Gewoonterecht in de Middeleeuwen (ca. 500-1500) was een ongeschreven, door traditie bepaald rechtssysteem, gebaseerd op lokale gebruiken, gewoonten en Germaanse tradities. Het werd mondeling doorgegeven, was plaatsgebonden (costume) en werd pas later (vanaf de 13e eeuw) opgetekend. Het vormde de basis van het dagelijks leven, vóór de opkomst van geschreven wetgeving. Wikipedia +3
Gewoonterecht is recht dat gebaseerd is op gewoonten. Een belangrijk kenmerk van gewoonterecht is dat het van generatie op generatie mondeling wordt doorgegeven. Daarom wordt gewoonterecht ook wel ongeschreven recht en costumier recht genoemd.
Germaans recht is een groep van relatief gelijkluidende rechtssystemen die door Germaanse stammen in Europa gehanteerd werden. Germaans recht werd mede onder invloed van het Romeinse recht ontwikkeld. Germaans recht had geen regeling voor het welzijn, zoals het res publica van de Romeinen.
Bindende aard: Net als andere formele rechtsbronnen, zoals wetten en jurisprudentie, heeft gewoonterecht een bindend karakter. Dit betekent dat het moet worden gevolgd en gerespecteerd. Invloed op wetgeving: Gewoonterecht kan invloed hebben op de vorming van wetten.
Gewoonterecht of ongeschreven recht is de tegenhanger van het geschreven of statutair recht. Een synoniem is costume. Met name in landen met weinig geschreven recht vormt gewoonterecht een belangrijke formele rechtsbron.
Gewoonterecht is in beginsel ongeschreven recht, maar kan aldus bindende werking hebben op een overeenkomst. Een voorbeeld van gewoonterecht is te vinden in art. 6:2 BW, dat bepaalt dat schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Gewoonterecht wordt ook wel aangeduid als opinio juris ("rechtsopvatting"), een term die in het internationaal recht wordt gebruikt om statenpraktijken aan te duiden die worden uitgevoerd vanuit de overtuiging dat dergelijke handelingen wettelijke verplichtingen met zich meebrengen.
Een andere betekenis van common law is het recht dat meerdere landen gemeen hebben, het wordt dan onderscheiden van nationaal recht. Men gebruikt de term common law ook weleens voor gewoonterecht.
In Nederland is sprake van een gematigd monistisch opvatting.
1 de wet; 2 de jurisprudentie (de rechtspraak); 3 de gewoonte; 4 verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Niet al het geldende recht staat dus in de wet. Ook de rechter vormt rechts- regels.
Akte van gewoonterecht (certificat de coutûme)
Het is een authentiek document uit het land van herkomst waarin de voorwaarden staan vermeld om te kunnen huwen volgens dat nationaal recht.
Ja, het Nederlands en het Duits komen voort uit een gemeenschappelijke voorvader, het West-Germaans. Het West-Germaans komt op zijn beurt weer voort uit het Oergermaans. Andere West-Germaanse talen zijn het Engels en het Fries. De laatste twee worden ook wel samengebracht onder de term Noordzeegermaans.
Volgens de bron was het Nederlands (1500-1700) er eerder dan het huidige Duits (1700-nu).
3 De gewoonte is een zelfstandige rechtsbron in het burgerlijk recht. Een dergelijke gedeelde opvatting met overeenstemmende gedragslijn kan daarnaast invloed uitoefenen op de werking van de redelijkheid en billijkheid. Het is redelijk en billijk als een rechtsbetrekking aansluit bij de lokale gewoonten.
De werking van het internationale recht in de nationale rechtsorde is omschreven in de artikelen 93 en 94. Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben voor iedereen verbindende kracht, nadat zij zijn bekendgemaakt.
Het internationaal gewoonterecht is een van de rechtsbronnen die de relaties tussen staten regelt. Net als bij verdragsregels, dat wil zeggen regels in internationale verdragen, moet internationaal gewoonterecht worden geïnterpreteerd om het van toepassing te laten zijn op bepaalde gevallen.
Het Nederlandse stelsel wordt als gematigd monistisch gezien omdat het een combinatie is van monistische en dualistische elementen. In een puur monistisch systeem worden internationale wetten en verdragen automatisch onderdeel van de nationale wetgeving zodra ze zijn geratificeerd.
Dualisme wil zeggen dat er een duidelijke scheiding is tussen kabinet en parlement. De regel die dan strikt genomen geldt, is: de regering regeert, het parlement controleert. In de praktijk is het gedrag van de Tweede Kamer echter vaak minder dualistisch.
Bij Plato en bij zijn voorganger Anaxagoras kwamen we voor het eerst het dualisme tegen, de opvatting dat lichaam en geest fundamenteel andere fenomenen zijn. Dualisme gaat vaak samen met opvattingen over een ziel die voortleeft na de dood, zoals bij Empedokles, Pythagoras en, opnieuw, bij Plato.
Het gewoonterecht wordt ook wel jurisprudentie of precedent genoemd (in het Latijn en in de juridische wereld ook wel stare decisis). Met andere woorden, het gewoonterecht is gebaseerd op rechterlijke uitspraken.
Recht van Overpad: Dit is een gewoonterecht dat het recht erkent om over het land van iemand anders te reizen. Het is vaak van toepassing in landelijke gebieden waar er geen officiële wegen zijn. Als een pad door de jaren heen regelmatig wordt gebruikt, kan het recht van overpad ontstaan.
Officieel gewoonterecht verwijst naar de geschreven versies van wetten die te vinden zijn in wetgeving, jurisprudentie en boeken, terwijl levend gewoonterecht daarentegen verwijst naar de feitelijke praktijken van mensen .
Over het algemeen wordt aangenomen dat moet zijn voldaan aan twee eisen: ten eerste moet binnen een bepaalde kring—bijvoorbeeld landelijk, plaatselijk of binnen een bepaalde branche—een bepaalde gedragslijn algemeen en bij herhaling worden gevolgd.
De twee algemeen aanvaarde bestanddelen van het internationaal gewoonterecht zijn de staatspraktijk en de opinio juris sive necessitatis of opinio juris [de juridische mening van een staat]. Er bestaat ook algemene overeenstemming over het feit dat gewoonte betrekking heeft op de praktijk en meningen van staten, en niet op individuen en andere collectieve entiteiten.
Gewoonterecht houdt in dat lokale tradities rechtsgeldig zijn. Het is dus eigenlijk recht dat gebaseerd is op gewoonten. De regels van gewoonterecht zijn ongeschreven en worden meestal mondeling overgedragen.