"Alle gekheid op een stokje" betekent "alle grappen terzijde" of "laten we nu serieus worden". De uitdrukking stamt uit de Middeleeuwen en verwijst naar de 'gekstok' of 'marot' van een nar. Historiek +1
Naast gekke kleren en belletjes, droegen narren vaak een stok in hun hand. Deze stok heette de zotskolf en bovenop stond het hoofd van Momus, de God van de gekkigheid. Dit is dus het stokje waar we alle gekheid op moeten stoppen volgens het spreekwoord.
Een uitdrukking is een vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis. Dat betekent dat je de betekenis niet letterlijk uit de losse woorden kunt begrijpen. Een uitdrukking beschrijft vaak een gevoel, situatie of gedrag. In veel uitdrukkingen zit een werkwoord.
Zowel de 'deur' van 'poort' als de 'door' van 'dwaas' komen voort uit het Germaans. De 'door', de dwaas, komt van de Germaanse stam 'dauz', waar ook duizelen mee verwant is. We hebben het dan wel degelijk over iemand die zot draait. Een gelukkig toeval als je de gek vergelijkt met een deur die wild staat te klapperen.
Stoned als een garnaal: deze uitdrukking lanceerde het duo in 1975 in het liedje 'Stoont als een garnaal' en betekent, welja 'onzettend stoned' of high zijn, door het gebruik van softdrugs. Doemdenken: Van Kooten en De Bie kwamen in 1980 met dit woord op de proppen in een van hun tv-programma's.
Het regent pijpenstelen zeg je om uit te drukken dat het hard regent. Het gaat dus niet om een licht buitje of wat motregen, maar om een langere periode waarin er flink wat water naar beneden komt. De pijpensteel in deze uitdrukking is oorspronkelijk letterlijk de steel van een pijp (waarmee je kunt roken).
De precieze herkomst van de uitdrukking “stinkend rijk zijn” staat niet helemaal vast. Vaak wordt verwezen naar de begrafeniscultuur in de Middeleeuwen. Armere mensen zouden toen op het kerkhof zijn begraven, terwijl de rijken zich een mooie plaats in de kerk konden veroorloven.
Van likmevestje
In het Nederlandse schrift is in 1896 voor het eerst de uitdrukking 'lik me vessie' aangetroffen. Met 'vessie' werd 'vestje' bedoeld en dit woord is weer afgeleid van het Franse woord 'fesse', dat bil betekent. Oorspronkelijk betekende dit dus zoiets als 'lik m'n r..t'.
Wanneer het water laag stond, moest het personeel op zoek naar spijkertjes die tijdens het bouwen van de schepen in het water waren gevallen. Die spijkers waren klein en daarom bijna niet te vinden. Vandaar de betekenis van het spreekwoord: zoeken naar kleinigheden.
Door de mand vallen
Men is het er echter niet over eens waar het woord 'mand' vandaan komt. Er zou vroeger een straf kunnen zijn geweest, waarbij iemand zonder eten en drinken in een mand boven het water werd gehangen. Na verloop van tijd sneed de gestrafde dan zelf maar het touw door als hij het niet meer volhield.
“Rome werd niet in één dag gebouwd… maar brandde wel in één dag af.” Zo luidt een gezegde als waarschuwing dat succes niet meteen komt, maar wel snel weer kan verdwijnen.
Herkomst. Niemand weet precies waar deze uitdrukking vandaan komt, maar er zijn wel wat ideeën over. Sommige mensen denken dat 'hoedje' wordt gebruikt in plaats van een scheldwoord, omdat dat veel vriendelijker klinkt. Je hoort ook weleens andere versies, zoals 'ik schrik me een aap' of 'ik schrik me een ongeluk'.
De Duits-Oostenrijkse keizer Maximiliaan I (1459-1519), grootvader van Karel V, zou zich ooit de verzuchting hebben laten ontvallen dat hij, mocht hij God zijn en twee zonen hebben, zou wensen dat na zijn dood de ene zoon hem zou opvolgen als God en de andere koning van Frankrijk zou worden.
Met deze uitdrukking wordt tegenwoordig bedoelt dat iemand in hoge mate onder invloed van drank of drugs zou staan. Maar een garnaal heeft niets met stoned te maken. Hij gedraagt zich niet stoned en je wordt er ook niet stoned van, zoals soms beweerd wordt.
De vroegste schriftelijke vermelding van de uitdrukking dateert uit het Middelengels van St. Marher in 1225 : "And te tide and te time þat tu iboren were, schal beon iblescet", wat ruwweg vertaald kan worden als "het tij noch de tijd wacht op, wacht op niemand".
' Volgens deze verklaring is kees een dialectwoord voor kaas. Eigenlijk zou er dus mee bedoeld zijn: 'de kaas is klaar'. Het is dan wel vreemd dat ook in de dialecten waarin kees het woord voor kaas is, de variant 'Klaar is de kees' (met het lidwoord de dus) nauwelijks voorkomt.
De pijp uit gaan betekent 'doodgaan'. De pijp in deze uitdrukking is eigenlijk een konijnenhol. Een konijn dat 'de pijp uit gaat' (dus zijn hol verlaat) terwijl er jagers in de buurt zijn, wordt afgeschoten, en sterft dus.
' Hoewel een Fransman geen idee heeft wat wij bedoelen met 'op de bonnefooi' heeft de uitdrukking wel een Franse oorsprong. De bonne foi betekent in het Nederlands 'te goeder trouw'. Het kan ook dat we de uitdrukking hebben ontleend aan het Franse la bonne voie, wat 'op de goede weg' betekent.
De herkomst van deze uitdrukking is niet helemaal zeker. Lik op stuk komt voor het eerst voor in een krant uit 1887, maar lijkt pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw algemener te worden. Het is vermoedelijk een verkorting van een lik uit de pan krijgen.
"Wat in 't vat zit, verzuurt niet"
Dit spreekwoord verwijst naar het bewaren van voedsel. Voedsel werd ondermeer bewaard door het in een vat pekel te stoppen. Het heeft de figuurlijke betekenis van "al kan je het nu niet gebruiken, hou het maar bij, het kost je niets", of van "uitgesteld is niet verloren".
Oorsprong van de term
De term "schandalig rijk" is ontstaan in de Verenigde Staten in de jaren twintig van de vorige eeuw . Het werd gebruikt om rijke mensen te beschrijven die de ergste gevolgen van de Grote Depressie hadden weten te vermijden door goedkoop land, huizen en andere bezittingen te kopen.
Wie iets op z'n elfendertigst doet, laat zich niet opjagen – en dat kan nog weleens irritatie bij anderen wekken. Op zijn elfendertigst had oorspronkelijk een gunstige betekenis: 'keurig, netjes'. De uitdrukking is ontstaan uit een weefterm: de elf-en-dertig. Dat was een kam voor het weven van zeer fijn textiel.