Een normale onderuk ligt tussen de 65 mmHg - 85 mmHg. Alles daaronder is dus aan de lage kant. Er zijn mensen die hele lagen onderdrukken hebben (onder de 50 mmHg komt voor, echter wel vrij zeldzaam). Bovendien is een te lage onderdruk veel minder gevaarlijk dan een hoge bovendruk.
Een normale bloeddruk ligt rond de 120/80 (bovendruk/onderdruk). Wanneer de bloeddruk lager ligt, rond de 90/60, wordt er gesproken van hypotensie. Er zijn allerlei factoren die hierbij een rol spelen, zoals leeftijd, lichaamsbouw, gezondheid en levensstijl.
Men spreekt van een gevaarlijk hoge bloeddruk wanneer de bovendruk flink hoger is dan 140 mmHg en de onderdruk hoger dan 90 mmHg is. Dit moet dan het geval zijn bij meerdere meetmomenten.
Een gezonde bloeddruk is er eentje met een bovendruk tussen 100 en 140 en een onderdruk tussen 60 en 80. Hebt u een bloeddruk die lager is dan 100/60 (bovendruk en onderdruk), dan kunt u dus spreken van een lage bloeddruk.
Een normale onderuk ligt tussen de 65 mmHg - 85 mmHg. Alles daaronder is dus aan de lage kant. Er zijn mensen die hele lagen onderdrukken hebben (onder de 50 mmHg komt voor, echter wel vrij zeldzaam). Bovendien is een te lage onderdruk veel minder gevaarlijk dan een hoge bovendruk.
Volgens deze nieuwe norm is de bloeddruk is te hoog wanneer de systolische druk (bovendruk) hoger is dan 140 mmHG. Voor mensen boven de 80 jaar geldt een bloeddruk van 150 mmHG als acceptabel. Voor de onderdruk geldt nog steeds dat deze niet boven de 90 mmHG mag komen.
Een plotselinge daling van de bloeddruk kan gevaarlijk zijn. Een verandering van slechts 20 mm Hg - een daling van 110 systolisch naar 90 mm Hg systolisch, bijvoorbeeld - kan duizeligheid en flauwvallen veroorzaken wanneer de hersenen niet genoeg bloed krijgen.
Meet u thuis uw bloeddrukwaarden, dan kan een bovendruk onder de 135 mmHg en een onderdruk onder de 85 mmHg gezien worden als een normale bloeddruk. Eén keer per jaar thuis meten is dan voldoende. Bij een bovendrukwaarde hoger dan 135 mmHg is het advies om een week lang iedere dag te meten.
Een te langzaam hartritme (Bradycardie)
Het hartritme daalt in rust tot minder dan 50 slagen per minuut. U kunt u moe voelen of minder goed inspannen. Is uw hartritme helemaal afwezig, dan noemen we dat een asystolie. U raakt dan bewusteloos en moet gereanimeerd worden.
Diastolische bloeddruk is de bloeddruk gemeten tussen twee hartslagen. Het wordt ook wel onderdruk genoemd. Dit is de laagste bloeddruk in de bloedvaten en wordt gemeten als het hart zich ontspant. Een gezonde diastolische bloeddruk ligt tussen de 60 en 80 mmHg.
Zelfs al voelt u geen onmiddellijke beter- schap, de medicatie doet zijn werk. THERAPIETROUW IS ESSENTIEEL. Stop nooit medicatie zonder medisch advies, ook niet wanneer u zich beter of goed voelt. Lage bloeddruk zonder klachten is niet zeldzaam bij hartfalen, maar vormt op zich geen reden tot afbouw van medicatie.
Negatieve druk wondtherapie helpt een wond sneller te genezen door vocht en bacteriën te verwijderen met zuigkracht . Het beschermt uw wond ook tegen schadelijke dingen in de lucht, waardoor een goede omgeving voor genezing ontstaat. Dit werkt voor wonden van zacht weefsel op veel verschillende plekken van uw lichaam.
Bij een verhoogde bloeddruk is de bovendruk hoger dan 140 mmHg en de onderdruk hoger dan 90 mmHg. De bloeddruk verandert voortdurend, afhankelijk van bijvoorbeeld emoties en activiteiten. Een aantal metingen op verschillende dagen is daarom vaak nodig om de diagnose hypertensie te kunnen stellen.
110/65 in het eerste levensjaar;115/75 tussen 1 en 5 jaar;125/85 tussen 6 en 10 jaar;140/90 boven de 10 jaar.
Over het algemeen heeft u een lage bloeddruk als uw bovendruk onder de 90 is of uw onderdruk onder de 60. Dit verschilt ook tussen mannen en vrouwen. Bij mannen kan er ook al sprake zijn van een lage bloeddruk bij een bovendruk onder de 110 of een onderdruk onder de 70. Bij vrouwen is dit vaak wat lager.
De Europese richtlijn (Visseren, 2021) beveelt aan om bij ouderen te streven naar een bloeddruk van systolisch bloeddruk < 140 mmHg en indien goed verdragen, tot < 130 mmHg.
Zoals duizelig zijn of flauwvallen. Drink dan genoeg en sta rustig op. Soms komt een lage bloeddruk door medicijnen of doordat je veel vocht kwijtraakt. Ga dan naar de huisarts.
Ouder worden kan het risico op een lage diastolische bloeddruk verhogen. Ouderen die medicijnen tegen hoge bloeddruk nemen, lopen ook een hoger risico op een lagere diastolische bloeddruk. Andere medicijnen kunnen het risico op een lage diastolische bloeddruk verhogen, zoals: antidepressiva.
Ontspanning zal ervoor zorgen dat u beter om kunt gaan met stress. Omgaan met stress is heel belangrijk als u een lage bloeddruk hebt, of als u gevoelig bent voor een lage bloeddruk. U kunt maar beter denken aan op tijd eten en drinken, gezond zijn, op tijd bewegen en op tijd rusten!
In de periode tussen de eerste en de tweede bloeddrukmeting (waarbij dus de pols geteld wordt) dient de deelnemer rustig te blijven zitten, zonder te praten (aangezien bewegen en praten invloed heeft op de hoogte van de bloeddruk) Na de duplo-meting aan de arm zal de bloeddruk aan de enkel gemeten worden (bijlage 8c).
De bovendruk of systole is de hoogste waarde en geeft de druk weer wanneer het hart samentrekt en het bloed in het lichaam rond pompt. De onderdruk of diastole is de laagste waarde die je afleest op de bloeddrukmeter. Het geeft de druk weer op je bloedvaten wanneer het hart zich ontspant en opnieuw met bloed vult.
Oorzaken. Orthostatische hypotensie wordt o.a. veroorzaakt door aandoeningen van het zenuwstelsel, waaronder de ziekte van Parkinson, suikerziekte, bloedarmoede, obstipatie en het gebruik van bepaalde medicatie. Uw arts zal met u bespreken wat bij u de oorzaak is.
Je gaat twee keer per dag je bloeddruk meten: 's ochtends tussen 6-9 uur en 's avonds tussen 18-21 uur. Buiten deze tijden zal de bloeddrukmeter niet meten.