Een orgaan of weefsel dat röntgenstraling niet doorlaat heet radio-opaak (ook wel radiopaak). Een gebied dat meer straling doorlaat dan de omgeving heet ook wel hypodens of radiolucent.
Röntgenstraling kan het DNA beschadigen. Te veel ioniserende straling kan namelijk de opbouw van atomen veranderen. Wanneer beschadigd DNA niet goed hersteld wordt, kan dit op langere termijn kanker veroorzaken.
Het woord "radiopaak" betekent simpelweg dat een substantie ondoorzichtig is, of niet doorheen te zien is, onder straling . Het meest voorkomende voorbeeld van iets dat radiopaak is, is het menselijk skelet. Botten zijn niet doorzichtig onder straling, en daarom zijn röntgenfoto's zo'n effectieve manier om botten te visualiseren.
Röntgenfoto's alleen geven geen duidelijk beeld van een mogelijke tumor. Soms zijn meer of andere onderzoeken nodig, zoals een CT-scan, echografie of een MRI. Veel onderzoeken of behandelingen vinden plaats in ons Centrum voor oncologische zorg. Hierin bevindt zich ook de mammazorg (voor afwijkingen in de borst).
Als radioloog ben je dagelijks bezig met het verkrijgen van besliskundige informatie door middel van beeldvormende diagnostische technieken, zoals conventioneel röntgenonderzoek, scintigrafie, echografie, CT, MRI, PET/CT en SPECT/CT.
Door middel van röntgenstralen kunnen we een foto maken van de binnenkant van uw lichaam.Bijvoorbeeld van uw botten, bloedvaten of organen. Met een röntgenapparaat maken we plakje voor plakje afbeeldingen van uw lichaam. We kunnen dit zo later in alle richtingen terugkijken.
Een radioloog is een medisch specialist die vooral in het ziekenhuis werkt. De radioloog geeft richting aan patiënt en collega artsen op verschillende momenten in een zorgtraject.
Vaak is er sprake van pijn en/of roodheid van de huid en/of verminderd gevoel van de lip/kin. Op een röntgenfoto kunnen we de ontsteking zien. Soms doen we hierbij nog aanvullend bloedonderzoek, nemen een stukje bot weg of maken een botscan.
Mensen met longkanker hebben in het begin vaak onopvallende klachten, zoals veel hoesten of vermoeidheid. Deze klachten komen ook voor bij onschuldige aandoeningen, zoals een griep of verkoudheid. Hierdoor komen mensen vaak laat bij een arts en wordt de diagnose longkanker ook laat gesteld.
Met radiologische onderzoeken kunnen we zien of iemand een bepaalde aandoening in zijn lichaam heeft en wat voor soort aandoening dit is, zonder dat iemand een operatie nodig heeft. Dit doen we door beelden te maken van organen en andere weefsels in het lichaam met: röntgenstralen: bijvoorbeeld een mammografie.
Radiopaak: Ondoorzichtig voor een of andere vorm van straling, zoals röntgenstralen . Radiopaak objecten blokkeren straling in plaats van dat ze erdoorheen gaan. Metaal is bijvoorbeeld radiopaak, dus metalen objecten die een patiënt mogelijk heeft ingeslikt, zijn zichtbaar op röntgenfoto's.
Radiopaque middelen zijn medicijnen die worden gebruikt om bepaalde medische problemen te diagnosticeren . Ze bevatten jodium, dat röntgenstralen blokkeert. Afhankelijk van hoe het radiopaque middel wordt toegediend, lokaliseert het zich of hoopt het zich op in bepaalde delen van het lichaam. Het resulterende hoge jodiumgehalte zorgt ervoor dat de röntgenstralen een "foto" van het gebied kunnen maken.
Deze middelen zijn over het algemeen radiopaak, wat betekent dat ze röntgenstralen gemakkelijker absorberen dan omringende weefsels . De verhoogde röntgenabsorptie creëert een groter contrast tussen het contrastmiddel en de omringende weefsels, waardoor het gemakkelijker wordt om specifieke structuren of afwijkingen te visualiseren.
Hoe vaak moeten er röntgenfoto's gemaakt worden? Hoe vaak wij adviseren röntgenfoto's te maken, hangt af van de conditie van het gebit.Dit kan variëren van elke 6 maanden bij een hoog risico tot elke 24 maanden bij een laag risico.
De hoeveelheid straling (doses) die gebruikt wordt voor röntgenonderzoek is echter zo klein, dat er geen schadelijke effecten kunnen optreden. Uw arts weegt af of een röntgenonderzoek echt noodzakelijk is. Dit doet de arts om de hoeveelheid röntgenstraling voor u zo klein mogelijk te houden.
Als standaard zou je kunnen aanhouden dat iemand niet meer dan drie maal per jaar CT-onderzoek mag ondergaan.
Rugpijn is een algemeen symptoom voor vergevorderde alvleesklierkanker.
Kortademigheid. Vaak terugkerende longontsteking of een luchtwegontsteking die maar niet overgaat, ook niet na antibioticagebruik. Heesheid die zonder reden ontstaat en dus niet vooraf is gegaan door keelpijn of verkoudheid. Zeurende pijn in je borststreek, rug of in het gebied van je schouders.
Zeurende pijn in de borststreek, rug of in het gebied van de schouders. Achteruitgang van de lichamelijke conditie. Dit kan zich uiten in snelle vermoeidheid zonder aanwijsbare reden, gewichtsverlies en/of een gebrek aan eetlust.
Soms wordt een röntgenfoto gemaakt om de diagnose te bevestigen. Op een röntgenfoto is kraakbeen niet te zien, maar een foto laat wel zien hoe groot de afstand is tussen de botdelen. Als die te dicht bij elkaar liggen, kunnen we daaruit afleiden dat het kraakbeen dun is of zelfs ontbreekt.
Hoe kun je het herkennen? De 2 voornaamste symptomen zijn pijn en zwelling van de kaak. Als een tandabces zich ontwikkelt, ervaart de persoon pijn bij het kauwen en bij het aanraken van of duwen op de aangetaste tand. De tand wordt ook gevoelig voor warmte (eten) en koude (een ijsje).
Een gewrichtsontsteking geeft klassieke klachten die bij elke ontsteking voorkomen: pijn, zwelling, lokale warmte en vaak ook roodheid. Typisch voor een artritis is de gewrichtsstijfheid. Altijd is er sprake van een functiebeperking.
Het salaris van een radioloog is volgens de Arbeidsvoorwaarden Medisch Specialisten (AMS) en daarom op basis van een werkweek van minimaal 45 uur. Als beginnend radioloog heb je een startsalaris van minimaal €5.833,- bruto per maand.Dit kan uiteindelijk oplopen tot een brutosalaris van maximaal €10.833,- per maand.
De opleiding duurt 5 jaar (hoogstens 2 jaar in een niet-universitair en minstens 3 jaar in een universitair ziekenhuis). De ASO doorloopt alle disciplines en technieken. Technieken: conventionele radiologie, echografie, CT-scan, angiografie en interventionele radiologie, MR en PET-CT.
Met deze onderzoeken worden verschillende delen van het lichaam zichtbaar gemaakt, zoals botten en organen. Meestal gebeurt dit met röntgenstraling. Maar ook geluidsgolven (echografie) en magneetvelden (MRI) kunnen hiervoor worden gebruikt. De radioloog beoordeelt beelden van uw lichaam en maakt daar een verslag van.