Het is vaart (met een t).
Voor de verleden tijd van varen wordt soms ook wel vaarde gebruikt, maar die vorm wordt niet als standaardtaal beschouwd. Ook bij werkwoorden als afvaren, bevaren, blindvaren, rondvaren, uitvaren en welvaren is voer de vorm voor de verleden tijd.
Het is verhoogd met een 'd' omdat 'verhoogd' het voltooid deelwoord is van het zwakke werkwoord 'verhogen', en bij zwakke werkwoorden wordt in de verleden tijd en het voltooid deelwoord een 'd' gebruikt als de stam eindigt op een 'g' (zoals 'verhoog-'). De regel 't kofschip' geldt hier niet; de stam eindigt op 'g', dus 'verhoogd'.
Werkwoorden "varen"
Varen: vaarde / voer
Antwoord Standaardtaal is voer. Vaarde wordt soms wel gebruikt, maar het is geen standaardtaal.
Je schrijft een 'd' of 't' afhankelijk van de werkwoordsvorm (persoonsvorm of voltooid deelwoord) en de stam van het werkwoord, met het ezelsbruggetje 't kofschip (T, K, F, S, C, H, P) voor de verleden tijd en voltooid deelwoord: is de laatste letter van de stam een van deze? Dan een 't', anders een 'd'; in de tegenwoordige tijd krijgt de stam vaak een 't' (of 'dt' als de stam al eindigt op 'd').
Antwoord. Standaardtaal is voer. Vaarde wordt soms wel gebruikt, maar het is geen standaardtaal.
Antwoord. Ervoer is in elk geval standaardtaal. Ervaarde is een recentere vorm, die nog niet voor iedereen acceptabel is. Het is onduidelijk of we ervaarde al tot de standaardtaal kunnen rekenen.
Konden is de correcte meervoudsvorm van de verleden tijd van het werkwoord 'kunnen' (wij/jullie/zij konden), terwijl kon de enkelvoudsvorm is (ik/jij/hij/zij kon); konnen is geen correcte Nederlandse vorm, maar komt wel voor in dialecten of als fout (soms door verwarring met 'kennen') en is geen standaardtaal, net als het voltooid deelwoord "gekunnen".
Betaald is het voltooid deelwoord van betalen: ik heb betaald, er is betaald, er wordt betaald, er zal wel betaald zijn. Betaald is hier met een d, omdat in de verleden tijd betaalde ook een d zit. In deze voorbeelden zijn andere werkwoordsvormen de persoonsvorm, respectievelijk heb, is, wordt en zal.
De correcte spelling is mocht.
Vervoeging van het werkwoord mogen: ik mag, jij mag, wij mogen. ik mocht, wij mochten. ik heb gemogen.
Gister wordt in Nederland vaak gebruikt in gesproken taal en informele geschreven taal. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die gister in verzorgde schrijftaal afkeurt. Samenstellingen met gister en gisteren, bijvoorbeeld gisteravond en gisterenavond, zijn standaardtaal in het hele taalgebied.
Toelichting. Uitpluizen is een sterk werkwoord. Bij de vervoeging van sterke werkwoorden verandert de stamklinker: ik pluis uit wordt in de verleden tijd ik ploos uit en in de voltooide tijd ik heb uitgeplozen. Bij sommige werkwoorden is zowel een sterke als een zwakke vervoeging mogelijk.
De werkwoorden irriteren en ergeren betekenen ongeveer hetzelfde en zijn allebei overgankelijk. Er moet dus een lijdend voorwerp bij staan. Het rumoer van zijn kinderen ergert / irriteert hem mateloos.
Voeren is al verleden tijd. Voerden zou dan dubbel verleden tijd zijn, en dat kan niet. TT: Zij varen over zee.
Je moet een 't' achter een werkwoord zetten bij de tweede en derde persoon enkelvoud (jij/je, hij/zij/het/u) in de tegenwoordige tijd, en bij het voltooid deelwoord als de stam op een letter uit 't kofschip' (t, k, f, s, ch, p) eindigt. Dit geldt voor bijvoorbeeld 'jij werkt', 'hij wordt', 'het gebeurt', en 'hij heeft gewerkt', maar 'ik werk' en 'ik werd' krijgen geen 't'.
Het woord vaart staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
"Schrijvers gebruiken over het algemeen wat ze het beste vinden klinken, omdat geen van beide meer in de buurt komt van de juiste vorm." Als je bijles Engels geeft, moet je zorgvuldiger zijn. De verleden tijd van 'speed' is 'speeded' en 'sped'. Zowel 'speeded' als 'sped' zijn correct, maar 'sped' heeft de voorkeur.
Vervoeging: ik ervaar, jij ervaart, wij ervaren. ik ervoer, wij ervoeren. ik heb ervaren.
Varens zijn oeroude planten die zich over de gehele wereld verspreid hebben. De grote diversiteit aan soorten en geslachten maakt dat ze zowel in extreem warme als in extreem koude gebieden te vinden zijn. Ook groeien ze zowel bij droogte als op vochtige plekken en soms groeien ze zelfs op het water.
terug bijwoord Uitspraak: [ teˈrʏx ] Afbreekpatroon: te·rug 1) weer naar de plaats waar iemand of iets vandaan is gekomen Voorbeelden: 'de reis terug' , 'over tien minuten terug zijn' Antoniem: heen Synoniem: retour terug naar af (terug naar het punt waar je bent begonnen) Daar had ik niet van terug.