VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs) biedt gespecialiseerd onderwijs en intensieve begeleiding aan leerlingen met een beperking, gedragsproblemen of langdurige ziekte, gericht op maatwerk en arbeidsmarkt/mbo. VMBO (Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs) is regulier onderwijs (theoretisch tot praktijkgericht) gericht op een startkwalificatie voor mbo. De VO Gids +3
Het (voortgezet) speciaal onderwijs is er voor leerlingen die specialistische ondersteuning nodig hebben, die het regulier onderwijs niet kan bieden. Er is speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso).
Vmbo staat voor 'voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs'. Het vmbo duurt vier jaar en biedt praktijkopleidingen (basis en kader) en meer theoretische opleidingen (gemengd en theoretisch). In de onderbouw, de eerste en tweede klas, krijgen leerlingen algemene vakken.
Het vso bestaat sinds 1985. Het is een vorm van onderwijs voor leerlingen met uiteenlopende beperkingen die speciale onderwijszorg nodig hebben. Het praktijkonderwijs, voor leerlingen die niet in staat zijn om een regulier vmbo-diploma te behalen, ontstond pas in 1998 bij de invoering van de leerwegen in het vmbo.
VSO niveau verwijst naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs, onderwijs voor jongeren van 12-18 jaar met extra ondersteuningsbehoeften door beperkingen, stoornissen of ziekte, gericht op voorbereiding op werk, dagbesteding of vervolgonderwijs, met verschillende niveaus en profielen (zoals praktijkgericht, VMBO, Havo) en vaak een maatwerkprogramma.
Het vmbo kent vier leerwegen: de Basisberoepsgerichte Leerweg (vmbo-b) voor praktisch werk naar mbo-niveau 2, de Kaderberoepsgerichte Leerweg (vmbo-k) voor meer praktijk en mbo-niveau 3/4, de Gemengde Leerweg (vmbo-gl) met meer theorie en doorstroom naar mbo-4/havo, en de Theoretische Leerweg (vmbo-t/mavo), de meest theoretische route, die ook voorbereidt op mbo-4 of havo. Deze niveaus verschillen in de balans tussen theorie en praktijk en de vervolgopleidingen die ze mogelijk maken.
Voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) is er geen vast IQ-minimum, maar het richt zich vooral op leerlingen met een verstandelijke beperking waarbij het IQ vaak onder 70 ligt, afhankelijk van de leerroute en het type ondersteuning, variërend van zeer moeilijk lerend (ZML, IQ < 55) tot kinderen met een lichamelijke of meervoudige beperking waar het IQ lager kan zijn (soms < 35). De focus ligt op het ontwikkelen van maximale zelfstandigheid, met leerroutes die aansluiten bij specifieke intellectuele en functionele niveaus.
Het speciaal onderwijs (SO) is in Nederland verdeeld in vier 'clusters', elk gericht op een specifieke groep leerlingen: Cluster 1 voor visueel beperkte kinderen (blind of slechtziend), Cluster 2 voor dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige taal- en spraakproblemen, Cluster 3 voor leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en langdurig zieke kinderen, en Cluster 4 voor kinderen met psychiatrische stoornissen en ernstige gedragsproblemen.
Meestal duurt de opleiding 5 jaar. Als een leerling niet in staat is om een diploma voorbereidend beroepsonderwijs (vmbo) te halen, dan kan de leerling praktijkonderwijs krijgen.
Het laagste niveau van het voortgezet onderwijs is het praktijkonderwijs. Dit onderwijs is speciaal voor jongeren die het moeilijk vinden om een diploma te behalen in het 'reguliere' voortgezet onderwijs. Het halen van een diploma op vmbo niveau is voor veel praktijkonderwijs leerlingen te hoog gegrepen.
Theoretische leerweg (VMBO-T) is de meest theoretische van de vier. Het bereidt voor op het middenmanagement en de beroepsopleiding op mbo-niveau van het voortgezet onderwijs en is nodig voor toegang tot het Hoger algemeen voortgezet onderwijs (HAVO). Het wordt ook wel MAVO genoemd .
