De herkomst van de aanmoediging "zet hem op" (of "zet 'm op") is niet met zekerheid vast te stellen, maar de uitdrukking stamt waarschijnlijk uit het begin van de 20e eeuw. Het wordt gebruikt als een aansporing om extra kracht of inzet te leveren, vergelijkbaar met "doe je best" of "ga ervoor". Onze Taal +1
De oudste papieren bron waar 'Zet hem op! ' in voorkomt, is een krant uit 1890. Bij een beschrijving van een pontonbrug die wordt afgebroken, staat dat dit gebeurde onder het zingen van een “lustig schippersliedje”: “Toen Jonas in de walvisch zat, van één twee, zet hem op”. Het oudste citaat waarin 'Zet 'm op!
Bezoen wordt gewezen op de uitdrukking: witte muizen of zet 'm op, witte muizen, als een aansporing bij het verrichten van zware arbeid. De schrijver merkt daarbij op dat deze term vooral zeer populair Werd in de krijgsgevangenkampen.
De herkomst van deze uitdrukking is niet helemaal zeker. Lik op stuk komt voor het eerst voor in een krant uit 1887, maar lijkt pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw algemener te worden. Het is vermoedelijk een verkorting van een lik uit de pan krijgen.
uitdr.: doe je best!, geef je helemaal!, ga ertegen aan!, zet hem op!; ga ervoor!, gaan met die banaan!
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Oorsprong van de uitdrukking
De term 'bus' sloeg hierbij niet op het moderne openbare vervoermiddel, maar op een bewaardoos of opbergblik. Als deze bewaardoos of het opbergblik goed afsluitbaar was met een deksel, sloot deze als een bus. Het klopte dan dus helemaal.
Uit het Woordenboek der Nederlandsche Taal blijkt dat uil vroeger als scheldwoord werd gebruikt, onder meer voor 'sukkel', 'botterik', 'vlegel' en 'onbeduidend persoon'. Het woord uilskuiken is een versterking van uil in dergelijke betekenissen: een uil is al dom, dus dan is een uilskuiken helemáál onnozel.
Kant-en-klaar betekent 'helemaal klaar voor gebruik', 'direct toepasbaar, verwerkbaar, eetbaar (enz.) '. Het bijvoeglijk naamwoord kant kwam in de zestiende eeuw voor in de betekenis 'kloek, stevig, flink (van mannen)'. In de zeventiende eeuw kwam daar de betekenis 'in orde, gereed, klaar' bij.
Dat hij in de loop van de tijden veranderd is, kan komen doordat er een oud Drents volksvermaak bestond waarbij letterlijk een kat op een reep spek werd gebonden. Deze combinatie van kat en spek werd dan door een aantal heren heen en weer gegooid, net zolang tot de kat dood was.
Van likmevestje
In het Nederlandse schrift is in 1896 voor het eerst de uitdrukking 'lik me vessie' aangetroffen. Met 'vessie' werd 'vestje' bedoeld en dit woord is weer afgeleid van het Franse woord 'fesse', dat bil betekent. Oorspronkelijk betekende dit dus zoiets als 'lik m'n r..t'.
De Duits-Oostenrijkse keizer Maximiliaan I (1459-1519), grootvader van Karel V, zou zich ooit de verzuchting hebben laten ontvallen dat hij, mocht hij God zijn en twee zonen hebben, zou wensen dat na zijn dood de ene zoon hem zou opvolgen als God en de andere koning van Frankrijk zou worden.
Zowel de 'deur' van 'poort' als de 'door' van 'dwaas' komen voort uit het Germaans. De 'door', de dwaas, komt van de Germaanse stam 'dauz', waar ook duizelen mee verwant is. We hebben het dan wel degelijk over iemand die zot draait. Een gelukkig toeval als je de gek vergelijkt met een deur die wild staat te klapperen.
Je leert hoe je de roepen, geluiden en kreten van een Amerikaanse oehoe (Bubo virginianus) kunt herkennen. Naar mijn mening heeft geen enkele andere uil een mooier "roepgeluid" dan de Amerikaanse oehoe. Mannetjes produceren diepe, lage, dreunende geluiden - "Hoo-hoo hooooo hoo-hoo" - die 's nachts kilometers ver te horen zijn.
Op de kop tikken betekent meestal 'kopen', vaak met de bijgedachte aan een buitenkansje. Als je zegt dat je iets op de kop hebt weten te tikken, vind je dus meestal dat je geluk hebt gehad, bijvoorbeeld omdat het om iets gaat wat moeilijk te verkrijgen is. De herkomst van deze uitdrukking is helaas niet duidelijk.
Paarden waren nog niet eens zo lang geleden dé hulpkrachten van de mens, onder andere om van alles voort te trekken. Omdat paarden vaak bruin zijn, werden ze ook vaak Bruin genoemd. Als iets te zwaar was voor het paard, zei men dus: 'Dat kan Bruin niet (voort)trekken. ' Later werd dit een algemene uitdrukking.
Met bak is hier een houten kuip of kom bedoeld waarin de warme maaltijd voor de schepelingen werd opgediend. Zo'n bak bevatte voldoende voedsel voor meerdere mensen. Aan de bak komen betekende dus eigenlijk 'gaan eten' of 'te eten krijgen'.
In de 17e eeuw gebruikte men de uitdrukking "tot op het bot nauwkeurig". Een "bot" is het kleine puntje boven de letter "i" of "j". Het is het kleinste teken dat je in schrift kunt gebruiken, waardoor het een perfecte metafoor is voor precisie. Als iets "tot op het bot nauwkeurig" was, betekende dat dat het tot in het kleinste detail perfect was.
poepen (ww) : beren, kakken, drukken, afgaan, zijn behoefte doen, schijten, bouten, een ontlastende verklaring afleggen, een grote boodschap doen, zijn gevoeg doen.
Oversekst zijn is niet per se een probleem
Piet Van Tuijl: 'Oversekst zijn wil zeggen veel seks hebben of veel met seks bezig zijn. De wetenschap noemt dat hyperseksualiteit. Onderzoek richt zich voornamelijk op hyperseksualiteit als probleem. Daarbij gebruikt men dan vaak de term seksverslaving.
Iemand die teruggetrokken leeft wordt vaak een introvert, eenzelvig, terughoudend, of ingetogen persoon genoemd; bij een sterkere mate van afzondering spreekt men van teruggetrokken of zelfs mensenschuw, terwijl een monnik of kloosterling teruggetrokken leeft om religieuze redenen.