Ja, bij een BEP-chemotherapie (Bleomycine, Etoposide en Cisplatina) is de kans op haarverlies zeer groot. Het is een van de bekendste bijwerkingen van deze specifieke behandeling, die vaak wordt ingezet bij zaadbalkanker. Kanker.nl +1
Ze veroorzaken ook tijdelijk haarverlies, wat u ongeveer drie weken na aanvang van de behandeling zult merken. Het haarverlies verloopt relatief snel, maar uw haar groeit weer aan zodra de chemotherapie is afgerond. De medicijnen kunnen tintelingen in de handen en voeten veroorzaken, die kunnen verergeren nadat de chemotherapie is beëindigd.
Het is afhankelijk van de gebruikte medicamenten. De medicamenten die gebruikt worden bij kanker aan het maag-darmkanaal geven over het algemeen geen haaruitval, terwijl de medicamenten die bij borstkanker worden gebruikt meestal wel haaruitval tot gevolg hebben.
Bij een hoog risico non-seminoom adviseert de arts meestal 1 kuur met een combinatie van 3 medicijnen: bleomycine, etoposide en cisplatin. Dit heet een BEP-kuur. Eén BEP-kuur duurt 3 weken. In de eerste week word je een aantal dagen opgenomen voor de chemotherapie.
Inzicht in BEP-chemotherapie: Deze krachtige combinatie van bleomycine, etoposide en cisplatine is een effectieve behandeling voor teelbalkanker . Bijwerkingen komen vaak voor, maar zijn meestal goed te beheersen met medicatie en aanpassingen in de levensstijl.
Het herstel na BEP- of EP-chemotherapie kan per persoon verschillen. Meestal voelt u zich ongeveer drie weken na het afronden van de behandeling beter, wanneer uw bloedwaarden weer normaal zijn en uw haar begint terug te groeien.
Sommige mensen blijven werken tijdens chemotherapie . Of u kunt blijven werken, hangt af van uw behandelplan. Het hangt ook af van het stadium en het type kanker dat u heeft. Daarnaast speelt uw algehele gezondheid en uw beroep een rol.
"Als je een zware chemokuur ondergaat, ervaar je meestal de ergste symptomen de dag erna", zegt Iheme. "Met 'ergste' bedoel ik dat je dan de meeste vermoeidheid, zwakte en misselijkheid ervaart. Normaal gesproken zullen je symptomen drie of vier dagen na de chemo verbeteren."
Chemotherapie in tabletvorm
Zo verspreidt het medicijn zich door uw hele lichaam. Op deze manier hopen we alle kankercellen te bereiken. Doordat ons lichaam nog meer snelgroeiende cellen bevat, zoals bloedcellen en slijmvliescellen kan een behandeling met chemotherapie verschillende bijwerkingen geven.
Een enkele chemotherapiekuur kan bestaan uit een behandeling van enkele dagen of weken, gevolgd door een periode zonder chemotherapie . Deze rustperiode geeft uw lichaam de tijd om te herstellen van de behandeling. Daarna kunt u een nieuwe chemotherapiekuur krijgen volgens hetzelfde schema van behandelingsonderbrekingen.
"Ze zei gewoon dat ze het niet hoefde te hebben . Het zou vreselijk zijn geweest als ze haar iconische haar was kwijtgeraakt. Iedereen is dol op haar haar!" aldus Field. Volgens het MD Anderson Cancer Center houdt een koelkapbehandeling in dat een patiënt een siliconen koelkap op de hoofdhuid draagt om haaruitval te voorkomen.
Chemotherapie: Mogelijke klachten zijn: een droge huid, een verkleurde huid, plotselinge uitslag, snellere verkleuring of verbranding van de huid door de zon, bruine vlekken, een bruine verkleuring of witte pigmentloze vlekken. Meestal zijn deze huidklachten tijdelijk.
Wanneer hebt u haarverlies door chemo? Haaruitval begint ongeveer 14 tot 16 dagen na de eerste toediening. Bij sommige behandelingen of personen zet het haarverlies iets later in. Ongeveer twee tot drie maanden na het stoppen van de therapie begint het haar weer te groeien.
Sommige soorten cytostatica veroorzaken gelukkig geen haaruitval. Het hoofdhaar is het meest gevoelig voor cytostatica maar ook baard, snor, wenkbrauwen, wimpers, oksel, schaamhaar en overige lichaamsbeharing kunnen uitvallen. Uw arts of verpleegkundige kan u hierover informeren.
Door chemotherapie kan je haar uitvallen. Met hoofdhuidkoeling (coldcap) kun je haaruitval door chemotherapie voorkomen of beperken. Ook zorgt hoofdhuidkoeling er soms voor dat je haar sneller terug groeit na de behandeling. Door je hoofdhuid te koelen gaat er minder bloed naar je haarwortels.
Haaruitval door chemotherapie is bijna altijd tijdelijk. Meestal begint je haar een paar weken of maanden na de chemotherapie weer te groeien. Soms begint je haar alweer te groeien tijdens de chemotherapie.
Alle wegwerpmaterialen (bijvoorbeeld incontinentiemateriaal, bakjes met braaksel, gebruikt stomamateriaal of pillenstrips) die mogelijk in aanraking zijn geweest met cytostatica, moeten worden weggegooid in een aparte afvalzak. Dit mag een plastic tasje of boterhamzakje zijn. Dit om het risico op lekken te voorkomen.
Bijwerkingen van chemotherapie
Een tweede chemokuur volgde, dit keer nog zwaarder dan de eerste.
Vermijd de zon op het midden van de dag (tussen 12.00 en 15.00 uur). Voorkom langdurig zonnen tot 6 à 8 weken na de chemotherapie.
Je weet pas of de chemotherapie aanslaat na controle-onderzoek bij je arts. De arts onderzoekt vaak pas na een paar kuren of de behandeling werkt. Dit kan op verschillende manieren: met een CT-scan, MRI-scan of PET-CT-scan.
Chemotherapie heeft ook invloed op gezonde cellen. Daarom heeft u na een kuur meestal een rustperiode van een paar dagen of weken. Zo kunnen uw gezonde cellen herstellen. Na deze periode kijken we of u de volgende chemokuur kunt krijgen.
Eet geen zachtgekookte eieren. Eet ook geen gerechten waarin rauwe eieren worden gebruikt, zoals bavarois, tiramisu, mousse of zelfgemaakte mayonaise. Gebruik geen rauwe melk en producten gemaakt van rauwe melk, zoals bijvoorbeeld rauwmelkse kaas. Deze producten kunnen besmet zijn met bacteriën.
Als de borstkanker is uitgezaaid naar andere organen, is genezing niet meer mogelijk. Chemotherapie kan dan onderdeel zijn van de palliatieve behandeling. De palliatieve fase betekent dat je niet meer beter wordt.
Als u chemotherapie krijgt, heeft u kans op bijwerkingen. Sommige mensen hebben hier veel last van, andere mensen merken er weinig van. Dit komt door het soort chemotherapie en de dosering. Hoe erg uw bijwerkingen zijn, heeft geen invloed op het resultaat van de chemotherapie.