Een punt geeft het einde van de zin aan. Wanneer je de zin hardop voorleest, hoor je meestal waar die eindigt en de volgende zin begint. Op zich is het simpel: een punt plaats je om een einde aan te geven. Toch gebeurt het vaak dat een komma te laat geplaatst is, of juist veel te vroeg.
Leestekens aan het einde van een zin
Een punt gebruik je aan het einde van elke zin, wanneer er geen vraag wordt gesteld of een uitroep wordt gedaan. Voorbeeld: Ik schrijf hier zomaar een zin.
Punten zet je aan het einde van de zin om aan te geven dat de zin eindigt. Ook kom je vaak punten tegen tussen de letters van afkortingen. Vaak zie je dat de afkortingen die voluit worden uitgesproken punten krijgen.
Elk onderdeel begint met een kleine letter. Na de leden van de opsomming staan doorgaans puntkomma's en na het laatste lid een punt. Als de opsomming bestaat uit erg korte delen, kunnen in plaats van puntkomma's ook komma's gebruikt worden, of kunnen alle leestekens achterwege blijven.
De punt wordt gebruikt om alle zinnen te beëindigen, behalve die welke directe vragen of uitroepen zijn . Punten worden ook gebruikt in afkortingen.
Wanneer moet je een komma gebruiken? Met komma's geef je aan waar de lezer een pauze moet 'lezen'. Plaats dus een komma als er bij het voorlezen (hardop of 'in je hoofd') een duidelijke pauze hoorbaar is. Komma's moeten een lezer helpen de pauzes te leggen waar de schrijver ze ook bedoelde te leggen.
Klinkercombinaties en een trema
Je kind plaatst een trema op een klinker als er sprake is van een klinkercombinatie. Dit is het geval als een woord twee of meer klinkers achter elkaar staan, zoals bij aa, ee, oo, uu, ui, eu en ei.
Het beletselteken (…) bestaat uit drie puntjes en heeft verschillende functies. Het kan aangeven dat de zin wordt afgebroken of dat de lezer geacht wordt zelf een woord of gedachte in te vullen. Als het beletselteken aan het einde van een zin staat, komt er geen extra punt achter het beletselteken.
Bestaat het woord uit twee losse woorden die een samenstelling vormen, dan schrijf je een koppelteken. Ontstaat er geen verwarring, dan schrijf je gewoon alles aan elkaar. Is het woord geen samenstelling, maar bijvoorbeeld een meervoud of een enkel woord, dan schrijf je een trema.
Aanhalingstekens kunnen om een hele zin of om een deel van een zin gezet worden. Bij een citaat op het eind van de zin staat de punt binnen de aanhalingstekens als de aanhalingstekens om een hele zin (of een opeenvolging van zinnen) staan. De punt maakt dan deel uit van het citaat.
Het woord 'en' is een nevenschikkend voegwoord en koppelt meestal twee hoofdzinnen aan elkaar met een samengestelde zin als resultaat. Volgens Taaladvies is het echter ook toegestaan om en aan het begin van een zin na een punt te gebruiken.
In Microsoft Windows kan een hoge punt worden ingevoerd met de combinatie Alt + 2 5 0 of Alt + 0 1 8 3 (op het numerieke "eiland").
De puntkomma houdt het midden tussen de komma en de punt.Net als de punt sluit de puntkomma een zin af, maar tegelijkertijd maakt ze duidelijk dat er een nauwe band is met de volgende zin. De directeur gaf toelichting bij de nieuwe maatregelen; het personeel kon vragen stellen.
Het beletselteken bestaat uit drie puntjes en geeft meestal aan dat een zin wordt onderbroken of ineens afgebroken. Een andere naam voor het beletselteken is gedachtepuntjes.
Op het toetsenbord van je PC vind je de trema/ umlaut (“). Druk op de SHIFT + (“)-toets en daarna op de i. De letter ï verschijnt. Een (“) met een a, e, i, o, u, of y, geeft respectievelijk een ä, ë, ï, ö, ü, of ÿ.
Gebruik het beletselteken (de drie puntjes ...) om een onderbreking in je tekst aan te geven. Je geeft hiermee bijvoorbeeld aan dat de lezer zelf de zin moet aanvullen, wat in een wetenschappelijke tekst vaak te veel ruimte voor interpretatie overlaat.
Wanneer gebruik je een trema? Een trema gebruik je als er meerdere klinkers naast elkaar staan die samen één klank kunnen zijn, terwijl ze juist niet bedoeld zijn als één klank. Trema's kom je tegen in woorden als ruïne. Als je daarin geen trema schrijft (ruine), staat er een ui, zoals in ruit.
Vóór voegwoorden:
Meestal verstandig om een komma te plaatsen voor: als, hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl. Zij vertelde het aan iedereen, hoewel de informatie vertrouwelijk was.
1. Gebruik een komma om onafhankelijke clausules te scheiden. Regel: Gebruik een komma voor een nevenschikkende conjunctie (and, but, yet, so, or nor, for) wanneer deze twee complete ideeën (onafhankelijke clausules) verbindt. Hij liep door de straat en sloeg toen de hoek om.
Een dubbele punt gebruiken we vóór een opsomming, een citaat, een verklaring, aankondiging, omschrijving, toelichting, conclusie of gedachte. Er komt geen spatie vóór een dubbele punt, wel erna.