Het VMBO (Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs) is in 1999 ingevoerd en verving de eerdere opleidingsvormen MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs) en VBO (Voorbereidend Beroepsonderwijs). De theoretische leerweg (VMBO-TL) is de directe opvolger van de MAVO, terwijl de basis-, kader- en gemengde leerwegen (VMBO-B, -K, -G) voortkwamen uit het VBO en LBO (Lager Beroepsonderwijs).
Het voortgezet speciaal onderwijs (vso) is onderwijs aan jongeren van 12 jaar en ouder die vanwege beperkingen of stoornissen extra zorg op school nodig hebben. Om te worden toegelaten tot het vso is een toelaatbaarheidsverklaring nodig.
Het belangrijkste verschil tussen vmbo basis en kader is het niveau waarop de lesstof wordt aangeboden. Met vmbo basis kun je naar niveau 2 van het mbo en met vmbo kader kun je naar niveau 3 of 4. Met de theoretische leerweg kun je naar niveau 4 van het mbo.
Een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) kan op verschillende manieren een diploma behalen. Als zijn of haar school het aanbiedt, kan de leerling examen doen op de eigen school. Ook kan de leerling een staatsexamen afleggen of aan het examen deelnemen in het reguliere voortgezet onderwijs.
Het verschil tussen SO (Speciaal Onderwijs) en VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs) zit voornamelijk in de leeftijd en fase: SO is voor kinderen van ongeveer 4 tot 12 jaar, en VSO is voor leerlingen van ongeveer 12 tot 20 jaar, die specialistische begeleiding nodig hebben en doorstromen vanuit het SO of zelfs regulier onderwijs. Beide bieden intensieve ondersteuning voor leerlingen die dat in het reguliere onderwijs niet krijgen, maar VSO bereidt voor op vervolgonderwijs, arbeidsmarkt of dagbesteding.
Heeft mijn kind een diagnose nodig voor (voortgezet) speciaal onderwijs? Nee, er is geen specifieke diagnose nodig om een kind te kunnen plaatsen op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Het kan wel helpen bij het organiseren van de juiste begeleiding.
Er is geen eenduidig antwoord of een vroege of late leerling beter is; het hangt af van het ontwikkelingsstadium, maar onderzoek wijst vaak op voordelen voor late leerlingen op de lange termijn door betere cognitieve en sociaal-emotionele rijpheid, terwijl vroege leerlingen door het huidige selectiesysteem benadeeld kunnen worden; voor leerlingen die moeite hebben, kan een jaar extra kleuteren (wat een late leerling dus vaak doet) helpen, maar dit heeft vaak slechts tijdelijk effect en verdwijnt later, aldus bronnen zoals OCO en CPS.nl.
Gemiddeld IQ per leerniveau
IQ 80 tot en met 90 vmbo basis of vmbo basis/kader. IQ 90 tot en met 100 vmbo kader of vmbo kader/theoretisch. IQ 100 tot en met 107 vmbo theoretisch tot en met vmbo-theoretisch/havo. IQ 108 tot en met 115 havo.
Binnen het samenwerkingsverband spreken de scholen af welke leerlingen ze doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Voor deze leerlingen geeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring af. Deze verklaring geeft recht op een plek in het speciaal onderwijs.
In de context van de ggz kunnen we stellen dat de term zwakbegaafdheid verwijst naar mensen met een IQ- range en met adaptieve problemen. Bij mensen met een Totaal IQ score lager dan 70 en adaptieve problemen is sprake van een verstandelijke beperking: die kan variëren van licht tot matig of ernstig.
Wat is het havo? Havo is de afkorting van hoger algemeen voortgezet onderwijs.
Door de nieuwe wetgeving worden de MULO, MMS en HBS afgeschaft en vervangen door de MAVO, HAVO en VWO. De mulo (meer uitgebreid lager onderwijs) is het meest bijzondere onderwijstype dat Nederland gekend heeft.
Met een diploma vmbo basis kun je je aanmelden voor een mbo-opleiding op niveau 2. Met dit diploma kun je kiezen voor een mbo-opleiding op niveau 3 of niveau 4.