dan schaadt het niet' namelijk lang niet altijd op. Zo kun je iemand schaden met een onnodige operatie of te zware chemotherapie.
Deontologie is ethiek gebaseerd op externe regels, terwijl deugdethiek gebaseerd is op intern karakter.
Volgens het utilitarisme hangt de moraliteit van een handeling af van de gevolgen ervan. Het deontologisch principe stelt daarentegen dat de moraliteit van een handeling afhangt van de overeenstemming ervan met morele normen .
Die normen vloeien voort uit zijn plicht om (I) waarheidsgetrouw te berichten, (II) onafhankelijk informatie te garen en te verstrekken, (III) fair op te treden en (IV) respect te betonen voor het privéleven en de menselijke waardigheid.
Er zijn vier brede categorieën ethische theorieën : deontologie, utilitarisme, rechten en deugden . De deontologische stroming stelt dat mensen zich aan hun verplichtingen en plichten moeten houden bij het nemen van beslissingen waarbij ethische overwegingen een rol spelen.
De meeste mensen zijn opgegroeid met het oude gezegde: "Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden." Dit staat beter bekend als de "gouden regel" en betekent simpelweg dat je anderen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden .
De begrippen 'ethiek' en 'moraal' worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn wezenlijk verschillend. 'Moraal' is het geheel van waarden en normen dat voor een persoon of een groep van belang is. 'Ethiek' is het systematisch nadenken over die moraal. Ethiek bestudeert en analyseert dus de moraal.
Deze vaardigheden korten we af naar OP REIS en vormen de basis van ons pedagogisch handelen.
"Vier ogen" is een uitdrukking die verwijst naar iemand die een bril draagt en kan ook verwijzen naar: Four Eyes, een stripboek.
Een gesprek onder vier ogen is een gesprek dat tussen twee personen plaatsvindt, dus zonder de aanwezigheid van een derde. Het is de aanduiding voor een gesprek, waarvan beide sprekers vinden dat het in eerste instantie alleen hun beiden aangaat. Het gesprek heeft vaak een vertrouwelijk en serieus karakter.