De novelle kent een enkelvoudige intrige, waar de roman meerdere conflicten beschrijft, ook die tussen minder belangrijke personages. De novelle kent geen ontwikkeling van karakters, de roman wel: soms is die ontwikkeling zelfs het thema van de roman. De novelle kent doorgaans minder personages dan de roman.
De intrige is dan de fase waarin de verwikkeling gegeven wordt waar de belangrijkste personages zich in bevinden. In deze intrige wordt het gecompliceerde probleem getoond waarmee de personages te kampen hebben.
kuiperij (zn) : geknoei, intrige, gekonkel, machinatie, gekuip. kabaal (zn) : kliek, intrige, samenspanning, coterie.
Term uit de verteltheorie voor een verhalende tekst waarin de verteller niet zichtbaar wordt, omdat de gebeurtenissen ogenschijnlijk zonder bemiddeling worden weergegeven, zoals in het drama of de film.
De Betekenis van een Plot
Een plot, ook wel verhaallijn genoemd, verwijst naar de reeks gebeurtenissen en acties die zich ontvouwen in een verhaal. Het is de structuur die de lezer of kijker door het narratieve traject leidt, waardoor een gevoel van samenhang en progressie ontstaat.
Plot definitie: De reeks gebeurtenissen in het verhaal . Beschouw plot als het skelet van het verhaal: het definieert het Wat, Wanneer en Waar van het verhaal, waardoor al het andere (zoals personages en thema's) zich kan ontwikkelen.
De plot is een verhaallijn. Een simpele weergave van de plot is: karakter + doel + conflict = plot. Neem bijvoorbeeld de film The Lion King. Je karakter (bijvoorbeeld Simba) wil koning worden (doel), maar in de weg staat zijn oom Scar (conflict) en dat is je plot.
Het nawoord komt direct na de epiloog van uw boek. Mocht u ervoor kiezen geen epiloog te schrijven, dan komt het nawoord direct na het verhaal in uw boek te staan. Het verschil tussen een epiloog en het nawoord komt later aan bod.
De definitie van een proloog is een korte tekst die voorafgaat aan het verhaal. De proloog is de eerste kennismaking tussen de lezer en uw boek. Een synoniem voor een proloog is ook wel de inleiding of beginscène en staat vaak achterop de omslag of op de eerste pagina van het boek.
het verhaal, de voornaamste gebeurtenissen in een verhaal, film, toneelstuk; verwikkeling, plot.
Enkele veelgebruikte synoniemen voor intrige zijn cabal, samenzwering, machinatie en plot .
tip (zn) : raadgeving, advies, hint, raad, waarschuwing, aanwijzing, suggestie, inlichting, wenk, vingerwijzing. wenk (zn) : hint, waarschuwing, tip, aanduiding, aanwijzing, suggestie, inlichting, vingerwijzing.
Voor sommige genres, zoals misdaad en thrillers, is het achterhouden van informatie voor de lezer de sleutel tot het ontwikkelen van wendingen en het behouden van het verrassingselement. Dit is wat intrige creëert en de lezer aanmoedigt om te blijven lezen.
De uitspraakvariant [in·trie·gə] komt vooral in België voor, [in·trie·zjə] in Nederland.
Snelle referentie. Een oudere term voor de plot van een toneelstuk of verhaal, of voor het meest ingewikkelde deel ervan . In een andere betekenis die dichter bij het moderne gebruik ligt, kan de term ook verwijzen naar het geheime plan ('plot' in de andere betekenis, als samenzwering) dat een personage of groep personages bedenkt om anderen te slim af te zijn.
Een epiloog of epiloog (van het Griekse ἐπίλογος epilogos, "conclusie" van ἐπί epi, "daarnaast" en λόγος logos, "woord") is een stuk tekst aan het einde van een literair werk, meestal gebruikt om het werk af te sluiten.
Een flaptekst, ook wel blurb genoemd, beschrijft in grote lijnen waar de inhoud van een boek over gaat, waarom de lezer het boek moet lezen en voor wie het boek bestemd is.
Een intro kunt u op verschillende manieren vormgeven. De ene schrijver schrijft een samenvatting van het boek als intro, andere schrijvers gebruiken een stuk uit een hoofdstuk dat veel vertelt over de inhoud.
Zo kennen we het auctoriaal perspectief, ook wel de alwetende verteller genoemd, het personaal perspectief en het meervoudige perspectief.
Narratief gezichtspunt: De positie van de verteller in relatie tot het verhaal . Denk gewoon na over wie je verteller is en waar hij/zij staat. Als hij/zij een personage in het verhaal is, dan is dat de eerste persoon. Als hij/zij het verhaal over iemand anders beschrijft, dan is dat de derde persoon.
De vertelde tijd is de tijd die voorbij gaat in het verhaal (bv; Het verhaal begint op 1 januari en eindigt eind maart. De vertelde tijd is drie maanden). De verteltijd is de tijd die je nodig hebt om het verhaal te lezen of te vertellen (bv; De verteltijd van het kortverhaal bedraagt vier pagina's of tien minuten).
De premisse, als scenarioterm, slaat op de kern van het verhaal. Het is een korte en bondige uitleg van waar het verhaal over gaat.
Een plot is de opeenvolging van gebeurtenissen binnen een verhaal: een beschrijving van wat er gebeurt en waarom het gebeurt. Een verhaal is een allesomvattend narratief. Plot is een onderdeel van het verhaal, maar een verhaal omvat ook settings, personages, thema's en andere factoren die van invloed zijn op hoe de gebeurtenissen (of plot) worden verteld.
Het motorisch moment zet het verhaal in gang: het onderwerp of thema van het boek/het toneelstuk/de film; het conflict wordt ineens duidelijk. Het is echt een moment. In de ontwikkeling wordt het conflict steeds groter.