Met het 'vervrouwelijkende' achtervoegsel -e worden grammaticaal vrouwelijke benamingen (studente) afgeleid van grammaticaal mannelijke benamingen (student). De genderoverkoepelende het-woorden (bijvoorbeeld personeelslid) zijn grammaticaal gezien onzijdig.
Is het 'de scholier' of 'het scholier'?
Het is 'de scholier', want scholier is mannelijk.
Een vrouwelijke student is een studente of een meisjesstudent. Studentin is geen standaardtaal.
Is het 'de student' of 'het student'?
Het is 'de student', want student is mannelijk.
Om het beroep, de functie of de rol van iemand te benoemen, kunt u in het Nederlands een grammaticaal mannelijke benaming (bijvoorbeeld leraar), een grammaticaal vrouwelijke benaming (bijvoorbeeld lerares) of een genderoverkoepelende benaming (bijvoorbeeld leerkracht) gebruiken.
Het woord docente staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Directrice is de grammaticaal vrouwelijke vorm.
Die kan alleen gebruikt worden voor vrouwen.
Met het 'vervrouwelijkende' achtervoegsel -e worden grammaticaal vrouwelijke benamingen (studente) afgeleid van grammaticaal mannelijke benamingen (student). De genderoverkoepelende het-woorden (bijvoorbeeld personeelslid) zijn grammaticaal gezien onzijdig.
Nee, de term manager wordt voor zowel vrouwen als mannen gebruikt.
Het is samengesteld uit de Middelnederlandse woorden burch [= stad] en meester. In de uitspraak is men een e gaan toevoegen en later is men die e ook gaan schrijven: burgemeester.
De woorden students' en student's worden beide gebruikt om bezit aan te duiden. Het woord student's is een enkelvoudig bezittelijk voornaamwoord (zoals in het boek van een student), terwijl students' een meervoudig bezittelijk voornaamwoord is (zoals in veel studentenboeken).
Zij worden vanouds 'deelnemers' (in de wet), 'leerlingen' of 'scholieren' genoemd.
De andere woorden: student, wetenschapper en leraar zijn zelfstandige naamwoorden met een gangbare geslachtsvorm, omdat ze zowel naar het mannelijke als het vrouwelijke geslacht kunnen verwijzen.
Het woordgeslacht zie je aan een (o), (m) of (v) achter het woord in het woordenboek. Bij onzijdige woorden gebruik je altijd het lidwoord “het” of “een”. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen altijd “de” of “een” als lidwoord.
In de meeste media is het gebruikelijk om alleen mannelijke woorden te gebruiken. Zo schrijven we medewerker, student, directeur, buschauffeur en receptionist. Waar we mannen en vrouwen bedoelen en iedereen die zich niet in één van de twee hokjes thuis voelt, schrijven we 'hij'.
Kortom, chauffeuse is beter dan chauffeur, omdat het meer informatie geeft, en het is ook beter dan vrouwelijke chauffeur, omdat het een grotere informatiedichtheid heeft.
Het team (onzijdig)
Het-woorden, zoals team, bedrijf en koor, zijn onzijdig. Als je ernaar terugverwijst gebruik je het of zijn.
Het woord studente staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Student, wetenschapper en leraar zijn zelfstandige naamwoorden met een gangbare geslachtsvorm, omdat ze zowel naar het mannelijke als het vrouwelijke geslacht kunnen verwijzen.
Volgens de huisstijl van de Vlaamse overheid worden functieaanduidingen altijd met een kleine letter geschreven, dus ook in de briefaanhef. Een vrouwelijke directeur kunt u zowel met de mannelijke vorm directeur als met de vrouwelijke vorm directrice aanschrijven.
Verpleger is de grammaticaal mannelijke vorm.
Die vorm wordt in de eerste plaats gebruikt om te verwijzen naar mannen. Hij is verpleger op de kraamafdeling van een ziekenhuis.
Een vennootschap heeft ook een (statutair) bestuur. Soms wordt dit bestuur de directie genoemd en de bestuursvoorzitter de directeur. Een andere benaming is CEO.