We erven heel wat zichtbare en minder zichtbare kenmerken van onze ouders, zoals de kleur van huid en ogen, lichaamsbouw en bepaalde karaktertrekjes. Soms erven we ook bepaalde ziektes van hen.
Vrouwen erven een X-chromosoom van de moeder en een X -chromosoom van de vader. Mannen krijgen een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader. Je moeder en vader geven ieder de helft van hun DNA door. Die halvering zet niet automatisch door naar de generaties daarvoor.
Van ieder gen erf je een versie van je moeder en een versie van je vader. In de genen die van je ouders kreeg, zitten weer exemplaren van hun ouders, enzovoort. De exemplaren die jij van je (voor)ouders hebt geërfd, bepalen je eigenschappen, bijvoorbeeld je haarkleur of de kleur van je ogen.
De erfelijke eigenschappen van je baby zitten in de genen. Die bepalen bijvoorbeeld de kleur ogen, kleur haar en hoe lang hij zal worden. Een baby erft van elk gen twee kopieën: één van de vader en één van de moeder. In de genen zitten ook weer kopieën van opa en oma en verre voorouders.
Ieder mens heeft circa 20.000 genen: de erfelijke eigenschappen. We erven allemaal eigenschappen van onze ouders. Denk bijvoorbeeld aan lengte of de kleur van de ogen, maar ook aandoeningen kunnen erfelijk zijn.
Het intellectuele vermogen van de moeder heeft directe invloed op de intellectuele ontwikkeling van het kind, omdat het een genetisch bepaalde en erfelijke eigenschap is (Kirkpatrick, McGue, Iacono, Miller & Basu, 2014).
Is karakter genetisch bepaald? Uit onderzoek is gebleken dat de helft van ons karakter genetisch bepaald is (en dus wordt overgedragen door onze ouders), terwijl we de andere helft ontwikkelen terwijl we opgroeien. Als het om een jonge baby gaat, speelt erfelijkheid een belangrijkere rol.
'Intelligentie hebben kinderen namelijk voornamelijk te dan- ken aan de genen die zij van hun moeder hebben geërfd. ' 'Vrouwen hebben twee X-chromosomen, terwijl mannen een X-Y-paar hebben', zo begint de verklaring. 'Op het X-chromosoom zitten tientallen genen die invloed hebben op intelligentie.
Genen kunnen dominant of recessief zijn, dat wil zeggen dat ze al dan niet overheersen. Het gen wat overheersend is bepaald of bij het kind de eigenschap van dit gen ook zichtbaar is. Zo overheerst het gen voor bruine ogen over het gen voor blauwe ogen.
Door de 1% erfstelling is de langstlevende partner wel erfgenaam en geniet deze ook van de verzorgingsgedachte die uitgaat bij een langstlevende testament op basis van de de wettelijke verdeling. De langstlevende kan ondanks de 1% erfstelling namelijk beschikken over de hele nalatenschap.
Kinderen krijgen intelligentie via moeder. Researchers aan de University of Washington en in Glasgow zijn het er na uitgebreid onderzoek over eens: de intelligentie van een kind wordt bepaald door het genetisch materiaal langs moeders kant. Het genetisch materiaal van de vader heeft geen invloed.
Omdat je de genen van je ouders hebt gekregen, krijg je ook eigenschappen van je vader of moeder, dat noemen we erfelijke eigenschappen. Eigenschappen zoals je huidskleur of bloedgroep, maar ook de aanmaak van stollingsfactoren; deze informatie ligt vast in je genen.
En als je partner overlijdt, krijg je bijvoorbeeld een hogere vrijstelling dan wanneer je vader overlijdt. Stel je voor dat je € 100.000 erft. Als je deze € 100.000 erft van je overleden moeder, betaal je als kind over € 100.000 - € 21.282 = € 78.818 belasting.
Daarmee hebben vader en moeder ieder 50% van hun DNA code doorgegeven. Die 50% is op zijn beurt weer samengesteld uit het DNA van hun ouders. Maar de verhouding tussen die twee is niet precies 25% / 25%. Het ene kleinkind kan daardoor bijvoorbeeld 22% van de vader van vader hebben en 28% van de moeder van vader.
Huidskleur is niet te voorspellen
Of dat de genen van de vader en moeder samen het kind een huidskleur geven die je niet verwacht had. Niet alleen genen maar ook andere dingen spelen een rol bij de kleur van je huid. Zonlicht kan zorgen dat de huid bruiner wordt.
'De genen die verantwoordelijk zijn voor intelligentie bepalen in sterke mate (43 procent) welk opleidingsniveau een kind behaalt, maar daarnaast zijn er heel veel eigenschappen die een klein beetje bijdragen aan schoolsucces, zoals doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid, zelfbeheersing, nauwkeurigheid en emotionele ...
Genen doorgeven
Van ieder gen erf je een versie van je vader en van je moeder. Welke versie je ouders doorgeven, ligt er ook weer aan welke versie zij van hun vader en moeder hebben gekregen. Enzovoorts. De genen van vader en moeder samen bepalen welke eigenschappen jij krijgt.
"Welke ouder geeft je de meeste dominante genen?" Behalve in een paar speciale gevallen (zie hieronder), maakt het niet echt uit welke ouder je welk gen heeft gegeven. Als een genversie dominant is, zal het domineren, ongeacht of het van mama of papa komt . Je kansen om een dominante eigenschap te krijgen, hangen niet af van welke ouder het komt.
Wil je als man een slim kind? Dan is het zaak om een intelligente moeder te vinden. Intelligentie hebben kinderen namelijk vooral te danken aan de genen die zij van hun moeder hebben geërfd. Dit blijkt uit een recent onderzoek gepubliceerd in Psychology Spot, waarover Ouders van Nu schrijft.
Hoogbegaafdheid is voor zo'n tachtig procent erfelijk bepaald, maar ook ouders met een normale intelligentie kunnen een hoogbegaafd kind krijgen. Dat je er genetisch gezien aanleg voor hebt, wil echter niet zeggen dat je ook echt superslim wordt. Ook intelligentie vergt namelijk oefening en discipline.
Begaafdheidskenmerken. Hoge intelligentie/sterk potentieel: beschikt over hoge intellectuele capaciteiten, kan goed redeneren, is leergierig en is (in potentie) in staat tot uitzonderlijke prestaties. Wil graag uitgedaagd worden. Vanaf een score van 130 op een IQ-test spreekt men van hoogbegaafdheid.
Gedrag is erfelijk en aan te leren. Sommige handelingen hoeven we nooit te leren, zoals lachen, huilen en bijvoorbeeld gapen. Ook onze reflexen, zoals het ontwijken van een bal of je hand terugtrekken van een hete plaat zijn erfelijk gedrag.
Iemands persoonlijkheid is een unieke combinatie van aangeboren en aangeleerde eigenschappen en onze waarneming en interpretatie daarvan. Identiteit wordt grotendeels bepaald door onze relatie met anderen. Heel simpel gezegd is persoonlijkheid wie we van binnen zijn en identiteit wie we van buiten zijn.
DNA-onderzoek. Bij bepaalde ziekten of aandoeningen kan DNA-onderzoek helpen om de oorzaak te vinden. Uit DNA-onderzoek kan blijken dat er bij u en/of in uw familie, een erfelijke aanleg voor een bepaalde aandoening voorkomt. Voor DNA-onderzoek is meestal een bloedafname nodig.