De Spaanse vertaling voor "Wat in het vat zit, verzuurt niet" is "Aunque lo pospongas, todavía puede ocurrir". Het betekent dat iets wat is uitgesteld, niet direct verloren is gegaan en later alsnog kan gebeuren.
[ It was worth it in the end. ]
Zoals 'Wat in het vat zit, verzuurt niet' betekent 'Iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet'. De herkomst van dit gezegde komt uit onze biergeschiedenis. Vroeger werd bier erg jong gedronken. Zo jong dat het vaak nog niet eens was uitvergist.
"Wat in 't vat zit, verzuurt niet"
Het heeft de figuurlijke betekenis van "al kan je het nu niet gebruiken, hou het maar bij, het kost je niets", of van "uitgesteld is niet verloren".
eig. wat men heeft ingelegd in een goed vat, bederft niet, al laat men het ook lang daarin liggen; het blijft bewaard en kan later gebruikt worden; bij overdracht toegepast op niet vervulde beloften, om te kennen te geven, dat uitstel nog geen afstel is.
Een uitdrukking is een vaste combinatie van woorden en heeft meestal een indirecte betekenis. Iemand kan ook een bepaalde uitdrukking op zijn gezicht hebben. Er bestaan verschillende soorten uitdrukkingen in onze taal. Een gezegde is een vaste uitdrukking waarmee naar een specifieke situatie wordt verwezen.
Wat in het vat zit verzuurt niet.
(=als je iets uitstelt, kan het nog wel gebeuren) - Tout vient à point à qui sait attendre.
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
Een top 10 van de meest bekende Nederlandse spreekwoorden is lastig te bepalen, maar populaire keuzes zijn vaak "Wie het laatst lacht, lacht het best", "Zich de kaas niet van het brood laten eten", "Als er één schaap over de dam is, volgen er meer", "Vele handen maken licht werk", "Na regen komt zonneschijn", "Al draagt een aap een gouden ring", "Eieren voor je geld kiezen", "In het diepe springen", "Olie op de golven gieten" en "Met de moed der wanhoop", stuk voor stuk met een duidelijke moraal of beeldspraak.
Boter bij de vis is een gezegde en betekent dat iemand bij de levering van een product, direct moet betalen. Men moet dus direct betalen of doorpakken en niet wachten. Het gezegde komt oorspronkelijk uit de keuken. Om een vis klaar te maken, moet er boter bijgevoegd worden.
Nero had de schatkist leeg achtergelaten en Vespasianus bedacht allerlei belastingen om die weer te vullen, waaronder een belasting op urine, dat werd gebruikt voor het leerlooien. Toen zelfs zijn zoon hier afkeurend over sprak nam Vespasianus een goudstuk, hield die onder Titus' neus en zei: 'pecunia non olet!
Als iemand je beloofd heeft iets te doen, maar enige tijd later aangeeft dat het er nog niet van gekomen is, kan deze persoon sussend zeggen: wat in het vat zit, verzuurt niet. Daarmee wil men dan aangeven dat de belofte later alsnog vervuld zal worden.
Oude wijn in een nieuwe fles (oncountable) (idiomatisch) Een bestaand concept of instituut dat wordt aangeboden alsof het een nieuw concept of instituut is .
Jicht (Engels: gout) is een welvaartsziekte ('rich man's disease' of 'disease of kings'). Jicht ken een acute en een chronische vorm.
oliebol {de}
deep-fried dough ball {znw.}
Korte, mooie quotes gaan vaak over positiviteit, liefde, veerkracht en het leven, zoals "Samen is genoeg," "Je bent nooit te oud om een nieuw doel te stellen," of de wijsheid "Fall seven times and stand up eight". Ze zijn bedoeld om te inspireren, te relativeren of te motiveren, met vaak een focus op het zetten van kleine stappen of het loslaten van negativiteit.
Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) deelde men de afstandsmaat mijl vroeger vaak in vieren. Mijl op zeven wilde oorspronkelijk zeggen dat dit kwart van de mijl niet één keer werd afgelegd, maar zeven keer.
Het meest voorkomende Nederlandse woord is de, gevolgd door ja, en, uh, een, ik, dat, van, is, die, in, niet, maar, dat, dan, je, ook, op, het en ze. Dat blijkt uit het Corpus Gesproken Nederlands, een verzameling van zes miljoen woorden uit het dagelijkse, mondelinge taalgebruik.
In sociale situaties is het voldoende om te zeggen: " Ik moet naar het toilet ." Als het om een medische situatie gaat (bijvoorbeeld bij de dokter), kun je het gewoon een stoelgang noemen.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
De correcte en enige betekenis van je ne sais pas is als volgt: Ik weet het niet. Ik hoop dat ik je hiermee heb kunnen helpen!
Je zegt "beau" (voor een man) of "belle" (voor een vrouw) voor 'knap' of 'mooi', maar er zijn veel variaties zoals "Un beau gosse/Une belle gosse" (knappe vent/meid) of "séduisant" (verleidelijk). "Il est canon" is ook populair en betekent 'hij is geweldig/knap'.
'Je ne sais quoi' is een Franse uitdrukking die in het Engels wordt gebruikt om een onbeschrijflijke, aantrekkelijke kwaliteit te beschrijven . In het Frans betekent 'je ne sais quoi' 'ik weet niet wat' en wordt vaak letterlijk gebruikt. De uitdrukking kan op twee manieren in het Frans worden gespeld en beschrijft een kwaliteit vaak met een bijvoeglijk naamwoord.