Artikel 16 van de Nederlandse Grondwet (en het Wetboek van Strafrecht) bepaalt het legaliteitsbeginsel: "Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling". Dit betekent dat je alleen gestraft kunt worden voor een actie die al wettelijk strafbaar was voordat je deze uitvoerde; wetten hebben dus geen terugwerkende kracht. Wetten Overheid +2
Artikel 16: Trouwen en een gezin stichten
Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
Artikel 16 legt beperkingen op aan wanneer en hoe een "insider" van een bedrijf aandelen van het bedrijf mag kopen en verkopen .
Artikel 16 beschermt het recht om te trouwen . De overheid mag mensen niet verbieden te trouwen op basis van hun ras, nationaliteit of religie. De kern van dit recht is: twee personen van huwbare leeftijd hebben het recht om met elkaar te trouwen als zij daar wederzijds mee instemmen.
Artikel 16
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
De persoonlijke levenssfeer omvat onder meer het huis, de briefwisseling, de communicatie via telefoon, telegraaf en andere besloten middelen van communicatie, het recht om in besloten situaties niet te worden bespied of afgeluisterd, het recht op zorgvuldige behandeling van persoonlijke gegevens, en het recht op ...
Artikel 18 regelt de rechtsbijstand. Iedereen kan zich bij de rechter of bij een geschil met de overheid laten bijstaan door iemand anders, zoals een advocaat. financiële draagkracht deze bijstand niet krijgt. Deze bepaling kan men aanmerken als een bepaling met een karakter van sociaal grondrecht.
Op grond van artikel 6:1:16 Sv mag geen rechterlijke beslissing ten uitvoer worden gelegd zolang daartegen enig rechtsmiddel openstaat en, zo dit is aangewend, het is ingetrokken of daarop is beslist.
Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.
In het eerste lid van artikel 15 is vastgelegd dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen behalve in gevallen bij of krachtens de wet bepaald. Voor vrijheidsontneming anders dan op rechterlijk bevel garandeert het tweede lid de mogelijkheid de rechter te vragen in vrijheid gesteld te worden.
Het streven van SDG 16 is om vreedzame en inclusieve samenlevingen te bevorderen, met het oog op duurzame ontwikkeling, om toegang tot recht voor iedereen te verzekeren en om op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en toegankelijke instellingen te hebben.
Boek 5 Artikel 16 (5:16 BW)
Indien iemand uit een of meer roerende zaken een nieuwe zaak vormt, wordt deze eigendom van de eigenaar van de oorspronkelijke zaken.
Het briefgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, op last van de rechter.
Ja, in Nederland is het strafbaar om geen hulp te bieden aan iemand in direct levensgevaar, mits je dit kunt doen zonder jezelf (of anderen) in ernstig gevaar te brengen; dit heet hulpverzuim, geregeld in Artikel 450 van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat om een overtreding, niet om een misdrijf, en je bent alleen strafbaar als je bewust nalaat te helpen terwijl het wel mogelijk was.
De drie belangrijkste soorten straffen in het Nederlandse strafrecht zijn de geldboete, de taakstraf (werk- of leerstraf) en de gevangenisstraf (of hechtenis), met bijkomende straffen zoals ontzegging van bepaalde rechten en maatregelen zoals tbs. Deze straffen worden opgelegd door een rechter en variëren in zwaarte, afhankelijk van het misdrijf en de dader.
1. Aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.
Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.
Home » Grondwettelijke bepalingen » Grondwettelijke bepalingen. Artikel 15. Verbod op discriminatie op grond van religie, ras, kaste, geslacht of geboorteplaats . 1. De staat mag geen enkele burger discrimineren op grond van religie, ras, kaste, geslacht, geboorteplaats of een combinatie daarvan.
Artikel 100 voorziet kort gezegd in een inlichtingenplicht voor de regering als het gaat om inzet van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Artikel 100 geeft de Staten-Generaal hierbij geen formeel instemmingsrecht.
Vier voorwaarden voor strafbaarheid
menselijke gedraging; 2. delictsomschrijving; 3. wederrechtelijkheid; 4. schuld.
3.6 Bevel onmiddellijke aanhouding door hulpofficier
6:3:15 Sv). Indien het bevel van het OM niet kan worden afgewacht, kan ook de hulpofficier de aanhouding van de veroordeelde bevelen. De hulpofficier geeft van de aanhouding onverwijld schriftelijk of mondeling kennis aan de officier van justitie.
Artikel 6 van het Akkoord van Parijs maakt internationale samenwerking mogelijk om klimaatverandering aan te pakken en financiële steun voor ontwikkelingslanden vrij te maken .
Artikel 20: Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
De Grondwet verwoordt de inlichtingenplicht van artikel 68 Gw als volgt: 'De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.