Jezus had geen achternaam in de moderne zin. Hij werd geïdentificeerd door zijn herkomst of vader, zoals Jezus van Nazareth (zijn geboorteplaats) of Jezus, zoon van Jozef. Zijn eigenlijke naam was de Aramese naam Yeshua (Jeshua/Jesjoe). 'Christus' is geen achternaam, maar een titel (Gezalfde/Messias). www.eo.nl +6
Namen en titels
In die tijd bestonden in Palestina geen familienamen. Volgens de Joodse conventies van toentertijd was hij wellicht oorspronkelijk bekend als Jesjoea ben Josef (Jezus de zoon van Jozef). In de evangeliën staat soms ook zijn plaats van herkomst bij de naam Jezus: Jezus van Nazareth of Jezus de Nazarener.
Jesjoea (ישוע) is een afgekorte vorm van de naam Jehosjoea (יהושע), Jozua (voornaam), te vinden in de laatste boeken van het Oude Testament. Hiervan is de hogepriester Jesjoea in de tijd van Ezra een voorbeeld.
Bovendien was zijn naam, "Yeshua", wat "Yahweh is verlossing" betekent, een veelvoorkomende naam in het 1e-eeuwse Palestina. En tot slot is "Christus" niet zijn achternaam, maar een diepzinnige titel die een onuitwisbare indruk op de menselijke geschiedenis heeft achtergelaten.
Christos. Maar wat betekent Christus dan, is dat een soort achternaam? Nou nee, dat niet. Christus is afgeleid van het Griekse woord 'christos'' en dat betekent 'gezalfde' of 'uitverkorene'.
Er zijn niet strikt "7 namen", maar in het Jodendom zijn er traditioneel zeven namen van God die heilig zijn en speciale zorg vereisen, waaronder YHWH (Jahweh/Jehova), Adonai, El, Elohim, Shaddai, Tzevaot, en Ehyeh-Asher-Ehyeh (Ik ben die Ik ben), hoewel de exacte lijst kan variëren en er veel meer titels zijn die verschillende aspecten van God beschrijven, zoals de Almachtige (El Shaddai), de Eeuwige (El Olam) en de Heer der Heerscharen (Yahweh Sabaoth).
De zeven kruiswoorden van Jezus zijn zeven korte uitspraken die Hij deed aan het kruis, verzameld uit de evangeliën, en vormen een spiritueel testament over vergeving, redding, zorg voor nabestaanden, verlatenheid, dorst, volbrenging en overgave aan God. Ze benadrukken Gods genade, de belofte van het paradijs, zorg voor zijn moeder Maria en Johannes, zijn diepe lijden, zijn volbrachte taak, en zijn uiteindelijke overgave aan de Vader.
Judas. Judas de broer van Jezus wordt niet vaak genoemd in het Nieuwe Testament. In Marcus 6:3 en Matteüs 13:55 kunnen we lezen dat de mensen in Nazaret over Jezus spreken. Ze noemen dan ook de namen van zijn familie, waaronder Jezus' broers Judas en Jakobus .
'Jezus had vrouw en drie kinderen'
115 namen en titels van Jezus Christus.
Zijn er wel directe bewijzen van Jezus' leven? Verreweg de meeste historici die zich in de tijd van Jezus hebben gespecialiseerd, zijn het met elkaar eens: directe bewijzen voor Jezus' leven zijn er niet. De evangeliën zijn namelijk decennia na zijn veronderstelde dood geschreven.
Jezus heeft zichzelf nooit Messias genoemd. Wel heeft Hij tegenover de hogepriester bevestigd dat Hij de messias is. (Marc. 14:62)Bij voorkeur noemde Hij zich Mensenzoon, zoon des mensen.
Zoals elk Joods kind dat werd geboren kreeg ook Gods Zoon een echte Hebreeuwse naam: 'Jeshua'. De engel deelde aan Jozef mee: “… U zult Zijn naam 'Jeshua' noemen…” De Griekse vorm van deze Hebreeuwse naam luidt 'Iesous'. En uit deze vergrieksing is de naam 'Jezus', zoals deze bekend is geworden, voortgekomen.
In de oorspronkelijke Hebreeuwse vorm was Jezus' naam Yeshua, een verkorte versie van Yehoshua (Jozua). De naam draagt de krachtige betekenis "Yahweh redt" of "Yahweh is redding", of simpelweg "redding", waarmee Gods rol als Verlosser wordt benadrukt.
Dus hij heette waarschijnlijk het grootste deel van zijn leven Jezus van Nazareth. Toen hij rabbi werd, zou hij Rabbi Yeshua genoemd zijn. Dit is het juiste antwoord. Jezus Christus = Yeshua HaMashiach.
Maria is de moeder van Jezus . Een engel vertelt haar dat zij een kind zal krijgen en dat hij Zoon van God genoemd zal worden. Maria is niet alleen aanwezig bij Jezus' geboorte, maar ook bij zijn dood.
Opvallend in dit geslachtsregister is dat er naast Jezus' moeder nog vier vrouwen genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Deze laatste wordt in vers 6 genoemd als 'die de vrouw van Uria was'.
Geleerden geloven dat Maria tussen de 12 en 16 jaar oud was toen ze Jezus kreeg (Ibid.). Gezien het bijbelse verslag en de Joodse culturele praktijken in Maria's tijd, is de meest waarschijnlijke leeftijd waarop Maria Jezus kreeg, waarschijnlijk 15 of 16 jaar oud.
Als Maria wegloopt loopt Jezus achter haar aan en noemt hij haar bij haar naam: “Maria. Maria uit Magdala.” Maria is geschrokken en vraagt hoe Jezus weet hoe zij heet. Jezus antwoord met: “Welnu, zegt de Heer, die jou schiep.
Jezus had geen broers en zussen, Hij was het enige kind van Maria. Zoals lezers van het Oude Testament weten, worden de woorden broers en zussen ook gebruikt voor neven en nichten en nauwe verwanten.
Jezus' broers – Jakobus, Judas, Simon en Joses – worden genoemd in Matteüs 13:55 en Marcus 6:3 en elders. De naam van Jakobus staat altijd als eerste in lijsten, wat suggereert dat hij de oudste van hen was. In zijn Joodse Oudheden (20.9.1) beschrijft Josephus Jakobus als "de broer van Jezus die Christus genoemd wordt".
Elke dag van het jaar zegt de Bijbel: 'Wees niet bang' Ruim 365 keer staat er bijna letterlijk in de Bijbel: 'Wees niet bang. ' Laat ons dit mantra herhalen voor onszelf en onze dierbaren.
Het is het getal van de volheid van God (7 geesten voor zijn troon). Drie maal 7 is 777, dit is de aanduiding van de goddelijke volmaaktheid. Voor de troon van God ziet Johannes een grote schare die niemand tellen kan (Openb. 7 : 9), maar hoewel die menigte ontelbaar is, is ze toch beperkt.
Het “Titulus Crucis” ('kruisopschrift') is een reliek die bewaard wordt in de basiliek van Santa Croce in Gerusalemme. Het is een klein stukje hout, bewaard in een zilveren reliekhouder, dat oorspronkelijk deel zou hebben uitgemaakt van het opschrift INRI op het kruis waaraan Jezus stierf.