"Hou je muil" is een vrij grove, informele Nederlandse uitdrukking die "houd je mond" of "bek dicht" betekent. Het is synoniem aan uitdrukkingen zoals "hou je bek" of "hou je kop".
Muil kan betrekking hebben op: Benaming van het orgaan dat bij bepaalde diersoorten overeenkomt met de mond van mensen; zie muil (dieren) Muil (Harry Potter), een fictief dier uit de Harry Potter-boeken; Muil (schoeisel), schoeisel met een open hiel.
Geulen of diepere watergangen tussen zandbanken, genaamd muien, vormen een groot risico voor baders en zwemmers aan de kust. Door muien stroomt water de zee in (bij laagwater, eb) of, in mindere mate, richting het strand (bij hoogwater, vloed).
Muil definities
Uitspraak: [ mœyl ] Verbuigingen: muilen (meerv.) 1) bek van een groot beest 2) mond informeel Voorbeeld: 'iemand een klap voor zijn muil geven' Synoniem: bek II de muil zelfst. naamw. Uitspraak: [ mœyl ] Verbuigingen: muilen (meerv.)
Muil is ontstaan uit het klanknabootsende woord mule. Even mummelend als mule moet ook de oervorm van het woord mond geweest zijn. Er wordt heel wat afgesmakt bij het zuigen. Smakken: alweer een klanknabootsend woord.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
Het woord muil staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: muil (zn) : mond, kaak, bek, snuit, smoel, smikkel, toot.
De mond is een ovaalvormige holte in de schedel . De twee belangrijkste functies van de mond zijn eten en spreken. Onderdelen van de mond zijn de lippen, het vestibulum, de mondholte, het tandvlees, de tanden, het harde en zachte gehemelte, de tong en de speekselklieren. De mond wordt ook wel de mondholte of de buccale holte genoemd.
ter onderwijzer of wetgeleerde, tenslotte kenner van de koran. Hindustani.
Mui is een oud Nederlands woord voor 'riviermonding', dat dezelfde oorsprong heeft als mond. We vinden het ook terug in een plaatsnaam als IJsselmuiden, die verwijst naar het uitmonden van de IJssel in de (voormalige) Zuiderzee.
pantoffel, kan synoniem zijn van muiltje.
mank (oncountable) (Brits, slang, oorspronkelijk Polari) Iets dat walgelijk of smerig is .
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
Synoniemen: bazoo (VS, slang), cakehole (slang) , chops (alleen meervoud), clam (VS, slang, verouderd)
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.
Afhankelijk van het dialect kan het ook Fudi, Füdi, Füdlä of - in het Zwabisch Duits - Füdle zijn. Het woord heeft geen specifieke betekenis, maar kan losjes worden vertaald met "kont" of "billen". Het woord wordt als lief en schattig beschouwd, maar kan ook in de beschaafde wereld worden gebruikt.
Toten geven, totten en toteren
Als naam voor de kus is toot wel bekend in het Land van Axel en het Land van Hulst volgens het WZD. Ook in Vlaanderen is een tootje is bekend in deze betekenis. Het werkwoord is daarvan afgeleid en ook hier weer zien we de –eren-vorm, die dus herhaling suggereert.
Huilen en wenen zijn synoniemen in de betekenis 'tranen laten'. In België hebben wenen en huilen allebei een neutraal karakter.