Met echografie kunnen de weke delen in beeld worden gebracht, zoals spieren, pezen en banden. Aandoeningen zoals een spierscheur, een verdikking in bv. de Achillespees, een fasciopathie plantaris ("hielspoor"), of vocht in het gewricht zijn met echografie goed te zien. Ook ontstekingen kunnen worden waargenomen.
Dit is vooral het geval bij intensief en herhaald sprinten. Je herkent een spierscheuring aan: pijn die plotseling optreedt (die lijkt op een messteek of zweepslag);gedeukte en/of abnormaal gezwollen spierbuik, boven of onder de betreffende plek.
Met een echo, CT-scan en een MRI is het mogelijk om de spieren zelf in kaart te brengen. De arts kan hiermee zien of de spieren van structuur veranderd zijn en zo ja, welke spieren meer en welke minder zijn aangedaan.
Gedeeltelijke of volledige spier- of peesscheuren (Fig. 1) kunnen duidelijk en nauwkeurig worden geïdentificeerd en gedifferentieerd. Over het algemeen kan diagnostische echografie een snelle, niet-invasieve manier bieden om letsels aan zacht weefsel te diagnosticeren en een toegankelijke manier om deze te monitoren tijdens de behandeling en het revalidatieproces.
Niet kunnen bewegen of lopen vanwege de pijn.Lichte zwelling.Een stijve spier.Bloeduitstorting op de plek waar de scheur is ontstaan.
De behandeling is afhankelijk van de ernst van de spierscheur. Over het algemeen kan gesteld worden dat na vier tot zes weken weer voorzichtig met sporten begonnen mag worden. Dit zal echter per persoon verschillen. Als er nog steeds sprake is van pijn en (ochtend) stijfheid in de spier dan is voorzichtigheid geboden.
Graad 1: een klein deel (<5%) van de spier is gescheurd.Graad 2: een gedeeltelijke scheur (5-50%) van de spier.Graad 3: een volledige scheur (50-100%) van de spier.
MRI geeft meer details dan echografie en röntgenfoto's en is vooral nuttig voor het in beeld brengen van pezen, spieren, banden en letsel aan zacht weefsel.
Met echografie kunnen de weke delen in beeld worden gebracht, zoals spieren, pezen en banden. Aandoeningen zoals een spierscheur, een verdikking in bv. de Achillespees, een fasciopathie plantaris ("hielspoor"), of vocht in het gewricht zijn met echografie goed te zien. Ook ontstekingen kunnen worden waargenomen.
Normaal spierweefsel is relatief zwart , dat wil zeggen, heeft een lage echogeniciteit en is gemakkelijk te onderscheiden van omringend weefsel (Fig. 42.1) (Walker, 2004; Pillen et al., 2008).
Het belangrijkste nadeel van echografie is dat de geluidsgolven niet door bot gaan. Daarom is het niet mogelijk om bijvoorbeeld in de rug of achter de knieschijf te kijken. De schouder en de heup zijn ook niet volledig in beeld te brengen met echografie. Daarom wordt vaak een echo met een röntgenonderzoek aangevraagd.
Wat is Zenuw- en spierechografie? Bij een echografie wordt met ultrasone (onhoorbaar hoge) geluidsgolven naar zenuwen of spieren in het lichaam gekeken. Met deze techniek kan onder meer naar de grootte, structuur en eventuele afwijkingen van de zenuwen of spieren gekeken worden.
MRI is vooral waardevol voor het maken van beelden van spieren, ligamenten en pezen. MRI kan worden gebruikt als de oorzaak van de pijn vermoedelijk een ernstig probleem is van zacht weefsel (bijvoorbeeld een scheuring van een belangrijk ligament of pees of schade aan belangrijke structuren in het kniegewricht). CT is nuttig als MRI niet beschikbaar is of niet wordt aanbevolen.
Een spierscheuring kenmerkt zich door verschillende symptomen, waaronder: - Plotseling optredende lokale pijn met een krampgevoel. - Pijn bij passief rekken of aanspannen van de getroffen spier. - Eventuele gezwollen spierbuik boven of onder de blessure met mogelijk blauwe verkleuring.
u pijn, gevoeligheid of zwakte ervaart – meestal rond uw enkel, voet, pols, duim, knie, been of rug. het geblesseerde gebied gezwollen of gekneusd is. u geen gewicht op de blessure kunt zetten of deze normaal kunt gebruiken. u spierspasmen of krampen ervaart – waarbij uw spieren pijnlijk vanzelf samentrekken.
Na het optreden van een spierscheuring is het niet mogelijk om het betreffende lichaamsdeel te gebruiken. Doordat op de plek van de spierscheuring ook bloedvaatjes scheuren, zal er een bloeduitstorting ontstaan waardoor de huid op de plek van de scheuring blauw kleurt. Hiernaast wordt de spier vaak dik en stijf.
MRI en echografie worden tegenwoordig veel gebruikt voor het beoordelen van afwijkingen aan pezen en banden .
Op een MRI-scan krijgt je arts zowel bot als de omringende zachte weefsels te zien. Ook ontstekingen worden zichtbaar met een MRI scan. Op een echografie worden zachte weefsels zoals organen zichtbaar. Met een CT-scan krijg je een beeld van je botten en de veranderingen daaraan door de reuma.
Wat zijn de verschillen tussen MRI en echografie? Ten eerste vinden de meeste mensen dat een MRI-scan op de een of andere manier beter moet zijn dan een echografie, omdat deze doorgaans duurder is en de verkregen beelden uitgebreider lijken.
Je kunt met die ene CT-scan zowel het hart als de bloedvaten nauwkeurig in beeld brengen én je hebt een alternatief voor mensen die niet in een MRI-scanner kunnen.”
Medische echo's vereisen nauwkeurigheid, dus worden ze meestal uitgevoerd met hoogwaardige medische apparatuur . Electieve scans zoals 3D-echografieën kunnen worden gemaakt met gemiddelde apparatuur die minder gedetailleerde beelden kan creëren.
Plotseling optredende lokale pijn, vaak met een kramp gevoel. Passief rekken of aanspannen van de getroffen spier veroorzaakt pijn. Gedeukte en/of abnormaal gezwollen spierbuik boven of onder de aangedane plek. Meestal een blauwe verkleuring onder de aangedane plek (na enkele uren/dagen).
Loop of steun niet op het geblesseerde been.Vermijd het aanspannen en rekken van de gescheurde spier en houd het been zoveel mogelijk omhoog. Op deze manier blijft de bloeduitstorting zo klein mogelijk. Probeer in de eerste twee tot drie dagen na het optreden van de spierscheur het been zo min mogelijk te belasten.
De betere optie is om zo snel mogelijk na uw blessure te gaan bewegen. Hiermee bedoel ik niet door de pijn heen bewegen, maar het voorzichtig aanspannen en bewegen van de geblesseerde spier en de gewrichten boven en onder de blessure. Zelfs kleine bewegingen stimuleren al de doorbloeding en daarmee het herstel.