Het verkleinwoord van waterski is waterskietje. WikiWoordenboek +1
Meestal vorm je het verkleinwoord door -tje, -je, -pje, -kje of -etje achter het basiswoord (grondwoord) te plakken. De keuze voor een van deze achtervoegsels (suffixen) is afhankelijk van de laatste klank van een woord, de klemtoon, de woordlengte en het getal (enkelvoud of meervoud).
Let op bij woorden die op één lange klinker eindigen: pyjama – pyjamaatje; café – cafeetje; auto – autootje; paraplu – parapluutje; tosti – tostietje; baby – baby'tje.
Het verkleinwoord koekje wordt gebruikt voor allerlei klein "gebak" voor bij de koffie. Koek wordt ook wel eens gebruikt voor iets wat in een koekenpan wordt gebakken, zoals rijstekoekjes of viskoekjes.
De verkleinvorm van oma is omaatje, met dubbel a. Er komt geen apostrof.
Let op: als een grondwoord eindigt op 'é' verdwijnt het accent en krijgt het verkleinwoord 'ee'. Hieronder een aantal voorbeelden om dit te verduidelijken: cola – colaatje.
Het meervoud van café is cafés. De verkleinvorm is cafeetje.
@ClauAldenkamp Het verkleinwoord van 'crème' is 'crèmepje'.
Waterskiën (ook wel waterskiën genoemd) is een watersport waarbij iemand achter een boot of een kabelbaan over het water wordt getrokken en op één of twee ski's over het wateroppervlak glijdt.
Chocolade en chocola zijn vormvarianten. De verkleinvorm van beide woorden is chocolaatje.
b.
Woorden op -i krijgen -ie: taxi - taxietje. Er komt een apostrof in de verkleinvorm in de volgende gevallen: - Als het grondwoord eindigt op een u die uitgesproken wordt als [oe]: haiku'tje, tiramisu'tje.
Bij een aantal woorden verandert de klinker in het verkleinwoord. Voorbeelden: blad - blaadje, gat - gaatje (gatje betekent 'kontje'), glas - glaasje, lot - lootje (naast lotje), pad - paadje, schip - scheepje, vat - vaatje.