De gebruiksoppervlakte (GBO) is de totale oppervlakte in vierkante meters van alle woonlagen binnen de buitenmuren, met een nettohoogte van minimaal 1,5 meter. Het omvat ruimtes zoals woonkamers, slaapkamers, keukens, badkamers, gangen en vaste kasten. Aangebouwde, inpandige ruimtes zoals garages en kelders tellen ook mee. JUIST - Jouw WOZ klopt +5
De definitie van gebruiksoppervlakte (GO) volgens NEN 2580 is: de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen.
Het bruto-vloeroppervlakte is dus inclusief dragende muren, vides, gevels en noem zo maar op. Dit geldt ook voor de helft van scheidingsconstructie (binnenmuren). Het gebruiksoppervlakte (GBO) is gelijk aan het bruto-vloeroppervlak minus: dragende binnenmuren en gevels.
Een garage, schuur, eventueel dakterras of balkon vallen dan weer niet onder de woonoppervlakte van de woning. Dit staat in de “meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen” die makelaars gebruiken om de totale woonoppervlakte te bepalen.
Met welke regels moet je rekening houden voor het meten van de gebruiksoppervlakte wonen:
Een keuken, vaste kast, meterkast, gang, trapkast, badkamer en toilet binnen de woning worden tot de gebruiksoppervlakte wonen gerekend.
Een bewoonbare zolder telt volledig mee als gebruiksoppervlakte wonen. Dit is het geval als: Er een vaste trap is. Er minimaal 0,5 m² aan daglichttoetreding is.
Gebouwgebonden buitenruimte is een buitenruimte die constructief aan de woning is verbonden, zoals een balkon, terras of overkapping. Het behoort niet tot het woonoppervlak maar wordt apart vermeld in meetrapporten.
Of €30.000 overbieden veel is, hangt sterk af van de vraagprijs en locatie: bij een huis van €300.000 is 10% (€30k) veel, terwijl het bij een huis van €600.000 (5%) in een populaire buurt vaak normaal is en zelfs 10-15% (tot €90k) voorkomt in de huidige oververhitte markt, vooral in de Randstad. Het is dus essentieel om de regionale markt te kennen en je maximum te bepalen, aangezien 5-10% overbieden vaak nodig is.
Verschil tussen woonoppervlakte en gebruiksoppervlakte
Het grootste verschil is dat bij het woonoppervlakte enkel binnenruimten geschikt voor bewoningsdoeleinden meegerekend worden. Bij gebruiksoppervlakte wonen wordt ook gebouwinstallaties, trappen, gangen, sanitaire ruimten, bergruimten en binnenwanden meegerekend.
Het aantal vierkante meters (gebruiksoppervlakte) bepalen we door de binnenzijde van uw woning op te meten. De meting gaat van de binnenkant van de ene buitenmuur naar de binnenkant van de andere buitenmuur. Hierbij meten we alle verdiepingen en tellen we alles bij elkaar op.
Externe bergruimte heeft geen woonfunctie. De ruimte dient gescheiden te zijn van het hoofdgebouw. Onder andere de garage en schuur vallen onder externe bergruimte.
- niet tot de bvo worden gerekend: wegen en toegangen, tuinen, buitentrappen en roltrappen, onbruikbare zolders, open galerijen, metalen galerijen voor het onderhoud van het gebouw, platte daken, schuine daken.
Gebruiksoppervlakte (GBO) of 'woonoppervlakte'
Het GBO is gelijk aan het BVO minus: gevels en dragende wanden; de vloeroppervlakken waarboven de vrije hoogte minder is dan 1,5 m, met uitzondering van vloeren onder trappen; trapgaten, liftschachten of vide's groter dan 4 m2.
Aangebouwde delen die dicht zijn (zoals een garage, berging, erker, kelder, aanbouw of dakkapel) horen ook bij de gebruiksoppervlakte. Heeft uw woning meer dan 1 woonlaag (bijvoorbeeld de begane grond en een 1e verdieping), dan wordt de gebruiksoppervlakte van alle woonlagen bij elkaar opgeteld.
Trappen en trapgaten tellen mee in de gebruiksoppervlakte als ze voldoen aan de volgende voorwaarden: Binnen de 4 m²-regel: Als het trapgat (inclusief de opening in de vloer) kleiner is dan 4 m², wordt het meegeteld in de gebruiksoppervlakte.
Met 2 ton overwaarde kun je je hypotheek verhogen voor verbouwing/verduurzaming (fiscaal voordelig), een opeet- of verzilverhypotheek (vooral 60+) afsluiten, je huis verkopen en terug huren, of het geld gebruiken voor andere doelen zoals schenken of beleggen, waarbij belasting (Box 3) en hypotheekrenteaftrek een rol spelen. De beste keuze hangt af van je levensfase, inkomen en bestedingsdoel, waarbij advies van een financieel adviseur aan te raden is.
Voor een hypotheek van € 400.000 heb je doorgaans een bruto jaarinkomen nodig tussen de € 80.000 en € 85.000, afhankelijk van de actuele rente en je persoonlijke situatie, hoewel sommige berekeningen uitkomen op € 77.500 tot € 83.500. Bij een alleenstaande is dit rond de € 83.000, terwijl het bij twee inkomens het gezamenlijke inkomen is.
Een realistisch bod is een bedrag dat past bij de actuele marktwaarde van de woning, de staat van het huis en de situatie in de markt. Het is niet automatisch de vraagprijs. In een oververhitte markt ligt een goed bod soms boven de vraagprijs. In andere gevallen juist daaronder.
Voor een overkapping geldt vaak een meldingsplicht of vergunningplicht, afhankelijk van de grootte, locatie (achtertuin vs. voortuin) en de regels van uw gemeente; check altijd het Omgevingsloket voor uw specifieke situatie, maar doorgaans geldt voor vergunningsvrij bouwen: maximaal 30m², binnen 2,5m van de erfgrens (of volgens de achtererfregels), en niet hoger dan 4m (en niet meer dan 50% van de tuin).
Een carport is vaak vergunningsvrij mits deze achter de voorgevel staat, niet hoger is dan 3 meter (nokhoogte max 4.5m) en voldoet aan de maximale bebouwingspercentages van het achtererf (bijv. 50% bij <100m² achtererf), en geen woonruimte is, maar let op: elke gemeente heeft eigen regels en bij twijfel, of bij plaatsing in de voortuin, is een check bij het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl/checken) essentieel.
Het aantal bewoonbare vierkante meters is in grote mate bepalend voor de waarde van een woning. Een woning van 90 m2 is duurder dan een woning van 50 m2. Daarnaast wordt de waarde bepaald door de oppervlakte van het landgoed. Een groot perceel (500 m2) is meer waard dan een kleiner perceel van bijvoorbeeld 100 m2.
Is er sprake van een verhoogd plafond of vide? De gemiddelde woonkamer is tussen de 20 à 30 m2 groot.
Indien een kelder onderdeel is van een gebruiksfunctie, wordt de vloeroppervlakte van de kelder meegenomen in de berekening van de gebruiksoppervlakte (GO). Is de kelder echter geclassificeerd als een overige gebruiksfunctie, dan vormt deze een aparte gebruiksfunctie met een eigen gebruiksoppervlakte.
- Een onverwarmde berging, een garage, balkon en terras worden (meestal) niet meegerekend in de gebruiksoppervlakte wonen, maar in overige inpandige ruimte of in gebouwgebonden buitenruimte of externe buitenruimte.