HB-ers passen veelal niet in systemen. Dus ook niet in het schoolsysteem of welk opgelegd systeem van buitenaf het ook mag zijn. Ze verzetten zich tegen autoriteit en net als HSP-ers kunnen ze moeilijk omgaan met machtsposities. Hoe dat komt lees je in mijn artikel over HB/HSP, macht, gezag of hiërarchie.
Ze kunnen bijvoorbeeld al zien hoe ze iets willen, al weten hoe iets moet, maar nog niet de verfijnde motoriek hebben om het te maken. Zijn soms, niet altijd, cognitief ook al verder dan de sociale en emotionele ontwikkeling. Daardoor kan een hoogbegaafd kind heel volwassen en wijs overkomen.
Hoogbegaafdheid betekent dat je snel denkt en je ingewikkelde dingen goed kan begrijpen. Je werkt graag zelfstandig, bent nieuwsgierig en hebt veel motivatie. Ook ben je gevoelig en ervaar je veel emoties. Je vindt het fijn om dingen te bedenken, maken of te ontwikkelen.
Hoogbegaafdheid theorie
Belangrijkste criteria: hoge intelligentie, motivatie èn creativiteit.
Hoogbegaafde kinderen hebben een verhoogde gevoeligheid voor sommige prikkels uit hun omgeving. Dit kan leiden tot zowel over- als onderprikkeling. Overprikkeling kan zich uiten in agressief gedrag of prikkelbaarheid. Onderprikkeling daarentegen zorgt voor verveling, dagdromen en onoplettendheid.
Gedrags- en emotionele problemen die typisch worden beschreven bij intellectueel begaafde kinderen zijn angst [7], sociale terugtrekking [8, 9], een laag zelfbeeld [10] en buitensporig perfectionisme [7], die allemaal behoren tot de categorie van ‘internaliserende’ problemen [11].
Voor het begaafde kind is argumenteren vaak een oprechte poging om te achterhalen hoe de wereld werkt . Mensen met een hoger IQ zien de wereld vaak in een ander licht. Vaak produceert dat licht een perspectief dat anders is dan wat de gemiddelde persoon ziet.
Een groot aantal heeft problemen gerelateerd aan hoogbegaafd zijn, zoals stress en burnout, depressie, eetproblemen, concentratieproblemen, slaapproblemen, eenzaamheid, angstklachten als faalangst, leerproblemen, onzekerheid, stemmingswisselingen, overgevoeligheid, relatieproblemen, minderwaardigheidsgevoelens, ...
Nadelen van hoogbegaafdheid
Je denkt en leert vaak anders dan de meeste mensen en jouw uitspraken zijn soms ingewikkeld. Hierdoor heb je misschien problemen op je werk of op sociaal gebied; mensen begrijpen jou niet (altijd).
Een autismespectrumstoornis (ASS) komt voor bij kinderen met alle intelligentieniveaus, dus ook bij hoogbegaafde kinderen. Echter: niet alle kinderen die hoogbegaafd zijn, hebben ook een autismespectrumstoornis.
Hoogbegaafdheid is geen stoornis en komt daarom niet voor in de DSM. Er is dus ook geen sprake van een diagnose. Je kunt hoogbegaafdheid wel laten vaststellen aan de hand van een begaafdheidsonderzoek en/of IQ test.
Begaafde studenten vinden vaak unieke manieren om een situatie of probleem te bekijken. Ze gebruiken hun creativiteit en abstract denkvermogen om unieke perspectieven en oplossingen voor problemen te vinden, zelfs als er een makkelijkere manier is om het op te lossen.
Over het algemeen wordt uitgegaan van hoogbegaafdheid bij een IQ van 130 of hoger. Maar hoogbegaafdheid is meer dan alleen (cognitieve) intelligentie. Het gaat om een wezenlijk andere manier van denken en doen. Persoonlijkheid, creativiteit en doorzettingsvermogen spelen ook een belangrijke rol.
Hoogbegaafde kinderen vinden het vaak leuk om woordspelletjes te doen en tegenstrijdigheden te signaleren. Redenen en achtergronden willen begrijpen: De creatieve gedachten van hoogbegaafde kinderen zorgen ervoor dat ze over allerlei zaken nadenken. Hierdoor kunnen ze regels en tradities in twijfel trekken.
Denk aan ICT, strategie, beleidsadvies, interne consultancy,kwaliteitsbewaking. Als een afdeling aan de rand niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de organisatie te klein is, functioneert de hoogbegaafde vaak ook goed in een brede, zware manangementfunctie juist onder de top.
Hoogbegaafdheid is ook niet iets dat je kunt kwijtraken of worden. Het is iets waarmee je geboren bent en waarmee je eindigt. Het kan wel zo zijn dat bepaalde kenmerkende eigenschappen van hoogbegaafdheid minder bij jou tot uiting zijn gekomen vanwege de omgeving waarin je bent opgegroeid.
Het zijnsluik hoogbegaafdheid geeft aan dat de volgende (karakter)eigenschappen bij veel hoogbegaafden aanwezig zijn: een hoog rechtvaardigheidsgevoel, perfectionisme, een kritische instelling en een vorm van hooggevoeligheid.
Hoogbegaafdheid is geen psychiatrische stoornis en lijkt in de basis geen grotere kans te geven op psychiatrische problematiek in zijn algemeenheid. Mogelijk bestaat er bij hoogbegaafdheid een groter risico op: – existentiële depressie; – obsessievecompulsieve stoornis; – eetstoornissen.
Verwrongen zelfbeeld
Want het grootste probleem van hoogbegaafden is de mismatch met de omgeving. Ze stuiten op veel onbegrip en kunnen zich niet spiegelen, waardoor ze zich een buitenstaander kunnen voelen. ' Niet iedereen heeft de juiste mensen en middelen om zich heen om hieruit te komen.
In de literatuur wordt in sommige onderzoeken gemeld dat er bij hoogbegaafde kinderen vaker sprake is van depressieve klachten (32, 41, 42), maar in andere onderzoeken wordt benadrukt dat hoogbegaafde kinderen vergelijkbare depressieve symptomen vertonen als hun leeftijdsgenoten met een normale intelligentie en een normaal vaardigheidsniveau (43–46).
Hoogbegaafden bezitten veel kwaliteiten die vaak niet tot uiting komen omdat zij nooit gestimuleerd zijn. Hoogbegaafden hebben meestal een apart soort humor. Vaak zien zij door het beeldenken iets letterlijk gebeuren als iets verteld wordt. De meeste hoogbegaafden hebben niets heb met sarcasme of cynisme.
Zeer intelligente kinderen kunnen ongewoon wilskrachtig zijn, onderhandelen als advocaten of sarcasme gebruiken om een punt te maken. Soms verstoren begaafde kinderen de les in de klas omdat ze niet willen doen wat ze als bezigheid beschouwen. (Dit kan natuurlijk voor elk kind gelden, maar het geldt alleen meer voor sommige begaafde kinderen.)
Je kind houdt van leren, maar haat het gevoel iets niet te weten. Als leren te moeilijk voelt of als ze een fout maken, kunnen ze gaan huilen, hun werk verscheuren of weigeren mee te doen.
Zij zijn immers vaak niet gewend dat zij iets niet (snel) kunnen. Dit kan snel een vervelend gevoel geven, omdat zij ook vaak perfectionistisch zijn en de lat voor zichzelf hoog leggen. Maar daarbij lopen zij het risico om moeilijke opdrachten uit de weg te gaan, zodat zij niet falen.