Centraal gevoede noodverlichting zijn niet voorzien van een eigen voedingsbron en lader.De armaturen worden vanuit één of meerdere centrales gevoed. Dat maakt de noodverlichtingsinstallatie bij spanningsuitval afhankelijk van de kabelinfrastructuur.
Centrale noodverlichting bestaat uit armaturen die niet zijn voorzien van een eigen lader en voedingsbron. Alle armaturen worden vanuit een centraal punt in een gebouw voor noodstroom gevoed. Hier is de noodverlichtingsinstallatie bij spanningsuitval wel afhankelijk van de kabelinfrastructuur.
Wat is het verschil tussen centrale en decentrale noodverlichting. Bij noodverlichting kunnen we spreken over centraal en decentraal gevoede armaturen. Decentraal gevoede armaturen zijn voorzien van een inwendige batterij. Centraal gevoede armaturen worden allemaal gezamenlijk gevoed door 1 of meerdere batterij-units.
Centrale batterijsystemen
Subcircuitmonitoren regelen de centrale batterijvoeding naar elk noodcircuit/product, zodat activering plaatsvindt als de netstroom lokaal uitvalt . Een ander voordeel kan de levensduur van de batterij zijn. In een centraal systeem wordt de levensduur van de batterij gemaximaliseerd (meestal ten minste tien jaar).
Afhankelijk van waar de energiebron zich bevindt kent noodverlichting twee manieren van energievoorziening: decentraal en centraal. Decentrale noodverlichting wordt aangesloten op de normale netspanning.In geval van nood schakelt de armatuur over op een batterij die zich in de armatuur zelf bevindt.
Typen noodverlichting zijn de vluchtrouteaanduiding, vluchtwegverlichting en anti-paniekverlichting. Hieronder vind je meer informatie over de verschillende type noodverlichting die er zijn.
CBU's zijn expliciet ontworpen voor noodverlichtingsinstallaties, wat betekent dat ze meer energiecapaciteit hebben in vergelijking met UPS-systemen . Dit betekent dat ze beter bestand zijn tegen overbelasting en dat de CBU de hoofdschakelaar van een faciliteit kan bedienen om hoge foutstromen te overwinnen.
Producenten van nieuwe noodverlichtingsarmaturen vermelden meestal dat de accu vier jaar mee kan gaan en daarnaast jaarlijks gecontroleerd moet worden.
Alle vormen van vluchtwegaanduiding moeten continu blijven branden. Dat gaat dus om het bord bij de nooduitgang, maar ook de borden die door het pand heen hangen om de vluchtroute te markeren. Die route moet namelijk altijd duidelijk te zien zijn om een zo veilig mogelijke ontruiming te kunnen garanderen.
In iedere organisatie worden ontelbaar veel beslissingen genomen door verschillende personen. Is de beslissingsbevoegdheid verspreid over meerdere personen en groepen, dan wordt er gesproken over decentralisatie. Ligt deze bevoegdheid voornamelijk bij bepaalde groepen en personen, dan gaat het om centralisatie.
Permanente noodverlichting, ook bekend als Maintained noodverlichting, blijft continu branden. Deze verlichting werkt zowel bij normale omstandigheden als tijdens een stroomuitval.
Wanneer de stroom uitvalt moet de noodverlichting gegarandeerd één uur branden. De batterijen moeten om de vijf jaar vervangen worden. Na vijf jaar zal de accu wel nog functioneren, maar nooit de gevraagde lichtopbrengst geven.
CCT staat voor “Correlated Color Temperature” en omvat alle varianten van het witspectrum: van zeer warm (kaarslicht) via warm wit (gloeilamp) tot helder wit (daglicht). Je kan de kleur van deze CCT lampen dus helemaal zelf aanpassen.
Dit waar de nooduitgangen en vluchtwegen onvoldoende vindbaar zijn bij het uitvallen van de hoofdverlichting. Dat betekent dat als de reguliere verlichting in jouw werkruimte uitvalt en het moeilijk is om de nooduitgangen te vinden, jij wettelijk verplicht bent om noodverlichting te installeren.
De volledige vluchtroute in het gebouw moet met minstens 1 lux verlicht worden. 1 lux komt ongeveer overeen met maanlicht.
Noodverlichting heeft doorgaans een batterijback-up die de lamp laat werken als de stroom uitvalt , ongeacht of er een generator is voor back-upstroom. Nooduitgangborden kunnen en moeten ook een batterij hebben, vooral als het gebouw geen generator heeft.
Maximaal 20 jaar. Wel als deze meerdere keren hervuld is.
Het hart van elk noodverlichtingssysteem is de batterij. Normaal gesproken kan de levensduur van lampen en hun batterijen variëren op basis van aspecten zoals gebruik, temperatuur en het type batterij dat wordt gebruikt . Regelmatig testen en monitoren van nooduitgangverlichting is cruciaal om ervoor te zorgen dat de batterijen betrouwbaar blijven.
Uninterruptible Power Supply (UPS)-oplossingen zijn essentieel om ervoor te zorgen dat faciliteiten voldoende verlichting hebben in het geval van stroomuitval. UPS-systemen worden veel gebruikt ter ondersteuning van noodverlichting en andere toepassingen voor levensveiligheid, waaronder sprinklerinstallaties en evacuatieliften, maar moeten voldoen aan BS EN 50171 .
Een CPSS wordt gebruikt om nood- en veiligheidssystemen zoals noodverlichting te beschermen . De CEI/EN 50171-norm legt de vereisten vast waaraan een UPS moet voldoen in dit soort toepassingen en introduceert verschillende bedrijfsmodi en een set accessoires voor de CPSS.
Je kunt de UPS noodstroomvoorziening heel eenvoudig aansluiten op je stopcontact.Vervolgens sluit je de netvoedingskabel van je pc en je internetmodem aan op de uitgangen van de UPS noodstroomvoorziening. Als de UPS verbonden is met het stroomnet wordt de accu van het apparaat opgeladen.
Er zijn twee hoofdtypen noodverlichting: (i) nooduitgangverlichting; (ii) stand-byverlichting (p. 2).
Vluchtwegverlichting: Het doel van dit type verlichting is het verlichten van vluchtwegen. Deze noodverlichting-armaturen branden alleen in geval van een stroomstoring. Vluchtwegaanduiding: Dit type noodverlichting brandt altijd.
Ja, een jaarlijkse controle is wettelijk verplicht. Goed uitgevoerde nood- en veiligheidsverlichting zorgt ervoor dat uw werknemers hun taken kunnen beëindigen en zich op een veilige manier naar buiten kunnen verplaatsen.