Rigide gedrag is één van de diagnostische criteria voor autisme. Leo Kanner noemde het "vasthouden aan hetzelfde". Het betreft bijvoorbeeld de neiging om van streek te raken door kleine veranderingen, moeite hebben met overgangen of de behoefte hebben om steeds dezelfde route te volgen.
Verwijzingen naar rigiditeit als klinisch kenmerk zijn te vinden in de beschrijving van autisme in de DSM-5-TR (onder 'Autistische spectrumstoornis') en omvatten stereotiepe of repetitieve bewegingen of spraak, vasthouden aan hetzelfde, onbuigzaam vasthouden aan routines, geritualiseerde patronen of verbaal non-verbaal gedrag, rigide denken, ...
Wanneer je star of rigide bent dan reageer je vanuit de weerstand.Je houdt dan te strak of te streng vast aan jouw standpunten en overtuigingen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor jouw communicatie. De communicatie is niet meer open.
Bij een autistische meltdown of shutdown gaat het eerder om overprikkeling. Je brein heeft simpelweg teveel input te verwerken gehad – te veel sociale situaties, te veel herrie, te veel alles – en dan knapt er iets. Bij een meltdown uit zich dat vaak in een explosie naar buiten toe: boosheid, huilen, paniek.
PDA kenmerkt zich van door een uitdagingen tegen eisen en verzoeken des levens (tanden poetsen, werken, enz.)en inbreuken op hun autonomie.
Een meltdown is het nieuwe woord, overgewaaid uit Amerika. Je kunt het ook een punthoofd noemen, een vol hoofd, overprikkeling of roze stuiterballen in je hoofd. Hoe je het ook noemt, je kunt het niet altijd voorkomen en het is enorm lastig om mee om te gaan, voor zowel Cass als voor jou.
Mannen met autisme hebben vaker comorbide externaliserende problemen (zoals gedragsproblemen en hyperactiviteit). Vrouwen met autisme hebben vaker comorbide internaliserende problemen (zoals angst en depressie).
Type 7: auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis. Type 9: autismespectrumstoornis (zonder verstandelijke beperking)
Mensen met autisme zijn in de basis sneller angstig, ook al is dat niet nodig. Het systeem is hier in veel gevallen meer gevoelig voor. Soms kunnen angsten ook de overhand nemen. Dit kan zo ver gaan, dat iemand met autisme bijvoorbeeld de deur niet meer uit durft, omdat hij of zij bang is voor mensen massa's.
Voorbeelden van gedragsrigiditeit zijn: Aandringen op het volgen van specifieke routines of schema's zonder afwijking . Moeite met aanpassen aan veranderingen in plannen of onverwachte gebeurtenissen. Hetzelfde gedrag of dezelfde activiteiten herhalen, zelfs als ze niet langer gepast of nuttig zijn.
Onbuigzaam denken is een transdiagnostisch endofenotype, of kwetsbaarheidsfactor, dat bij sommige personen met een breed scala aan stoornissen aanwezig is, waaronder autismespectrumstoornis (ASS), obsessieve-compulsieve stoornis (OCS), obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis, anorexia, stoornis in de lichaamsbeleving, problematisch gebruik van de geest, ...
Herprogrammeer je brein : Ons brein kan wennen aan negatief denken, het in twijfel trekken van onze eigen capaciteiten, twijfelen aan de mogelijkheden en zorgen. Je brein kan ook gewend zijn aan twijfelachtig en zorgelijk denken. Herprogrammeer je brein door positief te denken en te accepteren wie je bent met positieve affirmaties.
Door de grondoorzaak van het rigide gedrag van uw kind te identificeren en de manier waarop ze informatie verwerken te veranderen , kunt u ze helpen om uit hun vaste mindset te komen. Rigiditeit en inflexibiliteit kunnen problematisch zijn als ze het vermogen om een functioneel dagelijks leven te leiden belemmeren.
Hoe ontstaat rigiditeit? De stijfheid ontstaat doordat alle spieren doorlopend een klein beetje zijn aangespannen. Als je dan een beweging wilt maken geven de spieren weerstand. Dat kost veel kracht en energie waardoor je van deze stijfheid heel moe kan worden en daarnaast kan jouw lijf pijnlijk aanvoelen.
Proefpersonen met autisme bleken ongebruikelijk sterke connecties te hebben tussen de thalamus – het deel van de hersenen waar zintuiglijke prikkels binnenkomen – en de gebieden op de hersenschors, waar we ons bewust worden van deze prikkels.
Type 9 onderwijs is er voor kinderen met een autismespectrumstoornis die geen verstandelijke beperking hebben en ondanks begeleiding niet in het gewoon onderwijs terecht kunnen.
De autistische stoornis
Deze variant wordt vaak gezien als de meest ernstige variant van alle vormen van autisme. Kinderen met klassiek autisme hebben vaak moeite met communiceren. Daarnaast zie je ook vaak agressie en ongeremdheid en/of hyperactief gedrag.
De werking in deze type 8-klassen is aangepast aan kinderen met ernstige leerproblemen. Ze kunnen bijkomende specifieke problemen ondervinden bijvoorbeeld op het gebied van concentratie, lezen, schrijven, rekenen, motoriek, sociaal-emotioneel …
Iemand met PDD-NOS heeft last van sociale en communicatieve problemen zoals bij autisme, maar dan in mildere vorm. Er wordt dan ook wel gesproken van aan 'autisme verwante problematiek' of de term PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified).
Graad 2: je hebt duidelijke problemen door tekorten in de sociale communicatie, interactie en kenmerken op het gebied van HBB (Herhalende gedragspatronen, Beperkte interesses en Beperkte activiteiten). Je kunt moeilijk zelfstandig functioneren en effectieve ondersteuning is nodig.
Autisme kan ook het gevolg zijn van schade die op jonge leeftijd aan de hersenen is ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg zuurstoftekort tijdens de zwangerschap of de geboorte, een infectie tijdens de zwangerschap of op de babyleeftijd of schade aan de hersenen als gevolg van ongeval op jonge leeftijd of middelengebruik ...
Veel kinderen met autisme fladderen of springen heel opvallend. Of ze roepen woorden of maken piepende geluiden. Je zou denken dat ze er gelukkig van worden maar in tegendeel het is een uiting van stress/spanningen of overprikkeling of onderprikkeling.
Mensen met autisme geven zelf vaak aan dat ze worden overvallen door een intens gevoel van stress en paniek, en dat een op het eerste gezicht kleine aanleiding, zoals een hard geluid, al snel tot enorme stress kan leiden. Er is dan geen ruimte voor reflectie, 'je wordt 'overweldigd' door de stress'.
Hoewel de gemiddelde hoofdomtrek en de frequentie van macrocefalie bij autisme groter zijn , is er sprake van een hoge mate van variabiliteit, wat de complexe klinische heterogeniteit van de stoornis onderstreept.