Het koppelteken (-) is het korte liggend streepje dat gebruikt wordt om de delen van sommige samenstellingen, afleidingen en samenkoppelingen te verbinden. Hetzelfde liggend streepje wordt gebruikt als
Op Windows kun je ze rechtstreeks invoeren met de toetscombinaties Alt+0150 en Alt+0151 wanneer je een numeriek toetsenbord hebt. Houd daarvoor ALT ingedrukt en toets de cijfercode in op je numerieke toetsenbord. Zorg wel dat Numlock aan staat.
Een koppelteken (-) verbindt een woord, prefix, letter of getal aan een woord. Het koppelteken is een kort, liggend streepje, ook wel de divisie genoemd, dat ook wordt gebruikt als weglatingsstreepje of afbreekstreepje.
Om aan te geven dat er een afkorting verwerkt is in het woord, plaatst je kind een koppelteken tussen de twee delen. Sommige woorden hebben een vast voorvoegsel. 'Ex', 'adjunct', 'oud', 'interim', 'chef', 'kandidaat' en 'assistent' zijn hier voorbeelden van.
Er is geen betekenisverschil, het gaat om een verschil in spelling. Beide varianten voor televisie zijn goed.
Een weglatingsstreepje geeft aan wanneer een deel van het woord is weggelaten. Als er dus geen deel is weggelaten hoef je het streepje ook niet te plaatsen. Met andere woorden alleen als het oorspronkelijke woord aan elkaar werd geschreven schrijf je een streepje, waren het losse woorden, dan komt er geen streepje.
Dit streepje zit niet standaard op je toetsenbord, maar maak je met de toetsencombinatie ctrl/option+minteken. Het gedachtestreepje wordt gebruikt bij een onderbreking van de gedachtegang, bij het aangeven van een inhoudelijke, verrassende wending en bij het leggen van extra nadruk op een deel van de zin.
Je schrijft streepjes tussen de woorden in deze verbinding: kant-en-klaar. De woorden horen bij elkaar en je kunt ook niet de volgorde veranderen (je zegt nooit: klaar en kant). Kant-en-klaar betekent dat het helemaal klaar is, zodat je het meteen kunt gebruiken.
Om een woord of lettergreep te benadrukken, gebruik je het nadrukteken of klemtoonteken ( ´ ). Dat teken ziet er net zo uit als het accent aigu, het accent dat bijvoorbeeld op café staat.
Er worden geen spaties gebruikt tussen het koppelteken en de woorden, tenzij het koppelteken een hangend koppelteken is , bijvoorbeeld "negentiende- en twintigste-eeuwse literatuur". Een hangend koppelteken heeft een spatie erna, maar niet ervoor. Koppel altijd werken af die beginnen met self en ex (wanneer ex former betekent).
Het halflange liggend streepje of het halve kastlijntje (−) wordt onder andere gebruikt als gedachtestreepje, om een zin te onderbreken met een korte zin of een deel ervan.
Simpele regel: altijd aan elkaar
Samenstellingen (woorden uit twee of meer zelfstandige naamwoorden) schrijf je altijd aan elkaar, zonder spaties dus. Het is bijvoorbeeld autoverzekering en niet auto verzekering. Ook langere woorden schrijf je aan elkaar, tenzij er verwarring ontstaat.
Het koppelteken op uw toetsenbord, meestal naast de cijfertoetsen , wordt technisch gezien een koppelteken-minteken genoemd (ja, zelfs de naam is met een koppelteken). Maar het is visueel niet te onderscheiden van het daadwerkelijke koppeltekensymbool, en ook niet van het niet-afbrekende koppelteken, dus we hoeven ons er niet al te veel zorgen over te maken.
Het koppelteken (-) is het korte liggend streepje dat gebruikt wordt om de delen van sommige samenstellingen, afleidingen en samenkoppelingen te verbinden. Hetzelfde liggend streepje wordt gebruikt als weglatingsstreepje in een samentrekking, om aan te geven op welke plaats een woorddeel is weggelaten.
Om dit in Windows te doen, moet je in de zoekbalk speciale tekens typen. In het venster dat verschijnt als je op het zoekresultaat klikt, kun je tekens opzoeken, selecteren en dergelijke. In Word ga je naar Invoegen, Symbool en Meer symbolen om een soortgelijke lijst tevoorschijn te halen.
HOOFDREGEL: Schrijf koppeltekens tussen de delen van een woordgroep zonder duidelijk kernwoord als die het linkerdeel van een samenstelling vormt. Het gaat meestal om een woordgroep van drie of meer woorden, dikwijls met een voorzetsel (zoals aan, voor, met) of met een voegwoord (zoals en).
Bestaat het woord uit twee losse woorden die een samenstelling vormen, dan schrijf je een koppelteken. Ontstaat er geen verwarring, dan schrijf je gewoon alles aan elkaar. Is het woord geen samenstelling, maar bijvoorbeeld een meervoud of een enkel woord, dan schrijf je een trema.
Het woord klaar-over staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Een streepje op de e (é), ook wel een e met accent aigu genoemd, maak je door op je toetsenbord de hoge komma (de toets rechts van de dubbele punt en puntkomma) in te tikken en vervolgens de letter e in te toetsen.
Een koppelteken is een leesteken dat onderdelen van samenstellingen of samenkoppelingen met elkaar verbindt. Het heeft de vorm van het kortste liggende streepje en komt daarmee uiterlijk overeen met het afbreekstreepje en het weglatingsstreepje: in de typografie wordt voor alle drie de tekens een divisie gebruikt (-).
De wijzer van de 11 wijst van links naar rechts en de e spreek je uit zoals in elf. De wijzer van de 1 wijst van rechts naar links en spreek je uit zoals in één. Het ligt dus aan de uitspraak van een woord welk kant je het streepje op laat wijzen.
Je voegt leestekens toe aan je tekst om de leesbaarheid van de tekst te verhogen. Leestekens kunnen bijvoorbeeld de uitspraak van een woord verduidelijken, de nadruk op een specifiek woord of specifieke woordgroep leggen, een citaat markeren of de intonatie van een zin bepalen.