Het werkwoord verhuizen wordt als volgt vervoegd: ik verhuis, jij verhuist, wij verhuizen, jij verhuisde, wij verhuisden, wij zijn verhuisd. De stam (het hele werkwoord min -en) van verhuizen is verhuiz.
De stam vind je in de meeste gevallen door van het hele werkwoord -en af te halen. De stam is niet altijd gelijk aan de ik-vorm. Wat je na het weghalen van -en overhoudt, is de stam. De stam van worden is word, de stam van houden is houd, die van draaien is draai, enz.
Je vindt de stam van een werkwoord als je -en of -n van het hele werkwoord afhaalt. Wat je overhoudt, is de stam, bijvoorbeeld: fietsen = fiets.
De stam van een werkwoord is de vorm die we horen als we de infinitief uitspreken en daarbij de uitgang -en (soms -n) weglaten. Als we de stam schrijven, passen we waar nodig de regels toe voor enkele of dubbele klinker (dromen - ik droom) en enkele of dubbele medeklinker (hakken - ik hak).
Vervoeging: ik verhuis, jij verhuist, hij verhuist, wij verhuizen. ik verhuisde, wij verhuisden. ik ben verhuisd.
Het werkwoord verhuizen wordt als volgt vervoegd: ik verhuis, jij verhuist, wij verhuizen, jij verhuisde, wij verhuisden, wij zijn verhuisd. De stam (het hele werkwoord min -en) van verhuizen is verhuiz. Bij werkwoorden waarvan de stam op een z eindigt, verschijnt in de verleden tijd een d: verhuisde.
Er is ook een trucje om te achterhalen of u aan het eind van het voltooid deelwoord -t of -d moet schrijven. U kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d. Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.
bv. de stam van reizen is reis; de stam van leven is leef. Let op voor onregelmatige werkwoorden bv.
Betekend is het voltooid deelwoord van betekenen. Het voltooid deelwoord betekend eindigt op een d, omdat de verleden tijd betekende ook een d bevat.
De stam van werken is werk. De stam van praten is praat. De stam van gaan is ga.
De stam is doorgaans gelijk aan de ik-vorm van het werkwoord: bind, mors, enz. Alleen bij werkwoorden op -ven en -zen , zoals leven en verhuizen, is er verschil tussen de stam en de ik-vorm.Hier eindigt de stam op v of z: leev of verhuiz.
: een sociale groep die bestaat uit vele families, clans of generaties die dezelfde taal, gewoonten en overtuigingen delen . 2. : een groep personen met een gemeenschappelijk karakter, beroep of interesse. 3. : een groep verwante planten of dieren.
De stam van een werkwoord is de vorm die we horen als we de uitgang -en (soms -n) van de infinitief weglaten. Het is de basisvorm van een werkwoord, waarop we ons baseren als we het werkwoord vervoegen.
Onder de 'stam' wordt de basisvorm van een werkwoord verstaan, waarvan de vervoegde vormen zijn afgeleid. De stam van het werkwoord is in de meeste gevallen gelijk aan het 'hele werkwoord' (de infinitief) minus -(e)n. De stam van lopen is loop, de stam van gaan is ga.
Definitie: Een stam is de wortel of wortels van een woord, samen met eventuele afleidingsaffixen, waaraan flexieaffixen zijn toegevoegd .
De imparfait stam van être moet je simpelweg weten. Het is: “ét-“. Dan word ik was: j'étais. En wij waren: nous étions.
Betaald is het voltooid deelwoord van betalen: ik heb betaald, er is betaald, er wordt betaald, er zal wel betaald zijn. Betaald is hier met een d, omdat in de verleden tijd betaalde ook een d zit. In deze voorbeelden zijn andere werkwoordsvormen de persoonsvorm, respectievelijk heb, is, wordt en zal.
Het onderwerp in de zin is de leerling. Dat is vergelijkbaar met hij (zij). Dus is 'De leerling bekent' de enige juiste schrijfwijze. 'Bekend' kun je alleen gebruiken als de zin in de voltooide tijd staat: 'De leerling heeft bekend dat zij heeft gespiekt.
U is een persoonlijk voornaamwoord, de beleefdheidsvorm van de tweede persoon enkelvoud. In de tweede persoon enkelvoud komt er een t achter de stam (vind). Je krijgt dan: u vindt. Ook wanneer het onderwerp u ná het werkwoord komt, schrijven we een t achter de stam: wat vindt u van de nieuwe minister?
Wat we dan moeten doen is kijken wat de stam is van beleven. “Ik beleef” eindigt niet op een d of een t, maar op een f, dus dan krijgen we deze stap. Wat we dan moeten doen, is het hele werkwoord pakken, dus “beleven” en daar en vanaf halen zo krijg je belev met een v.
Een domein binnen de biologie is een taxon. Een stam staat lager in de hiërarchie dan een rijk maar hoger dan een klasse. Een stam is een groep dieren die op elkaar lijken. Een bekend voorbeeld is de stam chordadieren, die gewervelde dieren omvat, zoals vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren.
Om te bepalen of het voltooid deelwoord of de persoonsvorm verleden tijd een d of t krijgt, neemt je kind eerst de stam (= hele werkwoord -en) van het werkwoord. Als deze op een medeklinker uit 't kofschip eindigt, krijgt het woord een -t. Wanneer de laatste letter van de stam er niet in zit, schrijft je kind een -d.
Werkwoordspelling: basisregels
Stam plus t is het uitgangspunt voor de vervoeging van werkwoorden, behalve in de ik-vorm of als het onderwerp 'jij' of 'je' achter het werkwoord staat. De stam is het werkwoord zonder het achtervoegsel -en. Als de stam op een t eindigt, verandert er niets in het vervoegen.