Een bankoe (soms geschreven als bankoetje) is straattaal voor een briefje van 50 euro. LessonUp +1
Een donnie bleek 10 euro te zijn. Volgens hem draaide het allemaal om doekoe (geld). Zijn streven was om zeker vijf keer te winnen, want dan zouden er vijf donnies opgestreken worden. Vijf donnies bij elkaar opgeteld werd een bankoe (50 euro).
Tegenwoordig ook, maar niet frequent, gebruikt voor 100 euro. In de volkstaal wordt ook 'een bankje' of een snip (naar de afbeelding op het 100-guldenbiljet) gebruikt voor ditzelfde bedrag.
Loetje is een echt familiebedrijf. Het begon allemaal 40 jaar geleden met Café Loetje in Amsterdam, opgestart door Ludwig Klinkhamer. Hij, afkomstig uit een echte slagersfamilie, werd in de volksmond ook wel Loetje genoemd.
Barki betekent 'biljet van honderd gulden; bedrag van honderd gulden'. In het Surinaams kunnen die twee woorden door iedereen gebruikt worden, maar het is wel informele taal. In Nederland zijn die woorden geleend uit het Surinaams, maar worden ze vooral door jongeren in de grote stad gebruikt.
Een joetje (of joet, joedje, juutje) is tien gulden. De benaming komt uit het Hebreeuws. In het Hebreeuwse alfabet is de letter jod (ook wel uitgesproken joed) de tiende letter. Via het Jiddisch kwam het in het Nederlands terecht.
Hoewel het geelkleurige bankbiljet van 25 gulden allang uit de roulatie is, ligt het woord geeltje nog in veler monden bestorven, en hetzelfde geldt voor rooie rug, het briefje van duizend, dat tegenwoordig groen is. Bij het naderende afscheid van het 'oude' geld heb ik bijnamen van onze munten en biljetten verzameld.
Koetje is een zeer smaakmakende likeur bestaande uit een mix van Italiaanse sambuca en een fris zoete koffielikeur. Heerlijk om puur van te genieten of om met wat ijs te serveren. Verpakt in een spraakmakende fles die volledig in het teken staat van de Nederlandse kleuren.
Hij profiteert van de situatie. Dat is linke soep! Dat is gevaarlijk!
Gemiddeld bezit een Nederlander ongeveer tussen de €25.000 en €35.000 aan spaargeld, wat hoger is dan de spaartegoeden in veel andere Europese landen.
[Bargoens, boeventaal] 30 stuivers. Een lammetje, (een daalder). Veel schokt hij er niet voor, maar toch altijd wel een lammetje.
[Straattaal] meid, meisje (`Hey zeg die aiso dat ze moet komen` – `Zeg tegen dat meisje dat ze moet komen`).
Deze zin gebruik je wanneer je geld nodig hebt en iemand vraagt of hij je geld wilt uitlenen. Je vraagt specifiek om 100 euro. Barkie betekent namelijk 100 euro.
Kribbe (of krib) is een oud Nederlands woord voor trog, voerbak of voederbak. Het woord is vooral bekend doordat in het geboorteverhaal van Jezus volgens Lucas te lezen valt dat Jezus na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd.
Een koon is een wang. Het woord wordt vrijwel altijd in het meervoud gebruikt in de vaste uitdrukking 'rode konen', of 'rode koontjes' als het om een kind gaat. Iemand met rode konen heeft een verhit gezicht of bloost.
wit brood, 't zij van tarwe of van rogge, ter onderscheiding van: brood, (waaronder alleen: zwart brood, dat is gezuurd grof roggebrood verstaan wordt), en beschuiten; als voorwerpsnaam meervoud stoeten. Schertsend wordt het ook: goar meel genoemd.
Een vrouwelijke koe wordt gewoon een koe genoemd, maar er zijn veel populaire namen, zoals Anna, Annie, Dora, Marie, Corrie, Jantje, Grietje en Bertha; dit zijn vaak klassieke, menselijke namen die boeren aan hun vee geven. Technisch gezien is een jonge koe een pink of vaars (als ze nog niet gekalfd heeft).
Knaak: De 2,5 gulden munt, bekend als 'knaak', heeft nu een waarde van ongeveer €1,13. Heitje: De 25 cent munt, ook wel 'heitje' genoemd, is nu ongeveer €0,11 waard.
Een roos kost één coin: ongeveer 1,5 cent.
Het muntstuk van 5 eurocent wordt in Nederland ook stuiver genoemd (in Ierland wordt dit muntstuk shilling genoemd). Niet alleen is de waardeaanduiding (5 cent) gelijk, ook komen de vorm en dikte nagenoeg overeen.