De maat 12/14 cm betekent bijvoorbeeld dat de boom een stamomtrek heeft van 12/14 cm, gemeten op 1 meter hoogte. In het onderstaand schema vindt u de hoogte maten die horen bij de aangegeven stamomtrek: 6/8 cm, hoogte 250-300 cm.
14-16, ho is een hoogstam boom met een stamomtrek tussen 14 en 16 cm op 1 meter boven het maaiveld. 12-14, ha is een halfstam met een stamomtrek tussen de 12-12 cm op 1 meter boven het maaiveld.
200/250 betekent dat de boom bij verkoop een hoogte heeft tussen de 200 en 250 cm; Ofwel volgens de stamomtrek: vb. 08—10 betekent dat de boom op 1 meter hoogte een stamomtrek heeft tussen de 8 en 10 cm.
Met stamhoogte wordt de lengte van de stam bedoeld, gemeten vanaf de bovenkant van de wortelkluit (het grondniveau) tot aan de eerste zijtakken. Bij leibomen, dakbomen en vormbomen geeft de stamhoogte ook aan op welke hoogte de eerste takken ontspringen.
Hoogstam fruitbomen zijn echter niet geschikt voor elke tuin of boomgaard. Ze zijn vaak groter en vereisen daarom meer ruimte. Je moet dus goed overwegen of hoogstam fruitbomen de juiste keuze zijn voor de beschikbare ruimte. De hoogstam fruitbomen hebben een stam van +/- 180 cm hoog.
Wat betekent de stamdikte voor de grootte van het plantgat? Bomen worden op stamomtrek verkocht, hoe dikker de stam, hoe ouder de boom. De maat 12/14 cm betekent bijvoorbeeld dat de boom een stamomtrek heeft van 12/14 cm, gemeten op 1 meter hoogte.
De snelheid waarmee de onderstam groeit bepaalt de uiteindelijke hoogte van de boom. Het verschil tussen hoogstam en laagstam is dat er meer oude rassen zijn in de hoogstam variant dan in de laagstam variant. Een hoogstam heeft daarbij een sterkere onderstam en wortelt dieper.
Leibomen zijn eigenlijk hoogstammige bomen die in een haag-vorm gesnoeid worden. Hoogstammen moeten wettelijk op 2 meter afstand van de perceelsgrenzen staan, maar hagen maar op 50 cm.
Wilt u de boompaal liever korter laten staan, omdat hij in de weg staat of omdat u het niet mooi vindt, houdt er dan rekening mee dat de boom zo'n 3 tot 5 jaar nodig heeft om een voldoende stevig wortelgestel te ontwikkelen om zichzelf bij harde wind overeind te houden.
De stam van oudere bomen kan zo'n 18 cm dik worden. De stamdikte wordt gemeten op een hoogte van één meter en gemiddeld zal de omtrek van de stam zo'n 2 centimeter per jaar groeien. Het is dus altijd belangrijk om dit te controleren op het moment dat je leibomen gaat kopen.
Als je exact wil weten hoe oud een boom is, dan tel je best het aantal jaarringen in het onderste van de stam. Immers, een doorsnede van de stamvoet telt heel wat meer jaarringen dan een doorsnede bovenin de stam of van een grote tak. Bij een boom groeit dus elk jaar een laagje bij, in de breedte en in de lengte.
De 'C' staat voor container (kweekpot). Het getal hierachter geeft de inhoud (in liters) van de pot aan. Dus bijvoorbeeld C2 is een 2 liter pot. De 'P' staat voor potmaat en het getal voor de diameter van de pot.
13 is het twaalfde deel en gebruikt het concept van de Drie-eenheid om te corresponderen met het getal 13, dat een solo, duet en groepsdans omvat. Deze drie soorten lichamelijke interactie en verbinding vormen de hele creatie. 14 gaat over de verkenning van ritme en verandering.
Hoogstammen zijn grotere planten en worden in omtrekklassen ingedeeld: 8/10 is bijvoorbeeld een boom met een stamomtrek op 1 m hoogte van 8 tot 10 cm (of ongeveer 3 cm diameter). Ze zijn duurder in aankoop (factor 10 of meer ten opzichte van bosplantsoen) en vergen meer inspanning bij het aanplanten.
Een hoogstammige boom is volgens het omgevingsrecht een boom met op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld een stamomtrek van 1 meter of meer. Deze boom maakt geen deel uit van een bos of een met bomen begroeide oppervlakte vermeld in artikel 3 §1 en §2 Bosdecreet.
Vorst en wind.
Niet alle leibomen houden van een koude plek waar veel wind staat! Sommige leibomen zijn goed bestand tegen zoute kustgebieden of strooizout als uw bomen aan de weg staan.
Toegestane hoogte
De boom mag niet hoger zijn dan de schutting of scheidsmuur. Als de schutting 2 meter hoog is, mag de boom ook maximaal 2 meter hoog zijn. Er zijn geen regels voor de maximale hoogte van de boom.
Appel- en perenbomen worden traditioneel als leiboom gebruikt, omdat hun uitlopers jarenlang vrucht dragen (hoewel bepaalde cultivars beter zijn dan andere) en ze soepele, gemakkelijk te leiden nieuwe groei hebben. Andere fruitbomen die soms als leiboom worden gebruikt, zijn onder andere vijgenbomen (Ficus carica), perziken, kersen en ...
Een appelboom en een perenboom kunnen elkaar niet bestuiven. Bestuiving is wel van belang om fruit te kunnen plukken, want zonder bestuiving komen er na de bloei geen vruchten in de boom.
Een gezonde hoogstam fruitboom kan wel 100 jaar oud worden.
Wanneer fruitbomen snoeien? Meestal worden fruitbomen in de rusttijd gesnoeid. Daarom is de periode november tot eind februari vaak goed. Steenfruitsoorten (pruimenbomen, kersenbomen bijvoorbeeld) worden altijd net na de oogst in augustus of september gesnoeid.
Een Hoogstam wil zeggen dat er aan het onderste gedeelte van de boom, de stam, geen vertakkingen zijn. Op een hoogte van +- 1,8 à 2 meter begint dan de kruin van de boom. Een "geveerde" boom wil zeggen dat er vanaf helemaal onderaan de stam vertakkingen zijn.
Als vuistregel geldt dat de planter ongeveer 2/3 van de hoogte van de boom moet zijn. Dus als uw boom 6 voet hoog is, moet de planter ongeveer 4 voet hoog zijn. Ook moet de diameter van de planter breder zijn dan de diameter van de basis van de boomstam om stabiliteit voor de boom te bieden.
De P in P9 staat voor 'Potmaat' en de 9 staat voor de grote in centimeter. P9 betekent dus een pot van 9x9 cm. De C in C2 staat voor 'Container'. De 2 staat in dit geval voor het aantal liters.