Het woord "kerel" stamt af van het Oergermaanse karilaz of kerla-, wat oorspronkelijk "man" of "vrije man (van niet-ridderlijke stand)" betekende. Het is etymologisch verwant met het Oudengelse ceorl (vrijman/boer) en het Duitse Kerl. In de middeleeuwen verschoof de betekenis van een specifieke sociale stand naar de algemene aanduiding voor een "vent" of "man". Wikipedia +2
man, met de gedachte aan groot en sterk
Voorbeeld: `Hij is een echte kerel. `
De herkomst van een woord, ook wel etymologie genoemd, is de studie van de oorsprong, geschiedenis en ontwikkeling van dat woord, inclusief veranderingen in vorm en betekenis door de tijd en invloeden van andere talen. Het woord 'etymologie' komt uit het Grieks, van étumos ('waar, werkelijk') en lógos ('leer, studie'), wat letterlijk 'het zoeken naar de ware kern van een woord' betekent. Etymologen volgen woorden terug in de tijd om hun oudste vorm, betekenis en herkomst uit bijvoorbeeld het Germaans, Latijn, Frans of India te achterhalen, waarbij ze kijken naar leenwoorden, verwante woorden en klankwetten.
vrijer, knaap, klant, knul, gast, vent, peer, man, knakker, gozer, postuur, heerschap, snuiter, bink, pief, pee, kastaar, kadee. als synoniem van een ander trefwoord: man (zn) : meneer, kerel, baas, mijnheer, heer, gast, vent, heerschap, snuiter, bink, kinkel, pief, manspersoon, broger, basserool, kadee.
"Dude" is mogelijk afgeleid van het 18e-eeuwse woord "doodle", zoals in "Yankee Doodle Dandy". In de populaire pers van de jaren 1880 en 1890 was "dude" een nieuw woord voor "dandy"—een "uitermate goed geklede man", iemand die veel waarde hechtte aan zijn uiterlijk.
"Dude" wordt absoluut als straattaal beschouwd en is helemaal niet professioneel. Het wordt vooral gebruikt tussen twee mannen. Maar vrouwen zeggen het ook . Ik zou zeggen dat het voornamelijk op mannen van toepassing is, hoewel het de laatste tijd een meer neutrale term is geworden die voor iedereen gebruikt wordt.
Het is een reductie van "doei-doei"; de klinker van de eerste "doei" wordt gereduceerd alsof het één woord is. Wat "doei" betreft, het is een afkorting van "dag", dat zelf afkomstig is van "goddag", een gereduceerde vorm van "God zij met u", een gebruikelijke begroeting voor afscheid.
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
Een wijfjesree heet een reegeit, terwijl het mannetje een reebok wordt genoemd; de jongen heten kitsen.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Het "raarste" woord is subjectief, maar populaire kandidaten zijn het onvertaalbare mamihlapinatapai (Yaghan-oorsprong voor een blik van wederzijdse, niet-geïnitieerde verlangen) en het Nederlandse oelewapper (sukkel/idioot) of droeftoeter (sneue persoon), vaak gekozen in verkiezingen voor grappigste of lelijkste woorden, naast vreemde samenstellingen zoals 'pindakaas' (peanut cheese) of 'stofzuiger' (dustsucker).
Het Engelse woord "Dutch" voor het Nederlands komt van het oude woord "Duitsch" or "Dietsch", wat in de Middeleeuwen "van het volk" betekende en de taal van de gewone mensen in de regio aanduidde, een term die het Engels ontleende toen het nog gangbaar was voor het Nederlands, voordat men een strikter onderscheid maakte met "Duitsch" (voor de taal van Duitsland) en "Nederlands".
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.
/dud/ Andere vormen: dudes. Dude is een slangterm voor begroeting tussen mannen, die "kerel" of "man" betekent. Bijvoorbeeld: "Dude!"
wind (zn) : poep, scheet, windje, poepje, darmgas, bout, ruft, gasje, buikwind, flatus, veest. poep (zn) : wind, scheet, windje, poepje, darmgas, buikwind, flatus, veest.
Iemand die graag drinkt, kan verschillende namen hebben, afhankelijk van de mate en het soort drinken: van informele termen zoals borrelaar, pimpelaar, slemper, of zuiper, tot meer beschrijvende termen zoals probleemdrinker als het problemen veroorzaakt, of alcoholist/alcoholverslaafde bij afhankelijkheid.
Trekker, wisser, aftrekker.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
In sociale situaties is het voldoende om te zeggen: " Ik moet naar het toilet ." Als het om een medische situatie gaat (bijvoorbeeld bij de dokter), kun je het gewoon een stoelgang noemen.
toilet (zn) : wc, kabinet, gemak, privaat, plee, secreet, poepdoos, closet, wasgelegenheid, het kleinste kamertje, bestekamer, retirade, koer.
Een netter woord voor overgeven is braken, wat formeler is, terwijl spugen en uitbraken ook gangbaar zijn, en vomeren een zeer formeel, medisch synoniem is; vermijd 'kotsen' in formele situaties.
Dit woord betekent 'geld' in straattaal.
Het komt uit Noord-Hollandse dialect en werd vooral gebruikt rond Alkmaar.” "'Houdoe' staat inmiddels in de Dikke van Dale." 'Houdoe' maakt zelf ook al zijn eerste stapjes richting de Nederlandse taal. In 1992 kwam de afscheidsgroet namelijk al in de Dikke van Dale te staan.