"Leenwoord uit het Frans restaurant, afkomstig van het werkwoord restaurer, afkomstig van het Latijnse restaurans, tegenwoordige deelwoord van restauro (“Ik herstel”), afkomstig van de naam van de 'herstellende' soep die in de eerste etablissementen werd geserveerd."
Leenwoorden zijn woorden die wij overnemen uit andere talen. In onze taal hebben wij leenwoorden uit bijvoorbeeld het Grieks, het Latijn, het Duits, het Frans en het Engels. Denk maar eens aan woorden zoals mysterie (Grieks), audio (Latijn), hamburger (Duits), cadeau (Frans) en computer (Engels).
Diner is een Frans leenwoord. Je spreekt het uit als 'dienee'. Daarom plak je 'gewoon' het achtervoegsel -tje eraan vast, net zoals je doet bij zee - zeetje. Als je van Franse leenwoorden die eindigen op -er, -ir en -ier een verkleinvorm maakt, doe je dat dus door er -tje achter te zetten.
Cheffen, dat in Vlaanderen tevens voorkomt in de betekenis 'de chef, de baas zijn', is afgeleid van het Franse leenwoord chef (leidinggevende).
De Nederlandse taal kent veel leenwoorden. Voorbeelden: sport: finish, coureur, goal. eten: spaghetti, lunch, knäckebröd.
Het woord alarm is eigenlijk een wapenkreet, ontleend aan het Franse alarme of het Italiaanse allarme. Eigenlijk betekent het dus all' arme, te wapen. Het woord werd later als zelfstandig naamwoord gebruikt.
Wijn is bijvoorbeeld een heel oud leenwoord uit het Latijn. In de zestiende en zeventiende eeuw kwam er een stortvloed van Franse leenwoorden in het Nederlands en nu is er de invloed van Engelse taal in het bedrijfsleven.
Ontleend aan het Engelse plastic.
Het 14e-eeuwse Franse woord "pause" was afkomstig uit het Latijnse "pausa", einde of beëindiging, dat was afgeleid van het Griekse woord "pauein", stoppen of beëindigen.
Het woord 'lunch' is een leenwoord afkomstig uit het Engels. Deze term wordt vaak gebruikt als alternatief voor middagmaal.
De correcte verkleinvorm is jongetje.
Gewoonlijk blijft de -en van het grondwoord behouden in de verkleinvorm: keuken - keukentje, haven - haventje, kussen - kussentje enzovoort. Jongetje is een uitzonderlijk verkleinwoord omdat oorspronkelijk niet jongen maar jonge het grondwoord was.
Voorbeelden van leenwoorden zijn: container, game, scooter (Engels), douche, caissière, chocolade (Frans), schnitzel, ober en föhn (Duits).
Franse leenwoorden. Bij Franse leenwoorden kun je een aantal regels onthouden die gelden voor de Franse taal. De oe-klank wordt vaak geschreven als 'ou'. Bijvoorbeeld in 'boulevard' en 'douche'.
Vanaf de 14e tot de 18e eeuw, toen Frankrijk op cultureel gebied in Europa toonaangevend was, hebben we heel veel Franse woorden in gebruik. Vaak kun je aan de klank hun Franse afkomst nog enigszins horen: ambulance, ballon, café, etage, etalage, garage, restaurant zijn zulke voorbeelden.
Een leenwoord is een woord dat aan een andere taal is ontleend. De term leenwoord is op zich een neutrale aanduiding. De uitheemse oorsprong van een woord hoeft niet per se een afkeuring in te houden; veel leenwoorden zijn zonder meer in het Nederlands aanvaard.
Paper wordt in het Nederlands meestal als een de-woord gebruikt, maar het kan ook een het-woord zijn.
Sulfiet (of meervoud sulfieten) is een verzamelnaam voor verschillende soorten zwavelverbindingen, zoals bijvoorbeeld zwaveldioxide of natriummetabisulfiet. Sulfiet komt van nature voor in bepaalde plantaardige voedingsmiddelen (zoals ui, prei en knoflook) en ontstaat ook van nature tijdens fermentatie (vergisting).
HET RIESLING-GEBIED
De Moezel groeide uit tot een van de grootste, belangrijkste en meest gewaardeerde wijngebieden van Europa. Ruim 5000 hectare grond is beplant met de typisch Duitse riesling-druif.
Onder het kopje morgenwijnen staan malaga, madeira, port en 'Bergerac met citri'. Dat laatste was een zoete witte wijn uit Bergerac met toegevoegd schijfje citroen of citroenextract.
Leenwoord uit het Frans (horloge), waarbij de betekenis is verschoven van "uurwerk" naar "polshorloge". Uiteindelijk afgeleid van het Griekse horologion, van horo (tijd) en logos (o.a. getal).
Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shāh, dat koning betekent. Ook het woord mat is Perzisch (maata), dat versteld raken betekent. In de meeste talen heeft het spel, enigszins aangepast, dezelfde naam.
Parasol is een leenwoord uit het Frans, dat zonnescherm betekent.